Eerste aanleg - meervoudig van Centrale Raad van Beroep, 16 mei 2013

Datum uitspraak:16 mei 2013
Uitgevende instantie::Centrale Raad van Beroep
SAMENVATTING

Vaststelling ingangsdatum. Anders dan verweerster kennelijk meent, is van de als uitzonderlijk te beschouwen situatie van een feitelijk nieuwe aanvraag in dit geval geen sprake. Appellant heeft in bezwaar de bevindingen van Laatsch met betrekking tot zijn psychische klachten bestreden. Van den Brand heeft, in lijn met het bezwaar van appellant, uit die klachten een hoger... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

11/98 AOR

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak in het geding tussen:

Partijen:

[A. te B.] (appellant)

de Commissie Algemene Oorlogsongevallenregeling (verweerster)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. J.C.M. van Berkel, advocaat, beroep ingesteld tegen het besluit van verweerster van 23 december 2010, kenmerk 0008144/CAOR (bestreden besluit). Dit betreft de toepassing van de Algemene Oorlogsongevallenregeling (AOR).

Verweerster heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 april 2013. Appellant heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. Van Berkel. Verweerster heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. R.L.M.J. Gielen.

OVERWEGINGEN

  1. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende hier van belang zijnde feiten en omstandigheden.

    1.1. Appellant, geboren in 1943 in het voormalig Nederlands-Indië, heeft op 25 juli 2008 verzocht om een uitkering en voorzieningen op grond van de AOR. Verweerster achtte voldoende aannemelijk dat appellant tijdens de Japanse bezetting geïnterneerd is geweest, en heeft naar aanleiding van de aanvraag medisch onderzoek doen verrichten door G.J. Laatsch, arts. Deze heeft in een rapportage van 17 september 2009 vastgelegd dat betrokkene als gevolg van causale klachten voor 20% ongeschikt is voor het verrichten van passende arbeid. Bij besluit van 15 maart 2010 heeft verweerster appellant, met ingang van 1 juli 2008, onder meer een invaliditeitsuitkering toegekend, waarbij de conclusie van Laatsch is gevolgd. Gelet op het bepaalde in de AOR is rekening gehouden met de helft van het door Laatsch vastgestelde percentage en is de uitkering dus berekend naar een percentage van 10.

    1.2. Appellant heeft tegen het besluit van 15 maart 2010 bezwaar gemaakt. Naar aanleiding van dit bezwaar heeft verweerster opnieuw medisch onderzoek laten verrichten, ditmaal door F.A.M. van den Brand, arts. Van den Brand heeft in een rapportage van 12 juli 2010 geconcludeerd tot een causaal bepaalde mate van arbeidsongeschiktheid van 30%. Gelet op deze conclusie heeft verweerster bij het bestreden besluit het bezwaar van appellant gegrond verklaard en het causale arbeidsongeschiktheidspercentage met ingang van 1 maart 2010, zijnde de eerste dag van de maand waarin het bezwaar is ingediend, vastgesteld op 30, met een uitkeringspercentage van 15. Omdat volgens verweerster geen sprake was van onrechtmatigheid als bedoeld in artikel 7:15, tweede lid, van de Algemene wet...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT