Eerste aanleg - meervoudig van Centrale Raad van Beroep, May 16, 2013

Datum uitspraak:2013/05/16
Uitgevende instantie::Centrale Raad van Beroep
SAMENVATTING

De door de Commissie Algemene Oorlogsongevallenregeling gehanteerde wijze van besluitvorming is onjuist en in strijd met artikel 7:11, eerste lid, van de Awb. Op grond van dat artikellid was verweerster gehouden om het oorspronkelijke primaire besluit van 21 september 2007 in volle omvang te heroverwegen. Invaliditeitsuitkering naar een mate van arbeidsongeschiktheid als gevolg van het... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

10/4639 AOR

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak in het geding tussen

Partijen:

[A. te B.] (appellant)

de Commissie Algemene Oorlogsongevallenregeling (verweerster)

Datum uitspraak: 16 mei 2013

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. J.C.M. van Berkel, advocaat, beroep ingesteld tegen het besluit van verweerster van 16 juli 2010, kenmerk 0004698/CAOR (bestreden besluit). Dit betreft de toepassing van de Algemene Oorlogsongevallenregeling (AOR).

Verweerster heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 april 2013. Voor appellant is mr. Van Berkel verschenen. Verweerster heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. R.L.M.J. Gielen.

OVERWEGINGEN

1. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1. Appellant is in 1943 geboren in het toenmalig Nederlands-Indië. Hij heeft op 6 februari 2007 een aanvraag ingediend om - onder meer - een uitkering op grond van de AOR. Bij besluit van 21 september 2007 heeft verweerster de aanvraag afgewezen op de grond dat de gestelde oorlogservaringen niet zijn bevestigd. Bij besluit van 11 juni 2009 heeft verweerster het hiertegen gerichte bezwaar gegrond verklaard en alsnog aanvaard dat appellant onder de werkingssfeer van artikel 1 van de AOR valt. Als oorlogscalamiteiten zijn erkend: mishandeling toen hij iemand water wilde geven die met prikkeldraad aan een boom was vastgebonden, opsluiting in een kippenhok op alleen water en brood en het zien mishandelen van mensen met bamboestokken.

1.2. Bij besluit van 29 december 2009 heeft verweerster aan appellant een invaliditeitsuitkering toegekend. Daarbij is de mate van arbeidsongeschiktheid als gevolg van het oorlogsletsel vastgesteld op 30%. Het hiertegen gerichte bezwaar van appellant is bij het bestreden besluit ongegrond verklaard.

2. Naar aanleiding van hetgeen in beroep is aangevoerd, overweegt de Raad als volgt.

2.1. Appellant acht de onder 1.1 en 1.2 omschreven wijze van besluitvorming onjuist. Hij heeft erop gewezen dat de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zich tegen een "getrapte" beslissing op bezwaar verzet.

2.2. Deze beroepsgrond treft doel. Wat appellant heeft aangevraagd, is een uitkering op grond van de AOR. Met de enkele vaststelling dat hij gezien zijn oorlogservaringen onder de werkingssfeer van de AOR valt, was die aanvraag nog niet afgehandeld. Daartoe diende nog te worden onderzocht of, en zo ja in hoeverre, appellant als gevolg van zijn oorlogservaringen...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT