Wraking van Gerechtshof Den Haag, 3 mei 2013

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak: 3 mei 2013
Uitgevende instantie::Gerechtshof Den Haag
SAMENVATTING

Wraking. Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk. Ten overvloede: het feit dat rechter en deskundige elkaar kennen uit bestuursfuncties in het verleden is ontoereikend om een objectief gerechtvaardigde schijn van partijdigheid te wekken.

 
GRATIS UITTREKSEL

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel recht

Zaaknummer wrakingszaak : 200.006.610/02

Zaaknummer hoofdzaak : 200.006.610/01

Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakings- en verschoningsverzoeken van 3 mei 2013

inzake het schriftelijke verzoek tot wraking, als bedoeld in artikel 36 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, in de hoofdzaak met genoemd zaaknummer van:

[verzoeker],

wonende te [woonplaats],

verzoeker,

advocaat voorheen mr. A.H. van Haga te Den Haag, thans mr. J.B. Boone te Wijk bij Duurstede.

Het geding

  1. In de procedure onder zaaknummer 200.006.610/01 tussen [verzoeker] als verzoeker, tevens incidenteel verweerder, in hoger beroep (hierna ook te noemen: de man) en [de vrouw] als verweerster, tevens incidenteel verzoekster, in hoger beroep (hierna ook te noemen: de vrouw), heeft op 23 april 2010 een terechtzitting van de meervoudige familiekamer plaatsgevonden, alwaar zitting hadden mr. A.N. Labohm, voorzitter, mr. H.P.Ch. van Dijk en mr. A.S. Mertens-de Jong, leden (hierna gezamenlijk te noemen: de raadsheren). Bij beschikking van 9 juni 2010 - gegeven door mrs. Labohm, Van Dijk en Mertens-de Jong - is:

    - de heer A. Hak RA (verder: de heer Hak) benoemd tot deskundige;

    - bepaald dat de man een voorschot van € 35.700,- ter griffie van het hof zal deponeren;

    - mr. A.N. Labohm tot raadsheer-commissaris benoemd en bij diens afwezigheid mr. H.P.Ch. van Dijk;

    - bepaald dat een regiezitting zal plaatsvinden op woensdag 21 juli 2010;

    - bepaald dat de heer Hak zijn deskundigenbericht met redenen omkleed binnen vier maanden na de regiezitting zal toezenden aan de griffier van dit hof;

    - bepaald dat uit het deskundigenbericht moet blijken dat partijen bij het onderzoek in de gelegenheid zijn gesteld opmerkingen te maken en verzoeken te doen;

    - iedere verdere beslissing aangehouden.

    Op 21 juli 2010 heeft een regiezitting plaatsgevonden in tegenwoordigheid van mr. A.N. Labohm als raadsheer-commissaris.

  2. Bij brief van 29 oktober 2012 van zijn advocaat heeft de man de president van dit hof bericht dat ten aanzien van mr. Labohm de schijn van belangenverstrengeling is ontstaan en dat hij, indien mr. Labohm geen behoorlijke uitleg geeft voor zijn handelwijze, niet zal schromen mr. Labohm te wraken. Bij brief van 27 februari 2013 heeft de (advocaat van de) man mr. Labohm verzocht zich aan de procedure te onttrekken, dan wel zich te verschonen, bij gebreke waarvan de man heeft aangekondigd over te zullen gaan tot het indienen...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT