Eerste aanleg - enkelvoudig van Rechtbank Oost-Nederland, March 27, 2013

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:2013/03/27
Uitgevende instantie::Rechtbank Oost-Nederland
SAMENVATTING

Vordering gericht tegen advocaat, op grond van de stelling dat de advocaat nìet heeft gehandeld zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend advocaat mag worden verwacht, door te verzuimen eiser te attenderen op het bestaan van een verjaringstermijn en de mogelijkheid van stuiting. Die stelling gaat op. Zaak naar de rol voor akte over de schade.

 
GRATIS UITTREKSEL

vonnis

RECHTBANK OOST-NEDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/233632 / HA ZA 12-637

Vonnis van 27 maart 2013

in de zaak van

[eiser]

eiser,

advocaat mr. J.P.A. Greuters te Arnhem,

tegen

de naamloze vennootschap

[gedaagde]

gedaagde,

advocaat mr. F. van der Woude te Amsterdam.

Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd worden.

  1. De procedure

    1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

    - het tussenvonnis van 28 november 2012

    - het proces-verbaal van comparitie van14 januari 2013.

    1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

  2. De feiten

    2.1. [eiser] is eigenaar van een woning aan de [adres] 67 te [woonplaats]. De woning is in 1850 met eensteensmuren gebouwd. Na de aankoop in 2001 heeft [eiser] de woning ingrijpend verbouwd.

    2.2. [eiser] heeft aan [aannemer] onder meer opdracht gegeven om de keldervloer uit te graven en te egaliseren. De aanneemsom bedroeg aanvankelijk € 279.000,00. Later is overeengekomen de werkzaamheden in regie uit te voeren.

    2.3. De nieuwe keldervloer diende een aanlegniveau te krijgen dat circa 60 centimeter lager zou liggen dan de oude keldervloer. Dit bracht met zich dat het aanlegniveau van de nieuwe keldervloer enkele decimeters onder het funderingsniveau van het pand zou komen te liggen. De woning is ‘op staal’ gefundeerd. Om te voorkomen dat de fundering van de woning als gevolg van het op diepte uitgraven van de kelder zou verzakken, heeft [eiser] aan B + P Bodeminjectie B.V. te Vianen (hierna B + P) opdracht gegeven om door middel van grondinjecties de grond onder de fundering te stabiliseren.

    2.4. Tussen 22 april 2002 en 1 mei 2002 heeft B + P de injectiewerkzaamheden uitgevoerd. Op 1 mei 2002 heeft B + P het werk gecontroleerd en nog eens 300 liter waterglas/harder aangebracht.

    2.5. Op 15 mei 2002 is bronbemaling geïnstalleerd en in werking gezet. Op 21 en 22 mei 2002 heeft J. [betrokkene 1] (hierna: [betrokkene 1]) te [woonplaats] in opdracht van [aannemer] de kelder uitgegraven. Op 23 mei 2002 heeft de heer [betrokkene 2], werkzaam bij B + P, de geïnjecteerde grond geïnspecteerd en te kennen gegeven dat de grond onder de fundering voldoende hard was.

    2.6. Op 23 mei 2002 hebben twee werknemers van [aannemer] vanaf ongeveer 10:30 uur de uitgegraven keldervloer geëgaliseerd. Dezelfde dag zijn omstreeks 16:00 uur de rechter zijgevel en de twee tussenmuren van de woning ingestort.

    2.7. Op 24 mei 2002 heeft overleg tussen [eiser], B + P en [aannemer] plaatsgevonden.

    2.8. De CAR-verzekeraar van [aannemer] heeft laten weten dat de schade niet door de polis werd gedekt omdat [aannemer] had verzuimd van tevoren aan te geven dat bronbemaling zou worden toegepast. [aannemer] heeft nog getracht de schade te claimen op haar aansprakelijkheidspolis, maar ook die claim is afgewezen.

    2.9. Bij brief van 11 oktober 2002 heeft [eiser] B + P aansprakelijk gesteld. Bij brief van 17 oktober 2002 heeft B + P aansprakelijkheid van de hand gewezen.

    2.10. In juli 2003 heeft [eiser] zich gewend tot mr. [betrokken advocaat] voor juridische bijstand. Mr. [betrokken advocaat] is als advocaat verbonden aan [gedaagde].

    2.11. In een adviesbrief van 29 juli 2003 aan [eiser] schrijft mr. [betrokken advocaat] het volgende:

    Achtergronden

    (…)

    Getracht is de schade te verhalen op de CAR polis die [aannemer] Bouwbedrijf bij Nationale Nederlanden had afgesloten. Nationale Nederlanden heeft laten weten dat de schade niet op de polis gedekt is omdat [aannemer] Bouwbedrijf heeft verzuimd van tevoren aan te geven dat er een bronbemaling zou worden toegepast. Op grond van de polisvoorwaarden dient [aannemer] Bouwbedrijf dat inderdaad van tevoren mee te delen, opdat zonodig aanvullende voorwaarden kunnen worden gesteld.

    De technische buitendienst van Nationale Nederlanden wijt de oorzaak van het instorten aan het onttrekken van grondwater in combinatie met het injecteren van het fundatiepakket onder de bestaande fundatie van de kelderwanden. Nader onderzoek zou evenwel nog moeten volgen.

    In een later stadium heeft [aannemer] Bouwbedrijf ook nog getracht om de schade te claimen op haar aansprakelijkheidspolis, maar ook die claim heeft Nationale Nederlanden op dezelfde grond afgewezen. Ik beschik niet over de voorwaarden van die polis, maar neem vooralsnog aan dat ook die afwijzing op de polisvoorwaarden is gebaseerd.

    De bronbemaling is aanbevolen door de constructeur, [constructeur] B.V. Graag zou ik nog vernemen of er een schriftelijke opdracht is met [constructeur]. Ook is van belang door wie [constructeur] is ingeschakeld.

    Tenslotte is van belang welke opdracht architectenbureau [adres] heeft gekregen. Indien hij ook de directie over het werk heeft gevoerd, is denkbaar dat ook hij aansprakelijk moet worden gesteld.

    Voorlopige conclusie

    Aldus kan de schade het gevolg zijn van eventuele fouten van betrokkenen. Ook kan de schade een gevolg zijn van het gecombineerde effect van die fouten. De aannemer kan zijn graafwerkzaamheden onzorgvuldig hebben verricht (hoewel dat niet erg waarschijnlijk lijkt). B&P Grondinjectie kan haar werk ondeugdelijk hebben uitgevoerd. [constructeur] kan ten onrechte een bronbemaling hebben aanbevolen en de architect en/of aannemer en/of overigen kan ten onrechte niet hebben gewaarschuwd voor de risico’s van de graafwerkzaamheden onder de omstandigheden waaronder zij hebben plaatsgevonden.

    Advies

    In verband met de omstandigheid dat de schadeoorzaak nog niet eenduidig vaststaat, is voor u van groot belang dat een deskundige onderzoek naar die schadeoorzaak doet. Daardoor kan worden voorkomen dat u diverse partijen zal moeten aanspreken en om die reden ook de diverse partijen tot tegenpartij krijgt. (…)

    Deskundige

    Omtrent een eventueel onderzoek naar de schadeoorzaak heb ik al even contact gehad met ABT, Adviesbureau voor Bouwtechniek B.V. te Arnhem. De afdeling civiele techniek van ABT moet goed in staat worden geacht om een dergelijk onderzoek te verrichten. Wel is van belang dat we zoveel mogelijk feitelijke gegevens verzamelen, omdat er ter plaatse niet veel onderzoek meer kan worden uitgevoerd.

    Conclusie

    Mijn advies is derhalve om enerzijds alle beschikbare gegevens te verzamelen omtrent de verbouwing en met name de werkzaamheden aan de kelder en anderzijds een deskundige in te schakelen om een oordeel te krijgen over de oorzaak van de schade, opdat het aantal mogelijk aansprakelijke partijen zoveel als mogelijk kan worden beperkt.

    (…)

    2.12. Voormeld onderzoek door ABT heeft nimmer plaatsgevonden.

    2.13. Bij brief van 23 mei 2004 heeft [eiser] B + P aansprakelijk gesteld. Op 25 februari 2005 heeft [eiser] een procedure tegen B + P aanhangig gemaakt bij de Rechtbank Utrecht. In die procedure heeft B + P bij conclusie van antwoord van 4 mei 2005 een rapport van Vrieling Bouw Engineering B.V. (hierna: Vrieling) van 18 april 2005 overgelegd. In dit rapport is onder meer het volgende opgenomen:

    (…) Volgorde van bezwijken.

    Gezien de volgorde van puinstapeling kan het volgende scenario opgezet worden.

  3. Door sloop van een gedeelte van de toog in de kelder en/of de (tijdelijk) eenzijdige belasting doordat het metselwerk aan de buitenzijde is gesloopt bezwijkt de boog. Deze trekt een gedeelte van het buitengevelmetselwerk mee de kelder in. Hierdoor komt een buitenraamkozijn op de kop in de kelder terecht.

  4. Door trillingen en/of doordat puin tegen de (al dan niet tijdelijke) oplegging van de ligger HEA220 botst bezwijkt deze, hoogst waarschijnlijk door knik omdat er achter de wand continu een horizontale belasting aanwezig is als gevolg van de gangwand welke dak- en verdiepingsdragend is. De HEA220 zakt aan de gangzijde naar beneden.

  5. Door het ontbreken van de ondersteuning van de HEA220 heeft ook het bovenliggende metselwerk tussen de deuren van atelier 3 resp. de tv-kamer en de entree 2, wat in verband is gemetseld met de steens wand tussen de tv-kamer en atelier 3 geen steun meer en de wanden...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT