Eerste aanleg - meervoudig van Rechtbank Amsterdam, 29 mei 2013

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:29 mei 2013
Uitgevende instantie::Rechtbank Amsterdam
SAMENVATTING

Onafhankelijkheid Armeense rechters? Twee aan het Russische olie- en gasconcern Rosneft gelieerde vennootschappen staan tegenover de in Nederland gevestigde Stichting Administratiekantoor Financial Performance Holdings en een aantal verwante entiteiten en bestuurders (FPH). Het geschil draait om de overdracht van het Armeense Yukos-onderdeel CIS aan Rosneft. FPH heeft destijds een aantal... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rolnummer: 473766 / HA ZA 10-3453

Vonnis van 29 mei 2013

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

WINCANTON HOLDING B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

2. de rechtspersoon naar het recht van Armenië

YUKOS CIS INVESTMENT LTD.,

gevestigd te Yerevan, Armenië,

eiseressen in conventie,

verweersters in reconventie,

advocaat eerst mr. C.F.W.A. Hamm, thans mr. G.H. Gispen te Amsterdam,

tegen

1. de stichting

STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR FINANCIAL PERFORMANCE HOLDINGS,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. W.H.A.M. van den Muijsenbergh te Rotterdam,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

FINANCIAL PERFORMANCE HOLDINGS B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde in conventie,

advocaat mr. T.L. Claassens te Rotterdam,

3. de maatschap met beperkte aansprakelijkheid naar het recht van de staat Delaware, Verenigde Staten van Amerika,

CONSOLIDATED NILE LP,

gevestigd te Dover, Delaware, Verenigde Staten van Amerika,

gedaagde in conventie,

advocaat eerst mr. R. Schellaars, thans mr. E.R. Meerdink te Amsterdam,

4. de vennootschap naar het recht van de staat Delaware, Verenigde Staten van Amerika,

GENERAL NILE LLC,

gevestigd te Dover, Delaware, Verenigde Staten van Amerika,

gedaagde in conventie,

advocaat eerst mr. R. Schellaars, thans mr. E.R. Meerdink te Amsterdam,

5. [A],

wonende te [plaats], Verenigde Staten van Amerika,

gedaagde in conventie,

advocaat mr. M.J. Drop te Amsterdam,

6. [B],

wonende te [plaats], Verenigde Staten van Amerika,

gedaagde in conventie,

advocaat mr. E.R. Meerdink te Amsterdam,

7. [C],

wonende te [plaats], Verenigde Staten van Amerika,

gedaagde in conventie,

advocaat mr. W.H.A.M. van den Muijsenbergh te Rotterdam,

8. [D],

wonende te [plaats], Verenigde Staten van Amerika,

gedaagde in conventie,

advocaat mr. G.W. van der Bend te Amsterdam.

Eiseressen in conventie zullen hierna Wincanton en Yukos CIS worden genoemd. Gedaagden in conventie zullen hierna gezamenlijk StAK FPH c.s. worden genoemd en ieder afzonderlijk StAK FPH, FPH, Consolidated Nile, General Nile, [A], [B], [C] en [D].

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de gelijkluidende dagvaardingen van 19 juli 2010 en 20 juli 2010, met producties;

- de conclusie van antwoord tevens houdende eis in reconventie, met producties;

- de conclusie van repliek in conventie tevens houdende vermeerdering van eis tevens houdende conclusie van antwoord in reconventie, met producties;

- de conclusie van dupliek tevens houdende repliek in reconventie, met producties;

- de akte uitlating producties in conventie tevens houdende conclusie van dupliek in reconventie;

- het proces-verbaal van pleidooi van 19 en 21 november 2012 en de daarin vermelde stukken, waaronder de twee aktes overlegging producties van de zijde van StAK FPH c.s. en de akte overlegging producties ten behoeve van pleidooi van 19 en 21 november 2012 van de zijde van Wincanton en Yukos CIS.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of niet voldoende weersproken, alsmede op grond van de in zoverre niet betwiste inhoud van de overgelegde bewijsstukken, staat in deze zaak het volgende vast.

Yukos Oil

2.1. De vennootschap naar Russisch recht OAO Yukos Oil Company (hierna: Yukos Oil) was enig aandeelhouder van Yukos CIS.

2.2. [A], [B] en [C] waren als [functie], [functie] respectievelijk [functie] in dienst van Yukos Oil.

Yukos CIS

2.3. Yukos CIS was op haar beurt enig aandeelhouder van Yukos Hydrocarbons Investments Ltd., gevestigd op de Britse Maagdeneilanden, (hierna: YHIL) en haar dochterondernemingen. Gezamenlijk worden deze ondernemingen ook wel aangeduid als de ‘Armeense tak’ van het Yukos-concern.

2.4. [C] was van 14 december 2001 tot 4 juni 2004 [functie] van Yukos CIS en is opgevolgd door [D]. [D] gaf daarvoor al feitelijk leiding aan Yukos CIS.

Belastingheffing en -invordering bij Yukos Oil

2.5. De Russische belastingautoriteit heeft na een door haar uitgevoerde controle in april 2003 aan Yukos Oil een naheffingsaanslag over de jaren 2000 en 2001 opgelegd die vervolgens door Yukos Oil is betaald. In het najaar van 2003 heeft de Russische belastingautoriteit in een drietal certificaten bevestigd dat over die jaren geen belasting meer verschuldigd was.

2.6. Vervolgens heeft de Russische belastingautoriteit op 8 december 2003 aangekondigd dat zij een hercontrole zou gaan uitvoeren. De Russische belastingautoriteit heeft in een rapport van 29 december 2003 geconcludeerd dat Yukos Oil over het jaar 2000 RUR 79,6 miljard (circa EUR 2,27 miljard) te weinig aan belastingen heeft betaald. Yukos Oil heeft tegen het rapport schriftelijk bezwaar ingediend, gedateerd 12 januari 2004.

2.7. Op basis van het rapport en met verwerping van de door Yukos Oil daartegen aangevoerde bezwaren, heeft de Russische belastingautoriteit op 14 april 2004 naheffingsaanslagen opgelegd aan Yukos Oil voor niet of te weinig betaalde of afgedragen vennootschapsbelasting en omzetbelasting over het jaar 2000 (hierna: de naheffingsaanslagen). De Russische belastingautoriteit heeft aan de naheffingsaanslagen ten grondslag gelegd dat, kort samengevat, de winsten die het Yukos-concern bij de verkoop van olie- en gasproducten aan buitenlandse partijen heeft gemaakt ten onrechte zijn toegerekend aan dochtervennootschappen die aan de exploratie, productie en verkoop van de producten niets hadden bijgedragen en die alleen waren ingezet om te profiteren van lage federale en regionale vennootschapsbelastingtarieven in de gebieden waarin zij gevestigd waren. Volgens de Russische belastingautoriteit moesten de verkopen en de winsten daaruit worden toegerekend aan Yukos Oil, omdat het concern vanuit die vennootschap werd aangestuurd. Daarnaast hadden de naheffingsaanslagen betrekking op BTW die Yukos Oil ter zake van de aan haar toegerekende verkopen verschuldigd was. Volgens de belastingautoriteit kwam Yukos Oil niet in aanmerking voor het voor export geldende 0%-tarief, omdat Yukos Oil niet (tijdig) de daarvoor vereiste aanvragen had ingediend. De door Yukos Oil alsnog verschuldigde belastingen zijn in de naheffingsaanslagen vastgesteld op in totaal RUR 99.375.538.234 (circa EUR 2,9 miljard), inclusief rente en boetes. De Russische belastingautoriteit heeft Yukos Oil bevolen dit bedrag binnen twee dagen te betalen.

2.8. Op 15 april 2004 heeft de Russische belastingautoriteit bij de Moscow City Arbitrazh Court (hierna: het Arbitrazh Court) twee verzoeken ingediend: (i) een verzoek tot het verkrijgen van een vonnis waarbij Yukos Oil wordt veroordeeld de op grond van de naheffingsaanslagen verschuldigde belastingen ten bedrage van RUR 99.375.538.234 aan de Russische Staat te betalen en (ii) een verzoek tot het geven van een bevel op grond waarvan het Yukos Oil verboden zou worden bezittingen te vervreemden en te bezwaren met uitzondering van grondstoffen en liquide middelen (hierna: de freezing order). De freezing order is dezelfde dag nog verleend.

2.9. Yukos Oil heeft in deze procedure voor het Arbitrazh Court en de na te noemen beroepsinstanties verschillende verzoeken tot aanhouding van de behandeling gedaan, deels om meer tijd voor de verdediging te krijgen, maar ook om de uitkomst van de hierna in 2.10 te noemen eigen vordering van Yukos Oil af te wachten. Die aanhoudingsverzoeken zijn steeds afgewezen. Voorts heeft het Arbitrazh Court een bevoegdheidsincident (waarin Yukos Oil stelde dat bij uitsluiting de rechter in Nefteyugansk, haar vestigingsplaats, bevoegd was) afgewezen op de grond dat Yukos Oil in feite werd bestuurd vanuit één van haar in Moskou gevestigde dochterondernemingen. Een appel tegen deze beslissing is op 3 juni 2004 verworpen.

2.10. Op 7 mei 2004 heeft Yukos Oil een eigen vordering ingesteld, ertoe strekkend dat de naheffingsaanslagen onwettig zouden worden verklaard en dat de invordering van die aanslagen zou worden geschorst. De vordering tot schorsing is door het Arbitrazh Court toegewezen, maar die beslissing is in het door de Russische belastingautoriteit ingestelde hoger beroep ongedaan gemaakt. De vordering van Yukos Oil inzake de (on)rechtmatigheid van de naheffingsaanslagen is verder afzonderlijk behandeld en is zowel in eerste aanleg als in hoger beroep afgewezen.

2.11. De (verdere) inhoudelijke behandeling van het eerste verzoek (zie hiervoor 2.8) bij het Arbitrazh Court heeft plaatsgevonden op zittingen van 21 mei tot en met 26 mei 2004. Ten behoeve van de behandeling ter zitting heeft de Russische belastingautoriteit op 17 mei en 18 mei 2004 ruim 70.000 bladzijden aan producties overgelegd. Op 17 mei 2004 heeft de Russische belastingautoriteit Yukos Oil bericht dat inzage in het bewijsmateriaal kon plaatsvinden in een gebouw van de Russische belastingautoriteit. Vertegenwoordigers van Yukos Oil hebben die stukken op 18 en 19 mei 2004 ingezien. De stukken zaten, ongeordend en ongenummerd, in 21 kratten.

2.12. Ter gelegenheid van de behandeling ter zitting werd aan het Arbitrazh Court een door de Russische belastingautoriteit samengesteld geordend en genummerd dossier ter beschikking gesteld. Aan Yukos Oil is van dat dossier geen afschrift verstrekt. Tijdens de behandeling ter zitting werd door zowel het Arbitrazh Court als de Russische belastingautoriteit verwezen naar in het geordende dossier opgenomen stukken, waarbij het desbetreffende stuk door het Arbitrazh Court aan de vertegenwoordigers van Yukos Oil werd getoond. Yukos Oil is na herhaald protest van haar vertegenwoordigers door het Arbitrazh Court de gelegenheid geboden het geordende dossier tijdens de lunchpauze op de zittingsdagen in te zien.

2.13. Het Arbitrazh Court heeft de vordering van de Russische belastingautoriteit bij vonnis van 26 mei 2004 voor het grootste deel toegewezen. Daartegen is door alle partijen appel ingesteld.

2.14. De appelinstantie, het Arbitrazh Appellate Court (hierna...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT