Herziening van Centrale Raad van Beroep, 15 mei 2013

Datum uitspraak:15 mei 2013
Uitgevende instantie::Centrale Raad van Beroep
SAMENVATTING

Afwijzing verzoek om herziening. Verzoeker heeft een rapportage van een neuroloog in geding gebracht. Uit het rapport van de neuroloog blijkt dat het klachtenpatroon van verzoeker al jaren stabiel is. In zijn rapportage heeft de neuroloog slechts een andere kwalificatie gegeven aan de al bekende medische gegevens. Dit kan volgens vaste rechtspraak, bijvoorbeeld de uitspraak van de Raad van 10... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

11/7009 ZW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 21 september 2011, 10/2677 ZW

Partijen:

[A. te B.] (verzoeker)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak 15 mei 2013.

PROCESVERLOOP

Verzoeker heeft verzocht om herziening van de hiervoor genoemde uitspraak van de Raad.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 3 april 2013. Verzoeker is verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. R.E.J.P.M. Rutten.

OVERWEGINGEN

  1. In de uitspraak waarvan herziening is verzocht, is de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 31 maart 2010, 09/685, bevestigd. De rechtbank had het beroep tegen het besluit van het Uwv van 12 februari 2009 ongegrond verklaard. Bij dat besluit had het Uwv de bezwaren van verzoeker gericht tegen het besluit van 22 januari 2009, waarin is bepaald dat verzoeker met ingang van 23 januari 2009 geen recht (meer) had op een uitkering op grond van de Ziektewet, ongegrond verklaard.

  2. Verzoeker heeft aangevoerd dat uit de resultaten van een second opinion die hij op 31 oktober 2011 heeft laten verrichten door neuroloog dr. L.R. Canta als nieuw feit naar voren is gekomen dat bij hem geen sprake is van een hernia, maar van een afgestorven zenuw. Dit rechtvaardigt volgens verzoeker een heropening van zijn zaak.

  3. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

    3.1. Op grond van artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), in verbinding met artikel 21 van de Beroepswet kan een onherroepelijk geworden uitspraak van de Raad op verzoek van een partij worden herzien op grond van feiten of omstandigheden die: a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,

    1. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en

    2. waren zij bij de Raad bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.

    3.2. Zoals de Raad onder meer in zijn uitspraak van 3 oktober 2003, LJN AN7982, heeft overwogen is het bijzondere rechtsmiddel van herziening niet gegeven om, anders dan op grond van enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid als hiervoor bedoeld, een hernieuwde discussie over de betrokken zaak te voeren en evenmin om een discussie over de betrokken uitspraak te openen.

    3.3. Uit het rapport van neuroloog Canta van 14 november 2011 blijkt dat het klachtenpatroon van verzoeker...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT