Hoger beroep van Centrale Raad van Beroep, 23 mei 2013

Datum uitspraak:23 mei 2013
Uitgevende instantie::Centrale Raad van Beroep
SAMENVATTING

Tussenuitspraak. Functiebeschrijving. Functiewaardering. Inschaling. (Geen) beloningsbeslissing. Geen sprake van te laat ingediend bezwaar. Geen duidelijke beschrijving van de procedure van besluitvorming en de rechtsbescherming. Appellant heeft aangevoerd dat hij, als enige van de inspecteurs binnen zijn unit, ervaring heeft in het projectleiderschap. Niettemin is de op het niveau van schaal 10 gewaardeerde functie hem niet, maar bepaalde anderen die bedoelde ervaring ontberen, wel toebedeeld, hetgeen hij in strijd acht met het gelijkheidsbeginsel. Appellant kan hierin in zoverre worden gevolgd, dat de motivering van de in geding... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

12/2275 AW-TCentrale Raad van BeroepMeervoudige kamerTussenuitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van7 maart 2012, 10/6345 (aangevallen uitspraak)Partijen:[A. te B.]de Minister van Verkeer en Waterstaat, thans: de Minister van Infrastructuur en Milieu (minister)Datum uitspraak 23 mei 2013.PROCESVERLOOPAppellant heeft hoger beroep ingesteld.De minister heeft een verweerschrift ingediend.Het geding is, gevoegd met de gedingen 12/2169 AW, 12/2258 AW en 12/2209 AW, ter zitting behandeld op 1 november 2012. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. R.C.M. Klatten. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. R.J. van Wely en mr. J.P.A. Lamé.Na de zitting heeft de Raad het onderzoek in de gevoegde zaken heropend, waarna de gevoegde zaken weer zijn gesplitst. Het geding is vervolgens behandeld op een nadere zitting op 11 april 2013. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Klatten. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. Van Wely, F.P.L. Schouwaert en J.A. Remijn-Massa.OVERWEGINGEN1. Op 1 januari 2013 is de Wet aanpassing bestuursprocesrecht (Stb. 2012, 682) in werking getreden. Met deze wet zijn wijzigingen in onder meer de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Beroepswet aangebracht. Op grond van het overgangsrecht blijft op deze zaak het recht van toepassing, zoals dat gold vóór 1 januari 2013.1.1. Dit geding, dat aanvankelijk is gevoerd ten name van de Minister van Verkeer en Waterstaat, is in verband met een wijziging van taken voortgezet ten name van de Minister van Infrastructuur en Milieu. Waar in deze tussenuitspraak wordt gesproken van minister, wordt daaronder in voorkomend geval (mede) verstaan de Minister van Verkeer en Waterstaat.1.2. Appellant is werkzaam als inspecteur bij de Inspectie Leefomgeving en Transport, ten tijde van belang de Inspectie Verkeer en Waterstaat (IVW). In 2006 en 2007 is binnen de IVW onderzoek gedaan naar de inhoud en het niveau van de inspectiefuncties IVW op het terrein van het vervoer van gevaarlijke stoffen. Dit heeft geresulteerd in een onderzoeksrapportage van 1 november 2007, waarin nieuwe beschrijvingen en waarderingen zijn opgenomen van drie inspectiefuncties op het genoemde terrein. Deze drie functies zijn respectievelijk gewaardeerd op het niveau van schaal 9, schaal 10 en schaal 11 van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke rijksambtenaren 1984. Blijkens een op deze rapportage gebaseerde uitvoeringsnota zijn deze nieuwe beschrijvingen en...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT