Raadkamer van Rechtbank Gelderland, 29 mei 2013

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:29 mei 2013
Uitgevende instantie::Rechtbank Gelderland
SAMENVATTING

Afwijzing verzoek tot vergoeding kosten rechtsbijstand. Toekennen van een schadevergoeding is niet billijk nu verzoeker kort als verdachte was aangemerkt als rechtstreeks gevolg van de verdenking jegens zijn werkgever.

 
GRATIS UITTREKSEL

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Rechtbanknummer: 13/405

Beschikking van de enkelvoudige raadkamer naar aanleiding van het op 20 februari 2013 ter griffie van deze rechtbank ingekomen verzoekschrift ex artikel 591a Sv, van:

naam : [verzoeker], hierna te noemen: verzoeker,

geboren op : [geboortedatum],

adres : [adres],

plaats : [woonplaats],

woonplaats kiezende te (2517 KL) ’s-Gravenhage aan de Eisenhowerlaan 102, ten kantore van zijn advocaat mr. I. van Straalen.

De behandeling in raadkamer

Het verzoekschrift is op 15 mei 2013 in raadkamer behandeld.

Aldaar is verzoeker, hoewel correct opgeroepen, niet verschenen. Wel zijn aanwezig de advocaat van verzoeker, mr. I. van Straalen voornoemd en de officier van justitie mr. S. Planting.

De standpunten

Het verzoekschrift strekt tot vergoeding van de door verzoeker gemaakte kosten dan wel geleden schade tot een bedrag van:

- € 3.079,56, zijnde kosten van rechtsbijstand; en

- € 280,-, zijnde kosten van rechtsbijstand ten behoeve van het indienen van het onderhavige verzoekschrift, te verhogen met € 270,- indien een mondelinge behandeling noodzakelijk is.

De officier van justitie heeft zich in raadkamer op het standpunt gesteld dat de post ‘overige handelingen’ kan worden toegewezen zoals is gevorderd, evenals de post ‘bestuderen stukken’. De officier van justitie refereert zich aan het oordeel van de raadkamer wat betreft de post ‘reistijd’. De overige punten die in de conclusie van de zijde van het openbaar ministerie, d.d. 10 april 2013, worden genoemd, zijn voldoende opgehelderd door de advocaat met zijn aanvulling d.d. 7 mei 2013.

De beoordeling

Naast genoemd verzoek heeft de raadkamer kennis genomen van:

- de conclusie van de zaaksofficier van justitie mr. M.P. Pomper, d.d. 10 april 2013;

- een aanvulling op het verzoekschrift, inhoudende een reactie op de conclusie van het openbaar ministerie, d.d. 7 mei 2013;

- een aanvulling op het verzoekschrift, inhoudende het proces-verbaal van verhoor van verzoeker en een schriftelijke vastlegging van de afspraak tussen verzoeker en zijn werkgever, d.d. 23 mei 2013.

De raadkamer constateert dat de zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel gezien het schrijven van het functioneel parket te Zwolle d.d. 6 februari 2013.

De raadkamer overweegt voorts ten aanzien van wat door verzoeker is verzocht als volgt.

Ontvankelijkheid

Uit het door de advocaat nader toegezonden proces-verbaal van verhoor d.d. 8 mei 2012 blijkt...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT