Hoger beroep kort geding van Gerechtshof Den Haag, 28 mei 2013

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:28 mei 2013
Uitgevende instantie::Gerechtshof Den Haag
SAMENVATTING

uitlevering aan de VS; vraag of uit te leveren persoon in verzoekende staat adequate medische behandeling zal krijgen; toezeggingen van aangezochte staat dienaangaande.

 
GRATIS UITTREKSEL

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel recht

Zaaknummer : 200.124.898/01

Zaak-/rolnummer rechtbank : C/09/439638/ KG ZA 13-316

arrest van 28 mei 2013

inzake

DE STAAT DER NEDERLANDEN,

zetelend te 's-Gravenhage,

appellant,

hierna te noemen: de Staat,

advocaat: mr. A.Th.M. ten Broeke te 's-Gravenhage,

tegen

[X],

thans verblijvende te […],

geïntimeerde,

hierna te noemen: [X],

advocaat: mr. A.M. Seebregts te Rotterdam.

Het geding

Bij exploot van 10 april 2013 (met producties) heeft de Staat hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van 5 april 2013 van de voorzieningenrechter in de rechtbank Den Haag, gewezen tussen partijen. De Staat heeft in dat exploot vijf grieven tegen het bestreden vonnis aangevoerd, die [X] bij memorie van antwoord (met productie) heeft bestreden. Op 22 april 2013 hebben partijen de zaak (tegelijk met de eveneens bij het hof aanhangige zaak nr. 200.124.971/01) voor het hof doen bepleiten door hun advocaten aan de hand van aan het hof overgelegde pleitnotities. De Staat heeft bij die gelegenheid nog producties in het geding gebracht. Ten slotte hebben partijen stukken gefourneerd en arrest gevraagd.

Beoordeling van het hoger beroep

1.1 Aangezien geen grieven zijn aangevoerd tegen de feiten die de voorzieningenrechter onder 1.1 tot en met 1.22 van het bestreden vonnis heeft weergegeven, zal ook het hof van deze feiten uitgaan. Het gaat in deze zaak om het volgende.

1.2 [X] heeft zowel de Nederlandse als de Pakistaanse nationaliteit.

1.3 Op of omstreeks 20 september 2010 is [X] in Pakistan aangehouden door de Pakistaanse autoriteiten, waarna hij aldaar in detentie is genomen. Tijdens deze detentie is [X] door de Pakistaanse veiligheidsdienst ISI gefolterd. [X] lijdt daardoor aan een posttraumatische stress stoornis (PTSS).

1.4 Op 14 januari 2011 hebben de autoriteiten van de Verenigde Staten van Amerika (de 'VS') aan de Nederlandse autoriteiten verzocht om [X] voorlopig aan te houden met het oog op diens uitlevering aan de VS.

1.5 Op 29 april 2011 is [X] Pakistan uitgezet en per vliegtuig naar Nederland gestuurd, nadat de Pakistaanse autoriteiten bij de Nederlandse autoriteiten hadden gevraagd of Nederland bereid zou zijn [X] tot Nederlands grondgebied toe te laten en de Nederlandse autoriteiten daarop bevestigend hadden geantwoord. Nadat [X] op Schiphol was aangekomen is hij voorlopig aangehouden op basis van de Uitleveringswet (Uw).

1.6 Gedurende zijn detentie in Nederland is [X] behandeld voor zijn PTSS volgens de EMDR(Eye Movement Desensitization and Reprocessing)-methode, waarbij de heer Veerbeek, als GZ-psycholoog verbonden aan De Waag, als behandelaar optrad.

1.7 Op 23 juni 2011 hebben de autoriteiten van de VS een verzoek tot uitlevering van [X] overhandigd aan de Nederlandse Ambassade te Washington. Kort gezegd verdenken zij [X] er van dat hij in Afghanistan voor Al Qaeda heeft gevochten tegen militaire troepen van de VS.

1.8 Bij uitspraak van 3 oktober 2011 heeft de rechtbank Rotterdam de uitlevering van [X] aan de VS toelaatbaar verklaard. Bij arrest van 17 april 2012 heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van [X] tegen deze uitspraak verworpen.

1.9 [X] heeft bij brieven van 8 mei 2012 en 19 september 2012 zijn bezwaren tegen uitlevering aan de VS kenbaar gemaakt aan de Minister.

1.10 Bij beschikking van 30 november 2012 heeft de rechtbank Rotterdam de uitleveringsdetentie van [X] geschorst onder voorwaarden. De schorsing heeft geduurd van 3 december 2012 tot 20 december 2012. Toen is [X] weer in uitleveringsdetentie genomen. Nadat de uitleveringsdetentie was geschorst is de EMDR-behandeling van [X] gestaakt en in ieder geval tot (vlak voor) de zitting in hoger beroep niet hervat. Volgens mededeling van partijen is de reden dat de behandeling aanvankelijk niet is hervat, de mening van Veerbeek dat de EMDR-therapie zoveel losmaakt bij een patiënt dat het niet raadzaam is deze therapie toe te passen op [X], die, naar toen de verwachting van Veerbeek was, op korte termijn zou worden uitgeleverd.

1.11 Bij beschikking van 20 december 2012 heeft de Minister de uitlevering van [X] aan de VS toegestaan, als gevolg waarvan de schorsing van de uitleveringsdetentie werd opgeheven. In zijn beschikking heeft de Minister onder meer overwogen dat niet is gebleken dat de geestesgesteldheid van de opgeëiste persoon aan uitlevering naar de VS in de weg zou staan. De Minister verwijst in dit verband naar het door prof. Dr. H.J.C. van Marle (hierna: Van Marle) uitgebrachte advies aan de Minister van 19 december 2012, dat onder meer inhoudt dat de behandelingen die [X] in Nederland ondergaat zeker ook door collega's in de VS kunnen worden gegeven, dat voor zover bekend de geestelijke gezondheidszorg binnen de Amerikaanse penitentiaire inrichtingen zeker gelijkwaardig is aan de huidige medische en...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT