Voorlopige voorziening+bodemzaak van Rechtbank Den Haag, Voorzieningenrechter, May 21, 2013

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:2013/05/21
Uitgevende instantie::Voorzieningenrechter
SAMENVATTING

bevoegdheid Verzoekers hebben driemaal eerder een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. In de derde procedure is het hoger beroep bij de Afdeling aanhangig. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat de voorzieningenrechter onbevoegd is om van de gedingen kennis te nemen. Hiertoe wijst verweerder op twee door hem overgelegde uitspraken van deze rechtbank, zittingsplaats Amsterdam,... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummers: AWB 13 / 11257, 13 / 11260 en 13 / 11290 (voorlopige voorziening)

AWB 13 / 11251, 13 / 11258 en 13 / 11292 (beroep)

uitspraak van de voorzieningenrechter van 21 mei 2013 in de zaak tussen

  1. [naam verzoeker],

    geboren op [geboortedatum], verzoeker;

  2. [naam verzoekster],

    geboren op [geboortedatum], verzoekster en

  3. [naam kind],

    geboren op [geboortedatum], verzoeker,

    allen van Pakistaanse nationaliteit,

    tezamen te noemen verzoekers,

    (gemachtigde: mr. J. Singh, advocaat te Hoofddorp),

    en

    de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,

    verweerder,

    (gemachtigde: mr. J.M. Hollebrandse, werkzaam bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst).

    Procesverloop

    Bij besluiten van 24 april 2013 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de aanvragen van verzoekers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. In de besluiten zijn tevens terugkeerbesluiten vervat, waarin is aangegeven dat verzoekers Nederland onmiddellijk dienen te verlaten.

    Verzoekers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Zij hebben de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Zij verzoeken verweerder te verbieden hen uit te zetten tot vier weken nadat de rechtbank op het beroep heeft beslist.

    Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 mei 2013. Verzoekers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

    Overwegingen

  4. Indien tegen een besluit beroep bij de rechtbank is ingesteld, kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is in de hoofdzaak, ingevolge artikel 8:81, eerste lid, Algemene wet bestuursrecht (Awb) op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

  5. De voorzieningenrechter gaat bij de beoordeling uit van de volgende feiten. Verzoekers hebben op 13 oktober 2008 een aanvraag ingediend om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Deze aanvragen zijn bij besluiten van 10 november 2009 afgewezen. Bij uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Assen, van 28 december 2010 zijn de beroepen van verzoekers hiertegen ongegrond verklaard. Deze uitspraak is in hoger beroep bevestigd bij uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) van 15 september 2011.

    Op 25 augustus 2011 hebben verzoekers opnieuw een aanvraag ingediend om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Bij besluiten van 2 september 2011 zijn deze aanvragen afgewezen. Bij uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Groningen, van 24 januari 2012 zijn de door verzoekers ingestelde beroepen ongegrond verklaard.

    Op 27 december 2012 hebben verzoekers wederom een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Bij besluiten van 8 januari 2013 zijn deze aanvragen afgewezen. De hiertegen ingestelde beroepen zijn bij uitspraak van deze rechtbank van 31 januari 2013 ongegrond verklaard. Hiertegen is op 6 februari 2013 hoger beroep ingesteld. Niet in geschil is dat dit hoger beroep thans nog bij de Afdeling aanhangig is.

    3.1. Verweerder heeft zich bij brief van 8 mei 2013 op het standpunt gesteld dat de voorzieningenrechter onbevoegd is om van de gedingen kennis te nemen. Hiertoe wijst verweerder op twee door hem overgelegde uitspraken van deze rechtbank, zittingsplaats Amsterdam, van 29 maart 2013 en 19 april 2013 in de zaken met nummers AWB 13/7313 en AWB 13/ 8755, in welke uitspraken wordt verwezen naar de uitspraken van de Afdeling namelijk van 21 februari 2013 (BZ2788) en 19 maart 2013 (BZ5378). Uit deze uitspraken volgt volgens verweerder dat in een geval als het onderhavige de voorzitter van de Afdeling bij uitsluiting bevoegd is van het verzoek om een voorlopige voorziening kennis te nemen.

    ...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT