Herziening van Hoge Raad, May 28, 2013

Datum uitspraak:2013/05/28
Uitgevende instantie::Hoge Raad
SAMENVATTING

Herziening. De HR wijst de aanvraag tot herziening af.

 
GRATIS UITTREKSEL

28 mei 2013

Strafkamer

nr. S 12/03296 H

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 19 maart 2010, nummer 22/003517-07, ingediend door mr. H. Sytema, advocaat te 's-Gravenhage, namens:

[Aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1959.

  1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd

    Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Rechtbank 's-Gravenhage van 20 april 2004 - de aanvrager ter zake van 1. "opzettelijk voordeel trekken uit seksuele handelingen van een ander met een derde tegen betaling, terwijl die ander minderjarig is, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd" en 2. en 3. "een ander door feitelijkheden en door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht bewegen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd" veroordeeld tot een gevangenisstraf van dertig maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. De Hoge Raad heeft het tegen dit arrest ingestelde beroep in cassatie verworpen bij arrest van 15 november 2011, nr. 10/01275.

  2. De aanvraag tot herziening

    De aanvraag tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

  3. Beoordeling van de aanvraag

    3.1. Als grondslag voor een herziening kan, voor zover hier van belang, krachtens het eerste lid aanhef en onder c van art. 457 Sv slechts dienen een door bescheiden gestaafd gegeven dat bij het onderzoek op de terechtzitting aan de rechter niet bekend was en dat het ernstige vermoeden wekt dat indien dit gegeven bekend zou zijn geweest, het onderzoek van de zaak zou hebben geleid hetzij tot een vrijspraak van de gewezen verdachte, hetzij tot een ontslag van alle rechtsvervolging, hetzij de tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot de toepassing van een minder zware strafbepaling.

    3.2. In zijn bij de aanvraag gevoegde verklaring bepleit [betrokkene 1] "nader onderzoek" naar de overeenkomsten en verschillen tussen de drie aan hem voorgelegde foto's. Die verklaring levert dus niet een gegeven op als hiervoor onder 3.1 bedoeld.

    3.3. In zijn bij de aanvraag gevoegde...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT