Voorlopige voorziening van College van Beroep voor het bedrijfsleven, Voorzieningenrechter, 11 juni 2013

Datum uitspraak:11 juni 2013
Uitgevende instantie::Voorzieningenrechter
SAMENVATTING

Telecommunicatiewet

 
GRATIS UITTREKSEL

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 13/198 en 13/199

15300 Telecommunicatiewet

Uitspraak van de voorzieningenrechter van 11 juni 2013 op de verzoeken om voorlopige voorziening in de zaken tussen

Koninklijke KPN N.V. en KPN B.V., te Den Haag (KPN), verzoeksters

(gemachtigden: mr. P.V. Eijsvoogel en mr. L.A. van der Plas),

en

de Autoriteit Consument en Markt (ACM), verweerster

(gemachtigden: mr. E.C. Pietermaat en mr. J. Bootsma).

Als derde-partijen hebben aan het geding deelgenomen:

  1. Tele2 Nederland B.V., te Diemen (Tele2)

    (gemachtigden: mr. M.J. Geus en mr. J. Bessems),

  2. Vodafone Libertel B.V., te Maastricht (Vodafone)

    (gemachtigden: mr. P.M. Waszink en mr. J.J.R. Lautenbach),

  3. Eurofiber B.V., te Maarssen (Eurofiber)

    (gemachtigden: mr. P.P.J. van Ginneken en mr. G.P. Sholeh).

    Procesverloop

    Op 28 december 2012 heeft ACM krachtens hoofdstuk 6A van de Telecommunicatiewet (Tw) twee besluiten genomen.

    Het eerste besluit, met kenmerk OPTA/AM/2012/203110, is het besluit Marktanalyse Ontbundelde toegang tot zakelijke glasvezelnetwerken (ODF-access (FttO)) (marktanalysebesluit FttO). Het tweede besluit, met kenmerk OPTA/AM/2012/203111, is het besluit Marktanalyse hoge kwaliteit wholesalebreedbandtoegang en wholesalehuurlijnen (marktanalysebesluit HK WBT/HL).

    Tegen de twee besluiten hebben Tele2, Vodafone, KPN en Eurofiber beroep ingesteld.

    Op 26 maart 2013 heeft KPN zich tot de voorzieningenrechter van het College gewend met het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen ten aanzien van de twee besluiten. Het verzoek ten aanzien van het marktanalysebesluit FttO is bij het College geregistreerd onder zaaknummer 13/199, ten aanzien van het marktanalysebesluit HK WBT/HL onder zaaknummer 13/198.

    In de voorlopige voorzieningprocedure zijn Tele2, Vodafone en Eurofiber als derde-partijen toegelaten.

    ACM heeft de op de zaken betrekking hebbende stukken aan het College toegezonden. Ten aanzien van de vertrouwelijke versies van een aantal van deze gedingstukken heeft ACM met verwijzing naar artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) medegedeeld dat uitsluitend het College kennis zal mogen nemen van deze stukken. Bij beslissingen van 25 april 2013 (voor het verzoek over marktanalysebesluit FttO) en van 16 mei 2013 (voor het verzoek over marktanalysebesluit HK WBT/HL) heeft het College beslist dat beperking van de kennisneming van de stukken gerechtvaardigd is, wat betreft het marktanalysebesluit HK WBT/HL met uitzondering van twee in de beslissing genoemde stukken. Deze stukken zijn op verzoek van ACM aan het niet-vertrouwelijke deel van het dossier toegevoegd. KPN, Tele2, Vodafone en Eurofiber hebben ermee ingestemd dat het College mede op grondslag van de vertrouwelijke stukken uitspraak doet op de verzoeken om voorlopige voorziening.

    ACM heeft een schriftelijke reactie op de verzoeken ingediend.

    Vodafone, Tele2, Eurofiber en KPN hebben een zienswijze ingediend.

    ACM heeft nadere stukken ingediend.

    Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 29 mei 2013. Partijen zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigden.

    Overwegingen

  4. Ingevolge het bepaalde in artikel 8:81 van de Awb, voor zover hier van belang, kan, indien tegen een besluit bij het College beroep is ingesteld, op verzoek een voorlopige voorziening worden getroffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. Voor zover in deze uitspraak een oordeel wordt gegeven over de rechtmatigheid van het marktanalysebesluit FttO en het marktanalysebesluit HK WBT/HL is sprake van een voorlopig oordeel dat het College niet bindt in de bodemprocedure.

    Voorwerp van de verzoeken om voorlopige voorziening

  5. KPN vraagt om schorsing van twee verplichtingen die zijn opgenomen zowel in het marktanalysebesluit FttO als in het marktanalysebesluit HK WBT/HL, namelijk de near netverplichting en de verplichte aankondigingstermijn van twee maanden voor de ontwikkeling van een nieuw netwerk (door KPN aangeduid als de wachtverplichting).

    Deze verplichtingen heeft ACM aan KPN opgelegd omdat KPN volgens ACM aanmerkelijke marktmacht heeft op de markt voor ODF-access (FttO) en op de markt voor HK WBT/HL. In de beroepsprocedure tegen het marktanalysebesluit FttO en tegen het marktanalysebesluit HK WBT/HL heeft KPN dit standpunt van ACM bestreden. In de onderhavige procedures over de verzoeken om voorlopige voorziening heeft KPN uitdrukkelijk naar voren gebracht dit buiten bespreking te willen laten. De voorzieningenrechter gaat daarom bij de beoordeling van de verzoeken om voorlopige voorziening uit van de rechtmatigheid van de afbakening van de twee markten en de vaststelling dat KPN op die markten aanmerkelijk marktmacht heeft.

    Eurofiber is partij

  6. ACM heeft...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT