Verzet van Gerechtshof Den Haag, 14 mei 2013

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:14 mei 2013
Uitgevende instantie::Gerechtshof Den Haag
SAMENVATTING

handtekeningenschil art. 159 lid 2 Rv tegenbewijsopdracht

 
GRATIS UITTREKSEL

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel recht

Zaaknummer : 200.117.820/01

Zaaknummer arrest waarvan verzet: 200.104.430/01

arrest van 14 mei 2013

inzake

Silverline Verhuur B.V. ,

gevestigd te IJsselsteijn,

opposante in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

hierna te noemen: Silverline,

advocaat: mr. M.J.W. van Osch te Nieuwegein,

tegen

[geopposeerde],

wonende te [woonplaats],

geopposeerde in de hoofdzaak,

verweerder in het incident,

hierna te noemen: [geopposeerde],

advocaat: mr. H.M. Hueting te Rhoon.

Het geding

Voor het procesverloop tot aan het tussenarrest van 15 januari 2013 verwijst het hof naar dat arrest. De daarbij gelaste comparitie van partijen heeft plaatsgevonden op 11 februari 2013, waarvan proces-verbaal is opgemaakt. Partijen hebben vervolgens arrest gevraagd in zowel het incident als de verzetzaak op de al overgelegde stukken, met inbegrip van het proces-verbaal van de comparitie van partijen en de daarbij overgelegde stukken. Arrest is nader bepaald op heden.

Verdere beoordeling van het hoger beroep en het incident

  1. Nu Silverline rechtsgeldig in verzet is gekomen van het arrest van dit hof van 30 oktober 2012, zaaknummer 200.104.430/01 (hierna: het verstekarrest), gewezen tussen [geopposeerde] als appellant en Silverline als geïntimeerde, aan wie verstek is verleend, is in de hoofdzaak de instantie heropend.

  2. Voor de weergave van de feiten en de grieven verwijst het hof naar en blijft het bij hetgeen in het verstekarrest onder 1 tot en met 4 is overwogen. Zeer kort weergegeven gaat het in de onderhavige zaak om een door [geopposeerde] bij Silverline gehuurde personenauto, waaraan naar de stelling van Silverline tijdens de huurperiode door [geopposeerde] schade is veroorzaakt. In conventie vordert Silverline in eerste aanleg onder meer vergoeding van deze schade, [geopposeerde] in reconventie terugbetaling van de borgsom. De kantonrechter heeft de vordering van Silverline toegewezen en van [geopposeerde] afgewezen.

  3. In het verstekarrest is grief 1 gegrond verklaard. Deze grief richt zich tegen rechtsoverwegingen 7.3 en 7.4 van het vonnis van de kantonrechter en ziet onder meer op de kwestie van de door [geopposeerde] betwiste echtheid van de handtekening die op het afleverrapport/inleverformulier staat waarop de schade staat vermeld als weergegeven in het verstekarrest in 2.4. Voor de leesbaarheid worden hier de overwegingen daaromtrent in het verstekarrest weergegeven:

    5.1. Grief 1 slaagt vanwege de regel van art. 159 lid 2 Rv, die de rechter in geval van betwisting van de echtheid van de handtekening onder een akte (anders dan in geval van betwisting van de echtheid van de tekst van de akte) geen vrijheid laat de bewijslast te verdelen conform art. 150 Rv. Wanneer de echtheid van de handtekening onder een onderhandse akte stellig wordt ontkend door [geopposeerde], dan moet de rechter degene die zich op de bewijskracht van een dergelijke akte beroept, in dit geval SilverLine, belasten met het bewijs van echtheid van de handtekening van zijn wederpartij, zo moet de regel van art. 159 lid 2 Rv worden begrepen. In hoger beroep kan in het midden blijven of de kantonrechter deze kwestie in eerste aanleg op [geopposeerde]’ stelplicht heeft afgedaan en af heeft kunnen doen, gelet op hetgeen dienaangaande in hoger beroep onderbouwd is gesteld door [geopposeerde], zoals hierna nader wordt overwogen.

    5.2. In r.o. 7.3 van het vonnis in eerste aanleg wordt overwogen dat de stelling van [geopposeerde] dat hij niet aanwezig was bij het opnemen van de schade en de handtekening op het afleverrapport niet de zijne is, ‘niet overtuigend’ is, omdat gebruikelijk is dat bij aflevering van een huurauto een dergelijk rapport wordt opgemaakt en SilverLine onvoldoende weersproken zou hebben gesteld dat dit ook in dit geval bij het terugbrengen van de auto is gebeurd. De kantonrechter overweegt vervolgens dat dat met zich brengt dat het ervoor moet worden gehouden dat [geopposeerde] de betreffende...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT