Kort geding van Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, April 23, 2013

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:2013/04/23
Uitgevende instantie::Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
SAMENVATTING

Uitleg van CAO-bepaling op basis waarvan is afgeweken van het bepaalde in de artikelen 7:691 lid 1 BW en 7:668a BW.

 
GRATIS UITTREKSEL

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.116.672

(zaaknummer rechtbank Arnhem, locatie Nijmegen, 835838)

arrest in kort geding van de derde kamer van 23 april 2013

in de zaak van

de naamloze vennootschap

ABN AMRO N.V.,

statutair gevestigd te Amsterdam,

appellante,

hierna: ABN AMRO,

procesadvocaat: mr. W.A.J. Hagen,

advocaat: mr. M.J.M.T. Keulaerds,

tegen:

[geïntimeerde],

wonende te [Woonplaats],

geïntimeerde,

hierna: [geïntimeerde],

advocaat: mr. A.J. Hendriks.

  1. Het geding in eerste aanleg

    Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van het vonnis van

    11 oktober 2012 dat de voorzieningenrechter in de rechtbank Arnhem (sector kanton, locatie Nijmegen) tussen ABN AMRO als gedaagde en [geïntimeerde] als eiseres heeft gewezen.

  2. Het geding in hoger beroep

    2.1 ABN AMRO heeft bij exploot van 7 november 2012 [geïntimeerde] aangezegd van dat vonnis in hoger beroep te komen, met dagvaarding van [geïntimeerde] voor dit hof.

    2.2 In genoemd exploot heeft ABN AMRO vier grieven tegen het bestreden vonnis aangevoerd en twee nieuwe producties in het geding gebracht. Zij heeft aangekondigd te zullen concluderen dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en, opnieuw recht doende, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [geïntimeerde] niet-ontvankelijk zal verklaren in haar vorderingen, althans haar deze zal ontzeggen, met veroordeling van [geïntimeerde] in de kosten van het geding in beide instanties.

    2.3 ABN AMRO heeft schriftelijk voor eis geconcludeerd overeenkomstig het hiervoor vermelde exploot.

    2.4 Bij memorie van antwoord heeft [geïntimeerde] verweer gevoerd, bewijs aangeboden en twee producties in het geding gebracht. Zij heeft geconcludeerd dat het hof bij arrest, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, het vonnis waarvan beroep – eventueel na verbetering – zal bekrachtigen, met veroordeling van ABN AMRO in de kosten van dit hoger beroep, waaronder begrepen het salaris van de advocaat van [geïntimeerde] en de nakosten, laatstgenoemde volgens het liquidatietarief zijnde een bedrag van € 131,- aan nasalaris advocaat, te vermeerderen met een bedrag van € 68,- in geval van betekening arrest.

    2.5 Ter zitting van 1 maart 2013 hebben partijen de zaak doen bepleiten, ABN AMRO door mr. M.J.M.T. Keulaerds, advocaat te ’s-Gravenhage, en [geïntimeerde] door mr. A.J. Hendriks, advocaat te Arnhem. Beiden hebben daarbij pleitnotities in het geding gebracht.

    Mr. Keulaerds voornoemd heeft voorafgaand aan de zitting aan mr. Hendriks voornoemd en aan het hof de productie 3 gezonden. Mr. Hendriks heeft desgevraagd verklaard dat hij deze productie heeft ontvangen en dat hij daarvan voldoende heeft kunnen kennisnemen. Het hof heeft daarop aan mr. Keulaerds akte verleend van het in het geding brengen van die productie.

    2.6 Na afloop van het pleidooi heeft het hof arrest bepaald. Gelet op artikel CIII van de Wet herziening gerechtelijke kaart (Staatsblad 2012, 313) wordt in deze voor 1 januari 2013 bij het hof Arnhem aanhangig gemaakte zaak uitspraak gedaan door het hof

    Arnhem-Leeuwarden, locatie Arnhem.

  3. De vaststaande feiten

    Het hof gaat in hoger beroep uit van de feiten zoals beschreven onder het kopje “De feiten” van het bestreden vonnis.

  4. De motivering van de beslissing in hoger beroep

    4.1 In deze zaak gaat het – kort weergegeven – om het volgende. [geïntimeerde] is in de periode van 12 november 2007 tot 9 augustus 2011 op basis van vier uitzendovereenkomsten via Randstad in de functie van callcentermedewerker/medewerker klantenservice bij

    ABN AMRO werkzaam geweest. Met ingang van 9 augustus 2011 is zij op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd gedurende één jaar bij ABN AMRO in dienst getreden, in de functie van Adviseur II CCC, laatstelijk bij een werkweek van gemiddeld

    32 uur per week tegen een salaris van € 2.039,78 bruto per maand...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT