Hoger beroep van Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 7 mei 2013

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak: 7 mei 2013
Uitgevende instantie::Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
SAMENVATTING

Vervolg van LJN BZ9335. Onbevoegde vertegenwoordiging. Bekrachtiging. Berekening van schadevergoeding na opzegging. Voordeelstoerekening. Schadebeperkingsplicht. Indirecte kosten.

 
GRATIS UITTREKSEL

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.096.673

(zaaknummer rechtbank Arnhem 198004)

arrest van de tweede civiele kamer van 7 mei 2013

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Move Communicatie & Marketing B.V.,

gevestigd te Tilburg,

appellante in het principaal beroep,

geïntimeerde in het incidenteel beroep,

hierna: Move,

advocaat: mr. K.M. Peters,

tegen:

de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid

Vrooam Vereniging Groothandelaren Automaterialen,

gevestigd te Ede,

geïntimeerde in het principaal beroep,

appellante in het incidenteel beroep,

hierna: Vrooam,

advocaat: mr. W.A.J. Hagen.

1 Het verloop van het geding

1.1 Voor het verloop van het geding tot aan het arrest van 2 oktober 2012 (hierna: het tussenarrest), verwijst het hof naar dat arrest.

1.2 Ingevolge het tussenarrest heeft het hof heeft het hof met partijen gecompareerd, nadat Vrooam een nadere toelichting na tussenarrest in het geding had gebracht (met daarbij enkele nieuwe producties) en Move enkele nieuwe producties. Een akte van de zijde van Move is door de raadsheer-commissaris geweigerd wegens strijd met de bij het tussenarrest gegeven instructie. Van het bij gelegenheid van de comparitie van partijen verhandelde, is proces-verbaal opgemaakt.

1.3 Vervolgens hebben partijen arrest gevraagd en heeft hof arrest bepaald.

1.4 Gelet op artikel CIII van de Wet herziening gerechtelijke kaart (Staatsblad 2012, 313) wordt in deze voor 1 januari 2013 aanhangig gemaakte zaak uitspraak gedaan door het hof Arnhem-Leeuwarden, locatie Arnhem.

2 Voortgezette motivering van de beslissing in hoger beroep

Opzegtermijn voor overige werkzaamheden?

2.1 De comparitie van partijen diende er in de eerste plaats toe om Vrooam in de gelegenheid te stellen om te reageren op het overleggen door Move van haar jaarcijfers over 2009 (tussenarrest onder 4.11 en 4.12).

2.2 Bij haar nadere toelichting na tussenarrest heeft Vrooam de juistheid van de bedoelde jaarcijfers betwist op de grond de omstandigheid dat de verantwoordelijke accountant slechts een samenstellingsverklaring heeft afgegeven (nadere toelichting na tussenarrest onder 9). Die omstandigheid is echter geen reden om de bedoelde jaarcijfers buiten beschouwing te laten. In dit verband is van belang dat Move de cijfers heeft overgelegd in reactie op de stel-ling van Vrooam dat uit de jaarcijfers van 2009 van Move zou blijken dat Move het wegvallen van het werk voor Vrooam goed heeft kunnen opvangen. Dat is gelet op de door Move overgelegde cijfers niet vol te houden.

2.3 In haar reactie op de bedoelde jaarcijfers heeft Vrooam voorts haar standpunt herhaald (zie memorie van antwoord in principaal appel onder 35 e.v.) dat Move op de opzegging kon anticiperen omdat zij de beëindiging van de relatie kon zien aankomen (nadere toelichting na tussenarrest onder 2 tot en met 7). In dat verband heeft Vrooam ter gelegenheid van de com-paritie een stuk overgelegd, gedateerd 20 maart 2009, dat volgens haar een concept is dat destijds tussen Move en [de directeur] is uitgewisseld (aangehecht aan het proces-verbaal van de comparitie). Bedoeld stuk is gericht aan de leden van de vereniging en houdt onder meer in dat bij het bestuur een voorstel ter tafel lag volgens welke Vrooam feitelijk per 1 mei 2009 zou worden opgeheven en de activiteiten zouden worden voortgezet door [belanghebbende] met een marketingconcept onder de naam Autofocus. In reactie hierop heeft Move ter zitting niet ontkend dat zij op 20 maart 2009 wist dat een verregaand voorstel tot reorganisatie van Vrooam op tafel lag, maar heeft zij aangevoerd dat uit de brief die volgens haar op 20 maart 2009 naar de leden is gegaan (productie 8 bij nadere toelichting na tussenarrest van Vrooam) juist blijkt dat het bestuur voorlopig niet voor dit voorstel voelde. Volgens Vrooam was er onenigheid binnen het bestuur, waarbij (zo begrijpt het hof) [de directeur] tegenover de overige bestuursleden stond. Dat Move dit heeft kunnen weten, kan echter uit de overgelegde stukken niet worden afgeleid. Move heeft bij gelegenheid van de comparitie van partijen verder aangevoerd dat uit de stukken van [belanghebbende] niet bleek dat er voor Move geen werk meer zou zijn. Dit kan echter niet wegnemen dat het aan Move in ieder geval op 20 maart 2009 duidelijk moet zijn geweest dat de mogelijkheid bestond van een ingrijpende reorgani-satie van Vrooam, met als gevolg onzekerheid over de voortzetting van haar werkzaamheden voor Vrooam.

2.4 Voor zover Vrooam bij haar nadere toelichting na tussenarrest onder 2 en 8 heeft aangevoerd dat gezondheidsproblemen van [medewerker A] van Move de oorzaak waren van het verlies van opdrachten, blijft dat buiten beschouwing...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT