Herziening van Gerechtshof Arnhem, September 24, 2008

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:2008/09/24
Uitgevende instantie::Gerechtshof Arnhem
SAMENVATTING

Herziening. Nieuwe jurisprudentie vormt geen feit voor herziening van een uitspraak.

 
GRATIS UITTREKSEL

uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM

Sector belasting

nummer 07/00500

Uitspraakdatum: 24 september 2008

Uitspraak van de tweede meervoudige belastingkamer

op het verzoek van

X te Z (hierna: belanghebbende)

tot herziening van de uitspraak van de eerste meervoudige belastingkamer van dit Hof van 27 april 2006, nr. 03/02095, op het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van de Belastingdienst/P (hierna: de Inspecteur) betreffende de aan hem opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor het jaar 1997.

  1. Ontstaan en loop van het geding

    1.1. Aan belanghebbende is voor het jaar 1997 een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is verminderd.

    1.2. De eerste meervoudige belastingkamer van het Hof heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep bij uitspraak van 27 april 2006, nr. 03/02095, ongegrond verklaard.

    1.3. Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden (hierna: de Hoge Raad). De Hoge Raad heeft dit beroep bij arrest van 5 oktober 2007, nr. 43.330, ongegrond verklaard.

    1.4. Bij een op 19 oktober 2007 ingekomen brief heeft belanghebbende het Hof verzocht de uit-spraak van dit Hof van 27 april 2006, nr. 03/02095, te herzien (hierna: het verzoek). De Inspecteur heeft, daartoe door het hof in de gelegenheid gesteld, schriftelijk op het verzoek gereageerd. In reactie hierop is van de zijde van belanghebbende een op 18 januari 2008 gedagtekende brief ont-vangen. Deze brief is aan de Inspecteur doorgezonden.

    1.5. Op 4 september 2008 heeft de mondelinge behandeling van het verzoek plaatsgevonden. Daarbij zijn verschenen en gehoord de gemachtigde van belanghebbende en de Inspecteur. De gemachtigde van belanghebbende heeft ter zitting een pleitnota voorgedragen en exemplaren daar-van overgelegd aan het Hof en aan de wederpartij. Het Hof rekent deze pleitnota tot de stukken van het geding. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat aan deze uitspraak is gehecht.

  2. Vaststaande feiten

    2.1. Het Hof stelt op grond van de stukken van het geding en het verhandelde ter zitting, als tussen partijen niet in geschil dan wel door een der partijen gesteld en door de wederpartij niet of onvoldoende weersproken, de volgende feiten vast.

    2.2. In de uitspraak van het Hof van 27 april 2006, nr. 03/02095, heeft het Hof in de onderdelen 5.9.1. tot en met 5.9.7. overwogen dat de Inspecteur, gelet op de door belanghebbende ingebrach-te kopieën van bankafschriften, terecht een...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT