Hoger beroep kort geding van Gerechtshof Den Haag, May 28, 2013

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:2013/05/28
Uitgevende instantie::Gerechtshof Den Haag
SAMENVATTING

exhibitieincident (843a Rv)

 
GRATIS UITTREKSEL

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel recht

Zaaknummer : 200.119.617/01

Zaak-/rolnummer rechtbank : 429836 / KG ZA 12-1185

Arrest d.d. 28 mei 2013 in het incident ex artikel 843a Rv

inzake

  1. [appellant sub 1],

    wonende te [woonplaats],

    hierna te noemen: [appellant sub 1], en

  2. Newice B.V.,

    gevestigd te Heusden,

    hierna te noemen: Newice,

    appellanten in de hoofdzaak,

    eisers in het incident,

    hierna tezamen te noemen: [appellanten],

    advocaat: mr. J.G.J. van Groenendaal te Amsterdam,

    tegen

  3. PRETIUM TELECOM B.V.,

    gevestigd te Haarlem,

    hierna te noemen: Pretium, en

  4. D.E.M. MANAGEMENT SERVICES B.V.,

    gevestigd te Haarlem,

    hierna te noemen: D.E.M.,

    geïntimeerden in de hoofdzaak,

    gedaagden in het incident,

    hierna tezamen te noemen: Pretium c.s. (vrouwelijk enkelvoud),

    advocaat: mr. A. Killan te Den Haag.

    Het geding

    Bij exploot van dagvaarding van 19 december 2012, met daarin opgenomen 13 grieven, zijn [appellanten] in hoger beroep gekomen van het door voorzieningenrechter in de rechtbank

    's-Gravenhage in kort geding tussen partijen gewezen vonnis van 21 november 2012. [appellanten] hebben daarbij tevens een incident (ex artikel 843a Rv) opgeworpen. Pretium c.s. heeft de vordering in het incident bestreden bij incidentele memorie van antwoord op de vordering tot inzage bescheiden ex artikel 843a Rv. Vervolgens is bij arrest van 5 februari 2013 een comparitie van partijen gelast in het incident. Deze comparitie is gehouden op 12 april 2013. Van deze comparitie is in aanwezigheid van partijen proces-verbaal opgemaakt. Hierop is arrest in het incident bepaald.

    Beoordeling van het incident

  5. Het gaat in deze zaak, kort gezegd en voor zover thans van belang, om het volgende.

    1.1 Op 13 september 2012 heeft een medewerkster van een servicecentrum in opdracht van Pretium de 80-jarige schoonmoeder van [appellant sub 1], [naam] (hierna [schoonmoeder appellant sub 1]) telefonisch benaderd met het voorstel om een telefoonabonnement af te sluiten bij Pretium (gesprek I). Volgens Pretium heeft [schoonmoeder appellant sub 1] bij dit gesprek een telefoonabonnement ‘Pretium Weekend Vrij’ afgesloten, waarna Pretium dit schriftelijk aan [schoonmoeder appellant sub 1] heeft bevestigd.

    1.2 Naar aanleiding van de bevestigingsbrief van Pretium heeft [naam] partner van [appellant sub 1] en dochter van [schoonmoeder appellant sub 1] (hierna: [partner appellant sub 1]), op 19 oktober 2012 een telefoongesprek gehad met een medewerkster van het servicecentrum (gesprek II). Later die dag heeft ook [appellant sub 1] gebeld naar het servicecentrum (gesprek III) en naar de receptie van D.E.M. (gesprek IV).

    1.3 [appellanten] zijn over de gang van zaken kwaad geworden, omdat zij vinden, kort...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT