Eerste aanleg - meervoudig van College van Beroep voor het bedrijfsleven, 31 mei 2013

Datum uitspraak:31 mei 2013
Uitgevende instantie::College van Beroep voor het bedrijfsleven
SAMENVATTING

speelautomatenhal; belanghebbende; exploitatievergunning

 
GRATIS UITTREKSEL

uitspraakCOLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVENzaaknummer: 10/151 e.a.29030 Wet op de kansspelenexploitatievergunningUitspraak van de meervoudige kamer van 31 mei 2013 in de zaken tussen1. Aprisco B.V. te Assen, appellante in de zaak 10/496,(gemachtigde: mr. V.J. Leijh)2. Casino Sluis N.V. te Sluis, appellante in de zaken 10/497 en 11/1107,(gemachtigde: mr. D. van Tilborg)3. Recreatieprojecten Zeeland B.V. te Middelburg, appellante in de zaken 10/151, 11/444, 11/512, en 11/717,(gemachtigde: mr. J.M. van Koeveringe-Dekker)en1. de burgemeester van Sluis te Oostburg, verweerder in de zaken 10/496, 10/497, 10/151, 11/444, 11/717 en 11/1107,(gemachtigden: mr. drs. B.F.Th. de Moor en M. Bonnewel)2. de raad van Sluis te Oostburg, verweerder in de zaak 11/512,(gemachtigden: mr. drs. B.F.Th. de Moor en M. Bonnewel).ProcesverloopBij besluiten van 7 januari 2009, 26 oktober 2009, 25 maart 2010, 23 juli 2010, en 20 december 2010 heeft de burgemeester van Sluis (de burgemeester) de exploitatievergunning voor een speelautomatenhal in hotel De Dikke van Dale te Sluis respectievelijk verleend, ingetrokken en geweigerd, heeft hij vervolgens geweigerd handhavend op te treden tegen deze speelautomatenhal en heeft hij tot slot opnieuw een exploitatievergunning verleend.Bij besluit van 15 juli 2010 heeft de raad van Sluis (de raad) de Verordening inzake kansspelautomaten en speelautomatenhallen 2010 (Verordening 2010) vastgesteld.Bij besluiten van 12 oktober 2009, 16 april 2010 (2x), 1 november 2011, 29 april 2011 en 3 augustus 2011 heeft de burgemeester beslist op de bezwaren van appellanten tegen de hiervoor genoemde primaire besluiten van de burgemeester. Bij besluit van 19 mei 2011 heeft de raad het bezwaar van Recreatieprojecten Zeeland B.V. (RPZ) tegen het besluit van 15 juli 2010 niet-ontvankelijk verklaard.Aprisco B.V. (Aprisco) heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 16 april 2010 (10/496).Casino Sluis N.V. (Casino) heeft beroep ingesteld tegen de besluiten van 16 april 2010 (10/497) en 1 november 2011 (11/1107).RPZ heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 12 oktober 2009 (10/151) bij de rechtbank Middelburg, die dit ter behandeling heeft doorgezonden aan het College. RPZ heeft tevens beroep ingesteld tegen de besluiten van 29 april 2011 (11/444), 3 augustus 2011 (11/717), en 19 mei 2011 (11/512).Verweerders hebben in alle zaken een verweerschrift ingediend en de op de zaken betrekking hebbende stukken overgelegd, nadien aangevuld met nadere stukken en een nader verweerschrift.Aangezien de beroepen van alle appellanten hetzelfde dan wel een verwant onderwerp betreffen, en gelet op het verzoek van partijen hiertoe, heeft het College met toepassing van artikel 8:14, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) de zaken ter behandeling gevoegd.Bij brieven van 17 februari 2012 hebben verweerders stukken ingediend en met verwijzing naar artikel 8:29 Awb gemotiveerd meegedeeld dat uitsluitend het College hiervan kennis zal mogen nemen. Bij beslissing van 12 maart 2012 heeft het College bepaald dat de gevraagde beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is. Appellanten hebben ermee ingestemd dat het College mede op grondslag van deze vertrouwelijke stukken uitspraak doet op de beroepen.RPZ heeft nadien nadere stukken ingediend.Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 maart 2012, waarbij Aprisco met bericht niet is verschenen en de overige partijen bij monde van hun gemachtigden hun standpunten hebben toegelicht. Tevens hierbij aanwezig waren A, en B en C namens Casino.Overwegingen1 Op grond van de stukken en het onderzoek ter zitting zijn in deze zaken de volgende feiten en omstandigheden voor het College komen vast te staan.RPZ exploiteert sinds 2002 een speelautomatenhal (Magigames) op het attractiepark Toversluis aan de Nieuwstraat 83b gelegen aan de rand van Sluis. De afstand van Toversluis tot De Dikke van Dale is hemelsbreed ongeveer 1,5 kilometer. RPZ heeft de voor haar speelautomatenhal benodigde grond gekocht van Camelot Beheer BV, die deze heeft gekocht van de gemeente Sluis. Op het moment van vestiging was zij de enige speelautomatenhal in de kern Sluis.Casino exploiteert een speelautomatenhal in het hotel De Dikke van Dale gelegen aan de Sint Annastraat 46 in het centrum van Sluis. Zij huurt de bedrijfsruimte voor haar speelautomatenhal in De Dikke van Dale van Aprisco, eigenaresse van het pand. De hal is daar sinds 2004 met telkens een voor twee jaar verleende gemeentelijke vergunning gevestigd. Vanaf het begin was het de bedoeling ter plaatse op den duur een speelcasino, als bedoeld in artikel 27h, eerste lid, van de Wet op de Kansspelen (Wet) te ontwikkelen.Casino heeft daartoe een vergunning aangevraagd voor het organiseren van een speelcasino in haar hal. Deze vergunning is geweigerd door de toenmalige ministers van Justitie en Economische Zaken en het hiertegen gerichte bezwaar is bij het onherroepelijk geworden besluit van 19 oktober 2006 ongegrond verklaard.Op 25 januari 2008 heeft Casino bij de burgemeester voor de genoemde locatie een aanvraag voor een nieuwe exploitatievergunning voor de speelautomatenhal op grond van de Speelautomaten(hallen) verordening gemeente Sluis 2004 (Verordening 2004) ingediend. Bij besluit van 7 januari 2009 heeft de burgemeester deze vergunning verleend voor de duur van twee jaar (met ingang van 5 januari 2008 en eindigend op 4 januari 2010). Tegen dit besluit heeft RPZ bezwaar gemaakt.Bij besluit van 26 oktober 2009 heeft de burgemeester de exploitatievergunning van Casino ingetrokken. Casino en Aprisco hebben tegen dit besluit bezwaar gemaakt.Op 12 oktober 2009 heeft de burgemeester een nieuwe aanvraag om een exploitatievergunning voor de speelautomatenhal van Casino ontvangen. Hij heeft deze bij besluit van 25 maart 2009 geweigerd. Tegen dit besluit hebben zowel Casino als Aprisco bezwaar gemaakt.RPZ heeft de burgemeester op 2 november 2009 verzocht om handhavend op te treden tegen de voortzetting van de exploitatie van de speelautomatenhal door Casino. Bij brief van 10 december 2009 heeft de burgemeester aan Casino zijn voornemen kenbaar gemaakt om handhavend op te treden. Bij besluit van 23 juli 2010 heeft de burgemeester afwijzend beslist op het verzoek tot handhaving. Tegen dit besluit heeft RPZ bezwaar gemaakt.Casino heeft de raad verzocht om de Verordening 2004 te wijzigen. Bij besluit van 15 juli 2010 heeft de raad de Verordening 2010 vastgesteld. Tegen de vaststelling van deze verordening heeft RPZ bezwaar gemaakt.Bij besluit van 20 december 2010 heeft de burgemeester Casino op basis van de Verordening 2010 alsnog een exploitatievergunning verleend voor haar speelautomatenhal voor de duur van vier jaar (met ingang van 20 december 2010 en eindigend op 19 december 2014). Tegen dit besluit heeft RPZ bezwaar gemaakt.Bevoegdheid College2.1 Bij de Wet van 22 december 2011 tot wijziging van de Wet op de kansspelen in verband met de instelling van de kansspelautoriteit (Stb. 2012, 11) die op 1 april 2012 in werking is getreden, is onder andere artikel 30v van de Wet ingetrokken. Daarmee is de bevoegdheid van het College in kansspelzaken vervallen.2.2 In artikel III, derde lid, van de Wet van 22 december 2011 is bepaald dat indien een beroepschrift is ingediend voor het tijdstip van inwerkingtreding van die wet, het recht zoals dat gold voor dat tijdstip van toepassing blijft. Het College dient dus in de aanhangige zaken uitspraak te doen.Aprisco10/4963.1 Bij besluit van 16 april 2010 heeft de burgemeester het bezwaar van Aprisco tegen de intrekking van de exploitatievergunning voor de speelautomatenhal van Casino niet-ontvankelijk verklaard. De burgemeester stelde zich hierbij op het standpunt dat Aprisco, in de hoedanigheid van verhuurster van het pand waarin de speelautomatenhal is gevestigd, niet rechtstreeks in haar belang is geschaad door het besluit tot intrekking van de exploitatievergunning van Casino.3.2 Aprisco voert aan dat zij eigenaresse is van het pand. Zij verhuurt een deel ervan aan Casino die hierin de speelautomatenhal exploiteert. Als eigenaresse van het pand heeft Aprisco een eigen belang bij de exploitatievergunning. Zij verwijst naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 25 november 2009 (LJN: BK4305), waarin is geoordeeld dat bij een besluit tot weigering van een bouwvergunning naast de aanvrager ook de eigenaar van het pand belanghebbende is. Een dergelijk besluit brengt met zich dat er feitelijk een reële mogelijkheid bestaat dat de eigenaresse in haar aan dat zakelijk recht ontleende belang zal worden geschaad. Daarin is een voldoende eigen belang gelegen om te kunnen worden aangemerkt als belanghebbende als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, Awb. Aprisco meent dat zij op grond van dezelfde redenering belanghebbende is bij het besluit tot intrekking van de exploitatievergunning en dat haar bezwaar ten onrechteniet-ontvankelijk is verklaard.3.3 Het College beantwoordt de vraag of het belang van Aprisco rechtstreeks bij het besluit tot intrekking van de exploitatievergunning van Casino betrokken was...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT