Voorlopige voorziening van Rechtbank Rotterdam, Voorzieningenrechter, 31 mei 2013

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:31 mei 2013
Uitgevende instantie::Voorzieningenrechter
SAMENVATTING

Schorsing leerplichtige leerlingen in afwachting van hun definitieve verwijdering. Aan het bestreden besluit is ten grondslag gelegd dat de leerlingen zich schuldig hebben gemaakt aan openlijke geweldpleging. Een en ander is op camerabeelden vastgelegd. De voorzieningenrechter ziet voorshands geen aanleiding voor het oordeel dat de school, gelet op de camerabeelden en de gedragsproblemen die zich ... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Bestuursrecht 1

zaaknummer: ROT 13/2479

uitspraak van de voorzieningenrechter van 31 mei 2013 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

[naam] en [naam], als wettelijk vertegenwoordigers van [A] en [B], te [plaats], verzoekers,

gemachtigde: mr. M. el Hachmioui,

en

het college van bestuur van de stichting Bestuur Openbaar Onderwijs Rotterdam (BOOR), verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 18 maart 2013 (het bestreden besluit) heeft verweerder verzoekers meegedeeld dat [A] en [B] van school zullen worden verwijderd en dat zij zolang zij nog ingeschreven staan bij de openbare scholengemeenschap [naam school] (hierna: de school) zijn geschorst.

Bij brief van 1 april 2013 hebben verzoekers bezwaar gemaakt tegen de verwijdering en schorsing.

Voorts hebben verzoekers de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende dat [A] en [B], althans één van hen, met onmiddellijke ingang weer worden toegelaten tot de school, dan wel een andere voorziening.

Het onderzoek ter zitting heeft achter gesloten deuren plaatsgevonden op 23 mei 2013. Verzoekers, [A] en [B] zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [naam], directeur van de school, en mr. M.J. Quaak, juridisch adviseur bij verweerder.

Overwegingen

  1. [A] en [B], tweelingbroers, geboren op [datum], bezoeken vanaf het schooljaar 2010-2011 de school. [A] staat ingeschreven als leerling van klas 3 VMBO-TL en [B] als leerling van klas 3 HAVO.

  2. Aan het bestreden besluit is ten grondslag gelegd dat [A] en [B] zich op 19 februari 2013, tezamen met een andere leerling, schuldig hebben gemaakt aan openlijke geweldpleging, bestaande uit mishandeling van een leerling uit de eerste klas. Het incident is vastgelegd op camerabeelden. Voorts is op 20 februari 2013 in het kluisje van [A] een kruiskopschroevendraaier en in het kluisje van [B] een aardappelschilmesje aangetroffen. De school heeft [A] en [B] met ingang van 20 februari 2013 gedurende vijf dagen geschorst, tegen hen aangifte gedaan en de ouders (verzoekers) uitgenodigd voor een gesprek, dat heeft plaatsgevonden op 22 februari 2013. Bij dit gesprek zijn de camerabeelden getoond. Blijkens het bestreden besluit toonden verzoekers zich echter niet bereid samen met de school naar een oplossing te zoeken, waardoor de situatie is ontstaan dat de driehoek voor succesvol onderwijs, bestaande uit leerlingen, ouders en school, niet langer intact is.

  3. Verzoekers hebben zich - samengevat - op het standpunt gesteld dat het bestreden besluit onrechtmatig is en dat verweerder...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT