Eerste aanleg - meervoudig van Rechtbank Haarlem, December 21, 2012

Sprekergepubliceerd
Datum uitspraak2012/12/21
Uitgevende instantie:Rechtbank Haarlem

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/740330-12

Uitspraakdatum: 21 december 2012

Tegenspraak

Promisvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 4 en 7 december 2012 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens op het adres [adres],

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Almere te Almere.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie,

mr. J.G. Hendriks en van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. A. Çimen, advocaat te Haarlem, naar voren hebben gebracht.

  1. Tenlastelegging

    Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

    feit 1:

    hij op of omstreeks 6 maart 2012 te Haarlem tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een mobiele telefoon (merk Blackberry), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en)

    dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s)

    - een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, aan die [slachtoffer 1] heeft/hebben getoond en/of (vervolgens) heeft/hebben doorgeladen en/of

    - een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op/tegen het hoofd van die [slachtoffer 1] heeft/hebben geplaatst en/of

    - (meermalen) tegen die [slachtoffer 1] heeft/hebben gezegd "Geef mij je Blackberry",

    althans woorden van gelijke aard/strekking, en/of

    - (vervolgens) een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, tegen het hoofd van die [slachtoffer 1] heeft/hebben geduwd;

    feit 2:

    hij op of omstreeks 10 maart 2012 te Heemskerk ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] te dwingen tot de afgifte van geld en/of goed(eren) van zijn/hun gading, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], in elk geval aan een

    ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] heeft gericht en/of aan hen heeft getoond en/of waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zei/zeiden "Geef je geld, geef je portemonnee, anders schiet ik je neer" en/of "Zakken legen", althans woorden van gelijke dreigende aard/strekking, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

    feit 3:

    hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2012 tot en met 27 maart 2012 te Heemskerk, in elk geval in Nederland, een of meerdere autoradio('s) en/of navigatiesyste(e)m(en),(waaronder een VDO Dayton, type MS 4200) en/of een of

    meerdere zonnebril(len) en/of een of meerdere creditcard(s) en/of een of meerdere bankpas(sen) en/of een rijbewijs, waarvan sommigen/welke allen op naam van [slachtoffer 4] stonden, heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die goederen wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.

  2. Voorvragen

    De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

  3. Bewijs

    3.1. Standpunt van de officier van justitie

    De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten.

    3.2. Redengevende feiten en omstandigheden

    De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank - nu verdachte deze feiten heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit - zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen, te weten:

    feit 1:

    - de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd;

    - het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte d.d. 6 maart 2012 van aangever [slachtoffer 1] (dossierpagina 859 - 861);

    - het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor d.d. 23 maart 2012 van medeverdachte [medeverdachte 1] (dossierpagina 183/184);

    feit 2:

    - de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd

    - het in wettelijke vorm opgemaakt proces verbaal van aangifte d.d. 13 maart 2012 van aangever [slachtoffer 2] (dossierpagina 1482);

    - het in wettelijke vorm opgemaakt proces verbaal van aangifte d.d. 12 maart 2012 van aangever [slachtoffer 3] (dossierpagina 1411);

    feit 3:

    - de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd;

    - het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte d.d. 19 maart 2012 van aangever [slachtoffer 4] (dossierpagina 1564/1565);

    - het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 april 2012 (dossierpagina 1569);

    - het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor d.d. 2 mei 2012 van medeverdachte [medeverdachte 2] (dossierpagina 648 - 650).

    3.3. Bewezenverklaring

    De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat

    feit 1:

    hij op 6 maart 2012 te Haarlem tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en/of (een) ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een mobiele telefoon, merk Blackberry, toebehorende aan [slachtoffer 1], welke bedreiging met geweld hierin bestond dat zijn mededader,

    - een...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT