Voorlopige voorziening+bodemzaak van Rechtbank Noord-Holland, Voorzieningenrechter, April 29, 2013

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:2013/04/29
Uitgevende instantie::Voorzieningenrechter
SAMENVATTING

Gedeputeerde staten van Noord-Holland hebben aan de Faunabeheereenheid ontheffing verleend voor het doden van damherten die zich buiten het voor hen aangewezen leefgebied bevinden. Deze damherten veroorzaken veel schade aan landbouwgewassen en er is veelvuldig sprake geweest van aanrijdingen met deze dieren. De Stichting Faunabescherming meent dat er andere bevredigende oplossingen bestaan om de... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummers: AWB 13/1326 en 13/1327

uitspraak van de voorzieningenrechter van 29 april 2013 op het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

Stichting De Faunabescherming, te Amstelveen, eiseres

(gemachtigde: A.P. de Jong),

en

het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland, verweerder

(gemachtigde: mr. H.A. Schoordijk BA).

Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: Stichting Faunabeheereenheid Noord-Holland, te Haarlem

(gemachtigde: J.J.H.G.D. Karelse).

Procesverloop

Bij besluit van 12 juli 2012 (het primaire besluit) heeft verweerder aan Stichting Faunabe-heereenheid Noord-Holland (hierna: de Faunabeheereenheid) tot en met 31 december 2015 ontheffing verleend voor het opzettelijk verstoren, doden en met het oog daarop opsporen van damherten buiten het voor hen bestemde leefgebied in de regio Zuid-Kennemerland. Voorts is ontheffing verleend van het verbod op het gebruik van het geweer in een veld dat niet voldoet aan de krachtens de Flora- en faunawet gestelde eisen en van het verbod op het gebruik van het geweer - kortweg - gedurende bepaalde tijden en op bepaalde plaatsen. Verder is toestemming verleend als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van het Besluit beheer en schadebestrijding dieren voor het gebruik van geweer en hond, niet zijnde lange hond.

Bij uitspraak van 6 augustus 2012 (zaaknummer AWB 12/3238) heeft de voorzieningenrechter het primaire besluit geschorst tot zes weken na de bekendmaking van de beslissing op bezwaar.

Bij besluit van 6 maart 2013 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres gedeeltelijk gegrond verklaard en het besluit van 12 juli 2012 onder aanvulling van de motivering in stand te laten.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 april 2013. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, die ter zitting is vergezeld van J. van Dalen, J.M.W. Klippel en H.R. Heymering, allen werkzaam bij de provincie Noord-Holland. Derde-partij heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde, P.B. van Houten en J.M. van Wesemael.

Overwegingen

  1. Na afloop van de zitting is de voorzieningenrechter tot de conclusie gekomen dat nader onderzoek niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak. Zij doet daarom op grond van artikel 8:86 van de Algemene wet bestuursrecht niet alleen uitspraak op...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT