Wraking van Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 7 maart 2013

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak: 7 maart 2013
Uitgevende instantie::Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
SAMENVATTING

Afwijzing wrakingsverzoek

 
GRATIS UITTREKSEL

Parketnummers: 21-004471-11 en 21-004470-11

WRAKING: nrs. 200.116.538 en nr. 200.116.536

Uitspraak d.d.: 7 maart 2013

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Locatie Arnhem

Wrakingskamer

Beslissing

gewezen op het verzoek als bedoeld in artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering, gedaan door

[verzoeker],

geboren te [geboorteplaats, 1969],

wonende te [adres].

De procedure

Ter terechtzitting van 12 november 2012 is namens verzoeker om wraking verzocht van mrs R. de Groot, H. Abbink en W.R. Rosingh. De raadsheren De Groot en Abbink hebben blijkens een schriftelijk bericht (e-mail) niet in de wraking berust en hebben te kennen gegeven niet te willen worden gehoord.

Mr Rosingh heeft zich niet uitgelaten omtrent het wrakingverzoek en wordt geacht daarin niet te hebben berust en is niet ter zitting van de wrakingskamer verschenen, waaruit wordt afgeleid dat hij geen gebruik wenst te maken van de gelegenheid om te worden gehoord.

De wrakingskamer heeft ter zitting van 28 februari 2013 gehoord de verzoeker, bijgestaan door zijn advocate en de advocaat-generaal, die heeft geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek.

Ontvankelijkheid

Het hof acht het verzoek tijdig gedaan en ook overigens ontvankelijk.

De gronden van het verzoek tot wraking

Namens verzoeker is betoogd dat door een patroon van onzorgvuldigheid, onbegrijpelijkheid en kennelijke schendingen ex artikel 6 EVRM de objectiveerbare schijn van vooringenomenheid is ontstaan. Ter onderbouwing van het wrakingsverzoek zijn in het bijzonder - zakelijk weergegeven - de volgende twee gronden aangevoerd.

  1. Het hof heeft ter terechtzitting van 12 november 2012 het verzoek tot het horen van de getuige [getuige 1] (wederom) afgewezen. Deze beslissing is onderbouwd met feiten en omstandigheden omtrent de grondslag van de verdenking die niet in het dossier staan vermeld en met stellingen die weliswaar in het nul dossier staan maar die worden weersproken door de onderliggende stukken. Bij tussenarrest had het hof ook al het verzoek tot het horen van deze getuige op een onjuiste grond afgewezen.

  2. Het hof heeft ter terechtzitting van 12 november 2012 het verzoek tot het horen als getuige van [getuige 2] afgewezen. Met de onderbouwing van die afwijzende beslissing heeft het hof de indruk gewekt dat het reeds een oordeel heeft gevormd over de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie en de rechtmatigheid van het gebruik van de verklaringen van [getuige 2].

De beoordeling van het verzoek tot wraking

Bij de...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT