Verzet van Centrale Raad van Beroep, May 24, 2013

Datum uitspraak:2013/05/24
Uitgevende instantie::Centrale Raad van Beroep
SAMENVATTING

Het had op de weg van de gemachtigde van appellant gelegen de Raad binnen de in de brief van 28 december 2012 gestelde termijn te berichten welke problemen appellant met het betalen van het griffierecht ondervond. Verzet ongegrond.

 
GRATIS UITTREKSEL

12/3644 WWB-V, 12/3645 WWB-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 11 juni 2012, 11/889 en 11/2974 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[A. te B.] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van Utrecht (college)

Datum uitspraak 24 mei 2013.

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet van 16 oktober 2012 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen de uitspraak van de Raad van 16 oktober 2012 heeft [H.] namens appellant verzet gedaan.

Het verzet is behandeld ter zitting van 26 april 2013. Appellant heeft zich laten vertegenwoordigen door [H.]. Het college is, met voorafgaand bericht, niet verschenen.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 16 oktober 2012 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de bij - aangetekend verzonden - brief van 13 augustus 2012 gestelde termijn van vier weken is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter griffie is gestort, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.

Bij het verzetschrift heeft de gemachtigde van appellant een inkomensverklaring overgelegd en medegedeeld dat deze verklaring al eerder, namelijk voor afloop van de in de brief van 13 augustus 2012 gestelde termijn, aan de Raad is gefaxt.

Hierin heeft de Raad aanleiding gezien de gemachtigde van appellant bij brief van 28 december 2012 opnieuw in de gelegenheid te stellen het griffierecht, binnen vier weken, te voldoen. Daarbij is medegedeeld dat in dat geval het verzet gegrond zal worden verklaard en dat bij niet- of niet tijdige betaling het verzet ongegrond zal worden verklaard.

De Raad stelt vast dat het griffierecht - ook - binnen deze termijn niet is betaald.

Ter zitting heeft de gemachtigde van appellant aangevoerd dat appellant in de kerstperiode uit zijn huis is geplaatst. Appellant is dakloos en heeft zijn tijd en energie in...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT