Eerste aanleg - enkelvoudig van Rechtbank Oost-Nederland, March 28, 2013

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:2013/03/28
Uitgevende instantie::Rechtbank Oost-Nederland
SAMENVATTING

Ongeldigverklaring rijbewijs van de B-categorie en oplegging alcoholslotprogramma. Geen punitieve sanctie in de zin van artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Leverancier.

 
GRATIS UITTREKSEL

RECHTBANK OOST-NEDERLAND

Team bestuursrecht

zittingsplaats: Arnhem

registratienummer: AWB 12/5064

uitspraak ingevolge artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van 28 maart 2013.

inzake

[Eiser], eiser,

wonende te Arnhem, vertegenwoordigd door mr. S.G.C. Bocxe,

tegen

de stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen, verweerster

  1. Aanduiding bestreden besluit

    Besluit van verweerster van 3 oktober 2012.

  2. Procesverloop

    Bij besluit van 11 juli 2012 heeft de algemeen directeur van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) eisers rijbewijs van de B-categorie ongeldig verklaard en aan hem de verplichting opgelegd deel te nemen aan een alcoholslotprogramma.

    Bij het bestreden besluit heeft verweerster het hiertegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard en het besluit van 11 juli 2012 gehandhaafd.

    Tegen het bestreden besluit is beroep ingesteld. Naar de door partijen ingebrachte stukken wordt hier kortheidshalve verwezen.

    Het beroep is behandeld ter zitting van de rechtbank van 21 februari 2013. Eiser is aldaar

    in persoon verschenen, bijgestaan door mr. B.E.J. Torny, advocaat te Amsterdam en kantoorgenoot van mr. Bocxe. Verweerster heeft zich laten vertegenwoordigen door

    J.A. Launspach.

  3. Overwegingen

    Ingevolge artikel 130, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: de Wvw 1994) doen de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen personen, indien bij hen een vermoeden bestaat dat de houder van een rijbewijs niet langer over de rijvaardigheid, dan wel de lichamelijke of geestelijke geschiktheid, vereist voor het besturen van een of meer categorieën van motorrijtuigen waarvoor dat rijbewijs is afgegeven, beschikt, daarvan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan het CBR onder vermelding van de feiten en omstandigheden die aan het vermoeden ten grondslag liggen. Bij ministeriële regeling worden de feiten en omstandigheden aangewezen die aan het vermoeden ten grondslag dienen te liggen en worden ter zake van de uitoefening van deze bevoegdheid nadere regels vastgesteld, aldus die bepaling.

    Ingevolge artikel 131, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wvw 1994 besluit het CBR, indien een schriftelijke mededeling, als bedoeld in artikel 130, eerste lid, is gedaan, in de bij ministeriële regeling aangewezen gevallen tot oplegging van een alcoholslotprogramma.

    Ingevolge artikel 132b, eerste lid, van de Wvw 1994 legt het CBR in de in artikel 131, eerste lid, aanhef en onder b, bedoelde gevallen, overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde regels, bij het in dat artikellid bedoelde besluit betrokkene de verplichting op deel te nemen aan een alcoholslotprogramma.

    Ingevolge het tweede lid, eerste volzin, verklaart het CBR bij het besluit, bedoeld in het eerste lid, het rijbewijs van betrokkene ongeldig en bepaalt daarbij dat de ongeldigverklaring betrekking heeft op alle categorieën, waarvoor dat rijbewijs geldig was, met uitzondering van de categorie AM.

    Ingevolge artikel 2, eerste lid, van de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011 (hierna: de Regeling) wordt een vermoeden, als bedoeld in artikel 130, eerste lid, van de Wvw 1994, gebaseerd op feiten of omstandigheden, als vermeld in de bij deze regeling behorende bijlage 1.

    Ingevolge het tweede lid dient betrokkene, indien een vermoeden, als bedoeld in het eerste lid, wordt gebaseerd op het gestelde in de bij deze regeling behorende bijlage 1, onder B, onderdeel III Drogerende stoffen, onder Alcohol, bij minimaal één feit bestuurder te zijn geweest van een motorrijtuig, waarvoor een rijbewijs is vereist.

    Ingevolge artikel 17, aanhef en onder a, van de Regeling besluit het CBR dat betrokkene zich aan een...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT