Eerste aanleg - meervoudig van Centrale Raad van Beroep, 2 mei 2013

Datum uitspraak: 2 mei 2013
Uitgevende instantie::Centrale Raad van Beroep
SAMENVATTING

Tussenuitspraak. De Raad had overwogen dat er geen deugdelijke motivering was gegeven voor de conclusie dat ten hoogste een derde gedeelte van de psychische problemen aan de oorlogservaringen kon worden toegeschreven. In die uitspraak had de Raad geen beslissing gegeven hoe groot dat gedeelte dan wel was en bij de opdracht om een nieuw besluit te nemen was ruimte gelaten om die conclusie te... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

12/919 WUV-T

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Tussenuitspraak op het beroep van

Partijen:

[A. te B.], Frankrijk (appellant)

de Pensioen- en Uitkeringsraad (verweerder)

Datum uitspraak: 2 mei 2013

PROCESVERLOOP

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 29 december 2011, kenmerk BZ01336971 (bestreden besluit). Dit betreft de toepassing van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv).

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 maart 2013. Voor appellant is verschenen mr. E.R. Schenkhuizen, advocaat. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door A.T.M. Vroom-van Berckel.

OVERWEGINGEN

  1. Op 1 januari 2013 is de Wet aanpassing bestuursprocesrecht (Stb. 2012, 682) in werking getreden. Met deze wet zijn wijzigingen in onder meer de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Beroepswet aangebracht. Op grond van het overgangsrecht blijft op deze zaak het recht van toepassing, zoals dat gold vóór 1 januari 2013.

    1.1. Appellant, geboren in 1936 te Brussel, heeft in november 2007 een aanvraag gedaan om te worden erkend als vervolgde in de zin van de Wuv. Op die aanvraag is afwijzend beslist, welke afwijzing bij besluit van 23 juli 2008 in bezwaar is gehandhaafd. Appellant heeft tegen dit besluit beroep ingesteld waarbij hij heeft aangevoerd dat zijn epileptische aanvallen, rug- en gebitsklachten wel in verband staan met zijn vervolging. In het kader van dit beroep heeft de Raad aanleiding gevonden voor een nader psychiatrisch onderzoek. Op verzoek van de Raad heeft de psychiater prof. dr. G.F. Koerselman appellant onderzocht en op 16 maart 2010 aan de Raad gerapporteerd.

    1.2. Bij uitspraak van 21 april 2011 (LJN BQ2793) heeft de Raad het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit van 23 juli 2008 vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van die uitspraak.

    1.3. Na deze uitspraak van de Raad heeft verweerder contact opgenomen met prof. Koerselman, hetgeen heeft geleid tot een briefwisseling en discussie tussen de medisch adviseur van verweerder en de deskundige over het door hem op 16 maart 2010 uitgebrachte rapport. Bij het bestreden besluit van 29 december 2011 heeft verweerder opnieuw op het bezwaar van appellant beslist en dit wederom ongegrond verklaard.

  2. Naar aanleiding van hetgeen in beroep is aangevoerd, overweegt de Raad als volgt.

    2.1. Zoals de Raad reeds eerder tot uitdrukking...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT