Eerste aanleg - meervoudig de Gerechtshof Amsterdam, Ondernemingskamer, April 05, 2013

Ponente:gepubliceerd
Fecha de Resolución:2013/04/05
Emisor:Ondernemingskamer
SAMENVATTING

Uitspraak Ondernemingskamer 29 maart 2013; STICHTING GEDUPEERDE LEDEN AGRICO / “AGRICO” COÖPERATIEVE HANDELSVERENIGING VOOR AKKERBOUWGEWASSEN U.A..

 
GRATIS UITTREKSEL

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

BESCHIKKING in de zaak met nummer 200.115.839/01 OK van:

de stichting

STICHTING GEDUPEERDE LEDEN AGRICO,

gevestigd te Emmeloord,

VERZOEKSTER,

advocaten: mr. P.D. Olden en mr. A.M. Boot, kantoorhoudende te Amsterdam,

t e g e n

de coöperatie met uitgesloten aansprakelijkheid

“AGRICO” COÖPERATIEVE HANDELSVERENIGING VOOR AKKERBOUWGEWASSEN U.A.,

gevestigd te Emmeloord,

VERWEERSTER,

advocaten: mr. J.W. Leedekerken en mr. S.P. Kamerbeek, kantoorhoudende te Amsterdam.

  1. Het verloop van het geding

    1.1 Hierna zal verzoekster (ook) worden aangeduid als de Stichting en verweerster als Agrico.

    1.2 De Stichting heeft bij op 30 oktober 2012 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verzoekschrift met producties de Ondernemingskamer verzocht een onderzoek te bevelen naar het beleid en de gang van zaken van Agrico “in de gehele omvang daarvan” en in ieder geval met betrekking tot het besluit om de industrieaardappelactiviteiten aan Aviko Potato B.V. (hierna Aviko te noemen) over te dragen en de daaraan voorafgaande besluitvorming in de periode gedurende het najaar van 2009, alsmede Agrico in de kosten van het geding te veroordelen.

    1.3 Agrico heeft bij op 3 januari 2013 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verweerschrift met producties de Ondernemingskamer verzocht de Stichting niet ontvankelijk te verklaren althans haar verzoek af te wijzen, met veroordeling van de Stichting in de kosten van het geding.

    1.4 Het verzoek is behandeld ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 17 januari 2013. Bij die gelegenheid hebben de advocaten de standpunten van hun wederzijdse cliëntes toegelicht, beiden aan de hand van - aan de Ondernemingskamer en de wederpartij overgelegde - pleitaantekeningen en (op voorhand toegezonden) nadere producties.

  2. De feiten

    De Ondernemingskamer gaat uit van de volgende feiten:

    2.1 Agrico is in 1973 ontstaan door een fusie van drie coöperaties van aardappeltelers in Nederland. Zij heeft haar activiteiten sindsdien geografisch uitgebreid tot de wereldwijde aardappelmarkt, meer in het bijzonder tot de ontwikkeling, teelt en verkoop van (nieuwe) aardappelrassen (pootgoed) en de teelt en verkoop van consumptieaardappelen (industrieaardappel-, tafelaardappel- en biologische aardappelteelt). Industrieaardappelen zijn bestemd voor de frites- en chipsindustrie. De belangrijkste verwerkers in Nederland zijn Aviko (onderdeel van Koninklijke Coöperatie Cosun U.A.), Farm Frites en Lamb Weston Meijer (hierna tezamen ook de Industrieën te noemen).

    2.2 Agrico is een handelshuis. Blijkens haar statuten (artikel 3 lid 1) stelt Agrico zich ten doel:

    “in stoffelijke behoeften van haar leden te voorzien krachtens overeenkomsten met hen gesloten in het bedrijf dat zij te dien einde te hunnen behoeve uitoefent en/of doet uitoefenen.”

    Zij tracht haar doel te bereiken door onder meer (lid 2 sub a. van genoemd artikel):

    “het verzorgen en bevorderen van de afzet van de door haar leden verbouwde pootaardappelen en consumptieaardappelen (…)”.

    Lid kunnen uitsluitend worden (artikel 4 lid 1) personen

    “die zich in hun bedrijven daadwerkelijk bezighouden met de teelt van ten minste één der [in artikel 3] bedoelde producten”.

    In artikel 5 lid 5 van de statuten is bepaald:

    “Het toetreden als lid tot de coöperatie houdt in het aangesloten zijn bij de afdeling pootaardappelen en bij de afdeling consumptieaardappelen. (…)”

    Omtrent die afdelingen luidt artikel 12:

  3. De coöperatie wordt als een geheel bestuurd. Zij kent echter afdelingen waarin de verschillende producten afzonderlijk worden ondergebracht, zoals een afdeling pootaardappelen en een afdeling consumptieaardappelen. Andere afdelingen kunnen bij besluit van de ledenraad worden ingesteld.

  4. Alle leden der coöperatie zijn van rechtswege aangesloten bij de afdeling pootaardappelen en de afdeling consumptieaardappelen der coöperatie. Beëindiging van het lidmaatschap van de coöperatie houdt in een van rechtswege beëindiging van het aangesloten zijn bij alle afdelingen van de coöperatie.

  5. (...)”

    2.3 In 2003 heeft Agrico in het kader van een strategische heroriëntatie een onderzoek laten doen door het Landbouw-Economisch Instituut/LEI B.V. (hierna het LEI te noemen). Dit onderzoek is uitgevoerd in de vorm van een desk research (het verzamelen en presenteren van informatie) en als begeleiding bij het vormgeven van de strategiediscussie die binnen Agrico plaatsvond. Hierbij stond steeds een analyse van sterktes/zwaktes en bedreigingen/kansen centraal. De resultaten van het onderzoek zijn neergelegd in een rapport van maart 2003 en omvatten conclusies ter zake van onder meer consumententrends en marktontwikkelingen, ketenoptimalisatie en telersniveau. Omtrent de consumptieaardappelteelt is vermeld dat die

    “van karakter (zal) veranderen; enerzijds wordt de consumptieaardappel meer en meer een grootschalige industriegrondstof en anderzijds wordt de niche tafelaardappel bediend. In beide toepassingen moet de kostprijs omlaag en wordt de productkwaliteit steeds belangrijker. (…) Er lijkt algemene overeenstemming dat het oude succesmodel van Agrico in de consumptieteelt op zijn laatste benen loopt. Dat businessmodel was gebaseerd op pools waarin minimaal het prijsrisico van het oogstjaar werd gedeeld (…) en waarin het Agrico-management als verdeler optreedt door op basis van de kwaliteit te schuiven met partijen naar bestemmingen. (…) Steeds meer (grotere) telers willen, mede om langjarig financieringsrisico’s te beperken, contracten en kunnen een bepaalde kwaliteit garanderen (…) op basis waarvan men ook rechtstreeks een vooraf vaststaande bestemming kan beleveren. Voor de industrie is dat aantrekkelijk en verhoogt het de onafhankelijkheid en transparantie. (…) In deze situatie kan een pool te weinig profiteren van goede grote, homogene partijen, c.q. de meerwaarde daarvan kan niet naar de betrokken teler worden terugvertaald. Er is op die manier geen toegevoegde waarde te leveren naar de frites- en chipsindustrie en de pools zijn te klein voor marktmacht gebaseerd op omvang. (…)”.

    Naar aanleiding van haar bevindingen heeft het LEI vervolgens een Strategie-agenda ontwikkeld welke voor de industrieaardappelteelt inhoudt:

    “Weg met de industriegrondstof voor frites of chips

    - Collectie voor industrie (frites, chips) afbouwen

    - Collectie industrie stoppen

    - Industrie bulk binnen twee jaar afbouwen

    - Afzet aan fritesindustrie oplossen”

    In bijlage 5 bij het rapport van het LEI staat met betrekking tot de industrieaardappelteelt voorts nog de aanbeveling om “een desinvesteringsplan voor activiteiten in het bedrijf en grondstof-aanvoer van leden” te maken.

    2.4 In de statuten van Agrico is onder meer bepaald, kort gezegd, dat de leden alle op de bij hen in gebruik zijnde gronden verbouwde pootaardappelen en consumptieaardappelen ter afzet aan Agrico moeten (af)leveren, die hiertegenover een afnameverplichting heeft. Sinds het oogstjaar 2003 is die verplichte levering voor consumptieaardappeltelers beperkt tot ten minste 50% van het totaal geteelde areaal. Elk jaar sloten de industrieaardappeltelers (individuele) teeltovereen-komsten met Agrico waarin (aan de hand van door Agrico vastgestelde verkoop- en teeltplannen) was bepaald welk gedeelte van hun areaal zij via Agrico zouden vermarkten. De prijs voor de aardappelen werd door (de raad van beheer van) Agrico vastgesteld na afsluiting van het verkoopseizoen. De pootgoedtelers bleven verplicht 100% van hun pootgoed aan Agrico te leveren.

    2.5 In december 2004 is de bestuursstructuur van Agrico gewijzigd in (onder meer) die zin dat het bestuur niet langer uit uitsluitend leden/telers bestond maar uit “fulltime professionals” met daarnaast een raad van beheer bestaande uit - voornamelijk - leden/telers, en is het wettelijke aansprakelijkheidsregime van “B.A.” (beperkte aansprakelijkheid) gewijzigd in “U.A.” (uitsluiting van aansprakelijkheid). Voorts zijn de statuten (onder meer) zodanig gewijzigd dat alleen nog bij een voorgenomen besluit tot ontbinding van Agrico, en niet ook bij een voorgenomen wijziging van haar statuten, de leden in de regiovergaderingen dienen te worden gehoord alvorens de ledenraad daarover besluit.

    2.6 In het kader van (de voorbereiding van) de verkoop van het product ‘CêlaVíta’ (kleine tafel- en krielaardappelen) van Agrico is in de periode 2004/2005 binnen het bestuur en de raad van beheer van Agrico een discussie gestart of niet de gehele industrieaardappelafdeling moest worden verkocht. Het bestuur concludeerde in een notitie van 6 april 2005 ten behoeve van de raad van beheer dat “Agrico geen wezenlijke functie meer heeft voor haar leden als het gaat om teelt- en collectie van industriële grondstoffen voor derden”. Het bestuur achtte drie opties denkbaar, waarbij het vooral de derde optie - het integreren van de grondstofactiviteiten van Agrico bij een andere partij - sterk het overwegen waard vond, mits de daarbij beoogde integratiepartner Cosun/Aviko (die zowel CêlaVíta wilde kopen als de industriële grondstof-activiteiten van Agrico integreren), ook de optimale koper van CêlaVíta zou blijken te zijn.

    Uiteindelijk is CêlaVíta medio 2005 verkocht aan de Wernsing groep. Daarbij is de industriële grondstofvoorziening voor CêlaVíta (inclusief 5 fte aan personeel) meeverkocht. De industrie-aardappelafdeling van Agrico werd aldus in afgeslankte vorm voortgezet.

    2.7 Met ingang van het oogstjaar 2006 is voor de industrieaardappeltelers een zogeheten pool met bodemgarantie geïntroduceerd. Hierbij garandeert Agrico een bepaalde uitbetalingsprijs (€ 6 per 100 kilo, per week 13 van een bepaald oogstjaar). Indien de door haar gerealiseerde prijs in een bepaald oogstjaar boven de gegarandeerde prijs uitkomt, houdt Agrico volgens een bepaalde staffel een deel van die prijs in om een buffer op de bouwen voor minder goede oogstjaren. De aldus gevormde buffer kwalificeert als eigen vermogen van Agrico. De pool werkt steeds voor één jaar: alleen...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT