Wraking van Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, April 16, 2013

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:2013/04/16
Uitgevende instantie::Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
SAMENVATTING

Geen belang bij wraking rolraadsheer. Gezien de stand waarin de procedure zich bevindt is het redelijkerwijze niet aannemelijk dat de raadsheer in deze zaak nog als rolraadsheer zal moeten optreden. Bijzondere omstandigheden die hiertoe zouden kunnen leiden zijn niet, dan wel onvoldoende, naar voren gebracht.

 
GRATIS UITTREKSEL

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

Wrakingskamer

zaaknummer gerechtshof 200.101.466/02

Beschikking van 16 april 2013

Op het schriftelijke verzoek van:

[verzoeker],

wonende te [woonplaats],

procesadvocaat: mr. S.H. Baas, kantoorhoudende te Baarn,

hierna te noemen: [verzoeker],

verzoeker,

dat strekt tot wraking ingevolge artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van:

mr. J.H. Kuiper,

raadsheer in dit hof.

  1. Het verloop van de procedure

    1.1 Bij de sector civiel van het hof is onder zaaknummer 200.101.466/01 een procedure aanhangig tussen [verzoeker] als appellant en [X] als geïntimeerde.

    1.2 Op 18 maart 2013 is ter griffie van het hof een brief van mr. S.H. Baas binnengekomen, met onder meer het verzoek van [verzoeker] tot wraking van mr. Kuiper.

    1.3 Mr. Kuiper heeft bij verweerschrift van 25 maart 2013 op het wrakingsverzoek gereageerd.

  2. 2.1 Op 2 april 2013 zijn ter griffie van het hof drie producties van de zijde van [verzoeker] binnengekomen.

    2.2 Bij faxbericht van 3 april 2013 van mr. H.A. van der Kleij is bericht dat [X] niet ter zitting zal verschijnen.

    2.3 Het verzoek is behandeld ter zitting van de wrakingskamer op 4 april 2013.

    Verschenen is mr. G.D. te Biesebeek, advocaat te Zwolle, namens [verzoeker].

  3. De beoordeling van het verzoek

    3.1 Ter rolzitting van 11 september 2012 is aan [X] akte niet dienen verleend voor de memorie van grieven. Bij rolbeschikking van 2 oktober 2012 is die beslissing gehandhaafd en is verstaan dat mr. Te Biesebeek zich op de rol van 25 september 2012 als procureur heeft onttrokken, waarop de zaak naar de rol is verwezen voor het stellen van een nieuwe advocaat aan de zijde van [verzoeker] en het wijzen van arrest in de door [verzoeker] op 11 september 2012 gevorderde voeging met de eveneens bij dit hof tussen partijen aanhangige kort geding procedure. Bij arrest in het incident van 26 februari 2013 is de gevorderde voeging afgewezen en is de zaak naar de rol verwezen voor voortprocederen (partijberaad). Op 12 maart 2013 heeft [verzoeker] een akte genomen die is geweigerd.

    3.2 De zaak staat thans voor het fourneren door partijen van een kopie van het procesdossier ten behoeve van het wijzen van arrest.

    3.3 Mr. Kuiper heeft als rolraadsheer in deze zaak de genoemde rolbeslissingen van 11 september 2012, 2 oktober 2012 en 12 maart 2013 genomen. Mr. Kuiper maakt geen deel uit van de meervoudige kamer van dit hof die de voornoemde zaak (inhoudelijk) behandelt.

    3.4 Het...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT