Eerste aanleg - enkelvoudig van Rechtbank Oost-Nederland, 27 maart 2013

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:27 maart 2013
Uitgevende instantie::Rechtbank Oost-Nederland
SAMENVATTING

Bewijslast en -maatstaf bij gestelde diefstal van een vaartuig (sloep).

 
GRATIS UITTREKSEL

vonnis

RECHTBANK OOST-NEDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zutphen

zaaknummer / rolnummer: C/06/133128 / HA ZA 12-372

Vonnis van 27 maart 2013

in de zaak van

[eiser],

wonende te [plaats], Tsjechië,

eiser,

advocaat mr. K.A.M. van Os- ten Have te Zutphen,

tegen

naamloze vennootschap

ACHMEA SCHADEVERZEKERINGEN N.V.,

gevestigd te Apeldoorn,

gedaagde,

advocaat mr. B.M. Stroetinga te Eindhoven.

Partijen zullen hierna [eiser] en Achmea genoemd worden.

  1. De procedure

    1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

    - het tussenvonnis van 21 november 2012

    - het proces-verbaal van comparitie van 25 januari 2013.

    1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

  2. De feiten

    2.1. [eiser] is op 25 maart 2008 eigenaar geworden van een [sloep] (hierna: de sloep). Hij heeft deze sloep bij Achmea (ten deze handelend onder de naam FBTO) verzekerd door het afsluiten van een pleziervaartuigverzekering (hierna: de verzekering) die onder meer dekking biedt bij diefstal. Op de verzekering zijn de “voorwaarden pleziervaartuigverzekering” (ingangsdatum 1 april 2009) van toepassing (hierna: de polisvoorwaarden), waarin – in het onderdeel “algemene voorwaarden” - onder meer het volgende is bepaald:

    “(…)

    Artikel 8 – Welk recht en welke taal zijn van toepassing

    8.1 Op deze overeenkomst is het Nederlandse recht van toepassing. (…)”.

    In het onderdeel “productvoorwaarden vaartuigverzekering” is onder meer het volgende bepaald:

    “(…) Artikel 7 – Wanneer kunt u geen beroep doen op een schade-uitkering volgens artikel 4?

    U ontvangt geen schade-uitkering:

    (…)

    7.2 Als de schade is ontstaan door onvoldoende onderhoud of onvoldoende zorg.

    7.3 Als sprake is van diefstal van:

    (…)

    - het vaartuig zonder afsluitbare kajuit en deze niet met een gehard stalen ketting of kabel, voorzien van een gehard stalen slot, is bevestigd aan de steiger of een vast punt op de wal; (…)

    Artikel 8 – Welke rechten heeft u bij het vaststellen van de schade-uitkering?

    (…)

    8.2 Het vaststellen van de schade-uitkering kan op twee manieren gebeuren:

    - de schade wordt in onderling overleg tussen u en FBTO vastgesteld;

    - de schade wordt vastgesteld door een bij het NIVRE (…) of bij het NVEP (…) ingeschreven expert die door FBTO wordt benoemd;

    8.3 Bij verschil van mening over de hoogte van de schade-uitkering tussen u en FBTO kunt u eveneens een expert benoemen. Deze expert dient een bij het NIVRE of het NVEP ingeschreven expert te zijn. (…)”.

    2.2. In december 2009 is [eiser] in verband met zijn werk voor enige tijd naar Tsjechië vertrokken. De sloep lag op dat moment op de gebruikelijke ligplaats, [jachthaven in plaats]. [eiser] heeft zijn vriend [naam 1] (hierna: [naam 1]) gevraagd de sloep tijdens zijn afwezigheid sneeuw- en ijsvrij te houden en een onderhoudsbeurt te laten geven. Op 11 februari 2010 is [naam 1] met de sloep gaan varen.

    2.3. Op 22 maart 2010 heeft [eiser] bij Achmea gemeld dat de sloep was gestolen. Op 30 maart 2010 heeft [naam 1] bij de politie aangifte gedaan van diefstal van de sloep. Op 21 april 2010 heeft hij opnieuw aangifte gedaan omdat de eerdere aangifte wegens computerproblemen niet kon naar behoren kon worden verwerkt. In het proces-verbaal van aangifte d.d. 20 april 2010 staat onder meer het volgende:

    “(…) Tussen donderdag 11 februari 2010 te 16.00 uur en zondag 21 maart 2010 te 16.00 uur werd op Buiten-IJ, binnen de gemeente Amsterdam, het in de aanhef vermelde feit gepleegd. (…)

    Toen ik de boot had aangemeerd en vastgemaakt met een kabelslot aan een steigerpaal bij de watersportvereniging Schellingwoude op ’t Buiten-IJ had ik hem met een zogeheten buiskap (dekzeil) afgedekt. Deze was blauw van kleur.

    Ik heb niemand toestemming gegeven deze boot met het dekzeil weg te nemen en het zich toe te eigenen. (…)”.

    2.4. Achmea heeft Vijzelaar Expertise (hierna: Vijzelaar) en Compander B.V. (Compander) opdracht gegeven een toedrachtonderzoek in te stellen en heeft de uitkomsten van die onderzoeken aan [eiser] bekendgemaakt. Schadeonderzoekers hebben in dat kader onder meer gesprekken gevoerd met (onder meer) [naam 1] en [eiser].

    2.5. Achmea heeft een rapport van Vijzelaar d.d. 15 april 2010 overgelegd waarin verslag wordt gedaan van het toedrachtonderzoek (hierna: het Vijzelaar-rapport). Ook heeft Achmea een door Compander opgetekende verklaring van de havenmeester annex beheerder van [jachthaven] overgelegd.

    2.6. [eiser] heeft de ligplaats van de sloep in [jachthaven] voor 1 februari 2010 schriftelijk opgezegd per 1 april 2010.

    2.7. Bij brief van 19 oktober 2010 heeft Achmea de aanspraak op dekking onder de verzekeringsovereenkomst afgewezen op grond van het feit dat de verzekerde naar haar oordeel onvoldoende medewerking had verleend aan het onderzoek en het feit dat sprake was van onvoldoende zorg voor het verzekerde object. Vervolgens heeft [naam 1] nogmaals een gesprek gevoerd met schadeonderzoeker De Boer van Compander.

    2.8. Bij brief van 10 oktober 2011 heeft Achmea aan [eiser] onder meer het volgende geschreven:

    “(…) De onderzoeker heeft andermaal een gesprek gehad met [naam 1]. Een schriftelijke verklaring is bijgesloten.

    Gezien de inhoud van deze verklaring en dan met name de laatste alinea, zult u begrijpen dat wij geen enkele waarde kunnen hechten aan deze verklaring. Wij handhaven dan ook ons afwijzend standpunt. (…)”.

    In het de bij genoemde brief gevoegde document “Verklaring betrokkene”, opgesteld door onderzoeker De Boer...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT