Hoger beroep van College van Beroep voor het bedrijfsleven, 4 april 2013

Datum uitspraak: 4 april 2013
Uitgevende instantie::College van Beroep voor het bedrijfsleven
SAMENVATTING

Overtreding artikelen 8.2 en 8.5 Whc. Hoogte boetes in beroep ten onrechte gematigd. Proceskostenveroordeling verminderd.

 
GRATIS UITTREKSEL

College van Beroep voor het bedrijfslevenAWB 10/340 en AWB 10/344 4 april 20138101 Last onder dwangsom/bestuurlijke boeteUitspraak op de hoger beroepen van:1. de Consumentenautoriteit, en2. A B.V. (hierna: A), te B,tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam (hierna: rechtbank) van 25 februari 2010, met kenmerk AWB 08/3633 BC-T1, in het geding tussen A en de Consumentenautoriteit.Gemachtigden van de Consumentenautoriteit: mr. I.M. Zuurendonk en mr. P.S. Kösters, beiden werkzaam bij de Juridische Dienst van de Consumentenautoriteit.Gemachtigde van A: mr. M.C.J. de Schepper, advocaat te Eindhoven.1. Het procesverloop in hoger beroepOp 9 april 2010 heeft het College van de Consumentenautoriteit een beroepschrift ontvangen, waarbij hoger beroep wordt ingesteld tegen de hiervoor vermelde, op 1 maart 2010 aan partijen verzonden, uitspraak van de rechtbank (LJN BL6368).A heeft bij brief van 12 april 2010 eveneens hoger beroep tegen deze uitspraak ingesteld.De Consumentenautoriteit en A hebben bij brieven van 11 mei 2010 de gronden van het hoger beroep ingediend. Bij brieven van respectievelijk 10 juni 2010 en 19 juli 2010 hebben A en de Consumentenautoriteit op het door hun wederpartij ingediende beroepschrift gereageerd.Bij beslissing van 9 maart 2012 heeft het College naar aanleiding van het verzoek van de Consumentenautoriteit geoordeeld dat ten aanzien van een aantal stukken beperking van de kennisneming in de zin van artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) gerechtvaardigd is. Desgevraagd heeft A geen toestemming verleend mede op grondslag van die stukken uitspraak te doen.Op 27 september 2012 heeft het onderzoek ter zitting plaatsgehad. A heeft zich, zoals tevoren schriftelijk aangekondigd, niet ter zitting laten vertegenwoordigen.De Consumentenautoriteit werd door haar gemachtigden vertegenwoordigd.2. De grondslag van het geschil in hoger beroep2.1 Juridisch kaderDe Wet handhaving consumentenbescherming (hierna: Whc) luidde, ten tijde en voor zover hier van belang, als volgt:“Artikel 1.1In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:(…)f. inbreuk: elk handelen of nalaten dat in strijd is met een van de wettelijke bepalingen, bedoeld in de bijlage bij deze wet, en dat schade toebrengt of kan toebrengen aan de collectieve belangen van consumenten;(…)Artikel 2.91. Indien de Consumentenautoriteit van oordeel is dat een overtreding heeft plaatsgevonden, kan zij de overtreder opleggen:(…)b. een bestuurlijke boete.(…)Artikel 2.151. De in artikel 2.9 bedoelde bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste het bedrag van de vijfde categorie geldboete, bedoeld in artikel 23 van het Wetboek van Strafrecht.(…)Artikel 2.161. De Consumentenautoriteit legt geen (…) bestuurlijke boete op voor zover voor de overtreding een rechtvaardigingsgrond bestond.(…)Artikel 2.191. De Consumentenautoriteit legt geen bestuurlijke boete op voor zover de overtreding niet aan de overtreder kan worden verweten.(…)Artikel 2.211. De Consumentenautoriteit stemt de bestuurlijke boete af op de ernst en duur van de overtreding en de mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten. De Consumentenautoriteit houdt daarbij zo nodig rekening met de omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd.2. Artikel 1, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht is van overeenkomstige toepassing.(…)Artikel 8.21. Degene die een dienst van de informatiemaatschappij verleent als bedoeld in artikel 15d, derde lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, neemt artikel 15d, eerste en tweede lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek in acht.2. Indien commerciële communicatie als bedoeld in artikel 15e, derde lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, deel uitmaakt van een dienst van de informatiemaatschappij of een dergelijke dienst vormt, zorgt degene in wiens opdracht de commerciële communicatie geschiedt, dat artikel 15e, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek in acht wordt genomen.3. De dienstverlener, bedoeld in het eerste lid, neemt de artikelen 227b, eerste en tweede lid, en 227c, eerste lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek in acht.(…)5. Het derde en vierde lid zijn niet van toepassing, indien een overeenkomst uitsluitend door middel van de uitwisseling van elektronische post of een soortgelijke vorm van individuele communicatie tot stand komt.(…)Artikel 8.51. De toezending van een niet bestelde zaak of het verrichten van een niet opgedragen dienst met het verzoek tot betaling van een prijs, bedoeld in artikel 7, tweede en vierde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, is niet toegestaan.2. De verkoper of dienstverlener neemt bij een koop op afstand als bedoeld in artikel 46a, onder b, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek de artikelen 46c en 46h, eerste, tweede, vierde, vijfde en zevende lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek in acht.(…)”Ten tijde hier van belang bepaalde artikel 23 van het Wetboek van Strafrecht dat in de vijfde categorie voor een strafbaar feit ten hoogste een boete van € 67.000 kon worden opgelegd.De voor dit geschil van belang zijnde artikelen uit de boeken 3, 6 en 7 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW), waarnaar de artikelen 8.2 en 8.5 Whc verwijzen, luiden als volgt:“Artikel 3:15d1. Degene die een dienst van de informatiemaatschappij verleent, maakt de volgende gegevens gemakkelijk, rechtstreeks en permanent toegankelijk voor degenen die gebruik maken van deze dienst, in het bijzonder om informatie te verkrijgen of toegankelijk te maken:a. zijn identiteit en adres van vestiging;b. gegevens die een snel contact en een rechtstreekse en effectieve communicatie met hem mogelijk maken, met inbegrip van zijn elektronische postadres;c. voor zover hij in een handelsregister of een vergelijkbaar openbaar register is ingeschreven: het register waar hij is ingeschreven en zijn inschrijvingsnummer, of een vergelijkbaar middel ter identificatie in dat register;(…)3. Onder dienst van de informatiemaatschappij wordt verstaan elke dienst die gewoonlijk tegen vergoeding, langs elektronische weg, op afstand en op individueel verzoek van de afnemer van de dienst wordt verricht zonder dat partijen gelijktijdig op dezelfde plaats aanwezig zijn. Een dienst wordt langs elektronische weg verricht indien deze geheel per draad, per radio, of door middel van optische of andere elektromagnetische middelen wordt verzonden, doorgeleid en ontvangen met behulp van elektronische apparatuur voor de verwerking, met inbegrip van digitale compressie, en de opslag van gegevens.Artikel 3:15e1. Indien commerciële communicatie deel uitmaakt van een dienst van de informatiemaatschappij of een dergelijke dienst vormt, zorgt degene in wiens opdracht de commerciële communicatie geschiedt dat:(…)b. de commerciële communicatie zijn identiteit vermeldt;c. de commerciële communicatie, indien deze verkoopbevorderende aanbiedingen, wedstrijden of spelen omvat, een duidelijke en ondubbelzinnige vermelding bevat van de aard en de voorwaarden van de aanbieding of de deelneming;d. ongevraagde commerciële communicatie door middel van elektronische post reeds bij de ontvangst duidelijk en ondubbelzinnig als zodanig herkenbaar is.(…)3. Onder commerciële communicatie als bedoeld in dit artikel wordt verstaan elke vorm van communicatie bestemd voor het aanprijzen van de goederen, diensten of het imago van een onderneming, instelling of persoon die een commerciële, industriële of ambachtelijke activiteit of een gereglementeerd beroep uitoefent (…)Artikel 6:227b.Voordat een overeenkomst langs elektronische weg tot stand komt verstrekt degene die een dienst van de informatiemaatschappij verleent als bedoeld in artikel 15d lid 3 van Boek 3 de wederpartij ten minste op duidelijke, begrijpelijke en ondubbelzinnige wijze informatie over:a. de wijze waarop de overeenkomst tot stand zal komen en in het bijzonder welke handelingen daarvoor nodig zijn;(…)c. de wijze waarop de wederpartij van door hem niet gewilde handelingen op de hoogte kan geraken, alsmede de wijze waarop hij deze kan herstellen voordat de overeenkomst tot stand komt;(…)3. Lid 1 is niet van toepassing op overeenkomsten die uitsluitend door middel van de uitwisseling van elektronische post of een soortgelijke vorm van individuele communicatie tot stand zijn gekomen.(…)Artikel 7:46c1. Tijdig voordat de koop op afstand wordt gesloten, moeten aan de wederpartij met alle aan de gebruikte techniek voor communicatie op afstand aangepaste middelen en op duidelijke en begrijpelijke wijze, de volgende gegevens worden verstrekt, waarvan het commerciële oogmerk ondubbelzinnig moet blijken:a. de identiteit en, indien de koop op afstand verplicht tot vooruitbetaling van de prijs of een gedeelte daarvan, het adres van de verkoper;(…)f. het al dan niet van toepassing zijn van de mogelijkheid van ontbinding overeenkomstig de artikelen 46d lid 1 en 46e;(…)2. Tijdig bij de nakoming van de koop op afstand en, voor zover het niet aan derden af te leveren zaken betreft, uiterlijk bij de aflevering, moeten aan de koper op duidelijke en begrijpelijke wijze schriftelijk of, voor zover het de in de onderdelen a en c-e bedoelde gegevens betreft, op een andere te zijner beschikking staande en voor hem toegankelijke duurzame gegevensdrager, de volgende gegevens worden verstrekt, behoudens voor zover zulks reeds is geschied voordat de koop op afstand werd gesloten:a. de gegevens, bedoeld in de onderdelen a-f van lid 1;(…)c. het bezoekadres van de vestiging van de verkoper waar de koper een klacht kan indienen;(…)Artikel 7:46d1. Gedurende zeven werkdagen na de ontvangst van de zaak heeft de koper het recht de koop op afstand zonder opgave van redenen te ontbinden. Indien niet is voldaan aan alle in artikel 46c lid 2 gestelde eisen, bedraagt deze termijn drie maanden. De eerste zin is van overeenkomstige toepassing vanaf de voldoening binnen de in de tweede zin bedoelde termijn aan alle in artikel 46c lid 2 gestelde eisen.(…)”2.2. Feitenverloop2.2.1 Voor een uitgebreide weergave van het verloop...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT