Herziening van Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, May 21, 2013

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:2013/05/21
Uitgevende instantie::Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
SAMENVATTING

Voor toerekening van schijn van volmachtverlening kan ook plaats zijn ingeval ING Bank gerechtvaardigd heeft vertrouwd op volmachtverlening door Bera Holding aan X op grond van feiten en omstandigheden die voor risico van Bera Holding komen en waaruit naar verkeersopvattingen zodanige schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid kan worden afgeleid.

 
GRATIS UITTREKSEL

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.096.803

(zaaknummer rechtbank Amsterdam 326874)

arrest na verwijzing van de derde kamer van 14 mei 2013

in de zaak van

de naamloze vennootschap ING BANK N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

appellante,

hierna: ING Bank,

advocaat: mr. P.F. Hopman,

tegen:

de naamloze vennootschap naar Surinaams recht BERA HOLDING N.V.,

gevestigd in Suriname,

geïntimeerde,

hierna: Bera Holding,

advocaat: mr. drs. I.M.C.A. Reinders Folmer.

  1. Het geding tot aan verwijzing

    Voor het verloop van het geding tot 19 februari 2010 verwijst het hof naar het op die datum uitgesproken arrest van de Hoge Raad der Nederlanden (verder: de Hoge Raad), gewezen tussen ING Bank als eiseres tot cassatie en Bera Holding als verweerster in cassatie.

  2. Het geding in hoger beroep na verwijzing

    2.1 Bera Holding heeft ING Bank bij exploot van 31 oktober 2011 opgeroepen om op

    8 november 2011 voor dit hof te verschijnen. Zij heeft daarbij gevorderd dat het hof bij arrest, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de bij dat exploot ingestelde vordering tot verval van instantie zal toewijzen met veroordeling van ING Bank in de kosten van het geding.

    2.2 Bera Holding heeft de zaak aangebracht op de roldatum 8 november 2011. Op die roldatum heeft zich geen procesvertegenwoordiger gesteld voor ING Bank. De zaak is toen verwezen naar de roldatum 6 december 2011 voor beraad aan de zijde van Bera Holding en vordering verval van instantie.

    2.3 Op de roldatum 6 december 2011 heeft zich een procesvertegenwoordiger voor ING Bank gesteld. De zaak is toen verwezen naar de roldatum 17 januari 2012 voor memorie na verwijzing aan de zijde van ING Bank.

    2.4 Op de roldatum 17 januari 2012 heeft ING Bank geen memorie na verwijzing genomen. De zaak is toen verwezen naar de roldatum 14 februari 2012, waarop ING Bank een memorie na verwijzing heeft genomen. Daarbij heeft ING Bank de zaak nader toegelicht en geconcludeerd dat het hof bij arrest na verwijzing, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, het door de rechtbank Amsterdam tussen de partijen op (het hof begrijpt:)

    29 november 2006 gewezen vonnis zal vernietigen en, opnieuw recht doende, bij arrest Bera Holding alsnog in haar vordering in al haar onderdelen niet-ontvankelijk zal verklaren, althans haar die vorderingen zal ontzeggen, en Bera Holding zal veroordelen in de kosten van het geding in eerste aanleg, in hoger beroep en in hoger beroep na verwijzing.

    2.5 Op de roldatum 14 februari 2012 is de zaak verwezen naar de roldatum 27 maart 2012 voor antwoordmemorie na verwijzing aan de zijde van Bera Holding. Die memorie is toen niet genomen. De zaak is vervolgens aangehouden tot de roldatum 24 april 2012 en daarna tot 15 mei 2012. Op de laatste datum heeft Bera Holding een antwoordmemorie na verwijzing genomen. Daarbij heeft Bera Holding onder overlegging van vier nieuwe producties primair verval van instantie gevorderd. Subsidiair heeft zij de zaak nader toegelicht. Haar conclusie luidt dat het hof bij arrest na verwijzing voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad primair tegen ING Bank het verval van instantie uitspreekt en subsidiair de vorderingen van ING Bank ongegrond verklaart en de op 28 december 2005 en 29 november 2006 door de rechtbank Amsterdam tussen de partijen gewezen vonnissen bekrachtigt, zowel primair als subsidiair met veroordeling van ING Bank in de kosten van het geding in eerste aanleg, in het hoger beroep en in het hoger beroep na verwijzing met inbegrip van de nakosten.

    2.6 Ter zitting van 21 september 2012 hebben de partijen de zaak doen bepleiten,

    ING Bank door mr. P.F. Hopman, advocaat te Amsterdam, en Bera Holding door

    mr.drs. S. Bharatsingh, advocaat te Hilversum. Beiden hebben daarbij pleitnotities in het geding gebracht.

    2.7 Na afloop van de pleidooien heeft het hof arrest bepaald.

    2.8 Gelet op artikel CIII van de Wet herziening gerechtelijke kaart (Staatsblad 2012, 313) wordt in deze voor 1 januari 2013 bij het gerechtshof Arnhem aanhangig gemaakte zaak uitspraak gedaan door...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT