Kort geding van Rechtbank Rotterdam, 31 mei 2013

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:31 mei 2013
Uitgevende instantie::Rechtbank Rotterdam
SAMENVATTING

Aanbesteding; vorderingen afgewezen. vordering opschortende werking vonnis in combinatie met gunningverbod voor de tussentijd wordt ook afgewezen, omdat geen sprake is van bijzondere omstandigheden. Belangen aanbestedende dienst en winnende inschrijver wegen zwaarder.

 
GRATIS UITTREKSEL

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Handel

zaaknummer / rolnummer: C/10/422568 / KG ZA 13-343

Vonnis in kort geding van 31 mei 2013

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiser],

gevestigd te Horst,

eiseres,

advocaat mr. M.G.G. van Nisselroij,

tegen

  1. de publiekrechtelijke rechtspersoon

    GEMEENTE SPIJKENISSE,

    zetelend te Spijkenisse,

  2. de publiekrechtelijke rechtspersoon

    GEMEENTE BERNISSE,

    zetelend te Abbenbroek,

  3. de publiekrechtelijke rechtspersoon

    GEMEENTE BRIELLE,

    zetelend te Brielle,

  4. de publiekrechtelijke rechtspersoon

    GEMEENTE WESTVOORNE,

    zetelend te Rockanje,

  5. de publiekrechtelijke rechtspersoon

    GEMEENTE HELLEVOETSLUIS,

    zetelend te Hellevoetsluis,

    gedaagden,

    advocaat mr. J.W. Fanoy,

    in welk geschil als tussenkomende partij optreedt:

    de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

    DE VIER GEWESTEN B.V.,

    gevestigd te Zwolle,

    advocaat mr. A.L. Appelman.

    Partijen zullen hierna [eiser], de gemeenten en DVG genoemd worden.

  6. De procedure

    1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

    - de dagvaarding d.d. 9 april 2013, met producties

    - de mondelinge behandeling d.d. 17 mei 2013

    - de akte houdende eisvermeerdering, de nadere producties en pleitnotities van [eiser]

    - de producties en pleitnotities van de gemeenten

    - de incidentele conclusie houdende een verzoek tot tussenkomst, subsidiair voeging, een productie en de pleitnotities van DVG.

    1.2. DVG heeft verzocht te mogen tussenkomen in dit geding. Ter zitting hebben de gemeenten verklaard geen bezwaar te maken tegen die tussenkomst. [eiser] heeft verklaard zich te refereren aan het oordeel van de voorzieningenrechter. De voorzieningenrechter heeft daarop de tussenkomst van DVG toegestaan, aangezien voldoende is gebleken dat DVG belang heeft om benadeling of verlies van haar toekomende rechten te voorkomen en niet is gebleken dat het verzoek tot tussenkomst aan de vereiste spoed en de goede procesorde in dit kort geding in de weg staan.

    1.3. Ten slotte is vonnis bepaald.

  7. De feiten

    Als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende bestreden alsmede op grond van de inhoud van de door partijen overgelegde producties, kan in dit kort geding van de volgende feiten worden uitgegaan.

    2.1. Op 15 januari 2013 hebben de gemeenten een Europese openbare aanbesteding aangekondigd voor de opdracht betreffende het uitvoeren van leerlingenvervoer en collectief vraagafhankelijk vervoer. De gemeenten hebben de opdracht verdeeld in twee percelen: perceel 1 betreffende het leerlingenvervoer voor de gemeenten Bernisse, Brielle, Hellevoetsluis, Spijkenisse en Westvoorne en perceel 2 betreffende het collectief vraagafhankelijk vervoer voor de gemeenten Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne.

    2.2. De Offerteaanvraag d.d. 11 januari 2013 luidt voor zover hier van belang:

    “(…)

    Hoofdstuk II. Voorwerp van de aanbesteding

    (…)

    De overeenkomst van opdrachtverstrekking ter zake van het uitvoeren van Leerlingenvervoer (perceel 1) begint op 1 augustus 2013 en wordt aangegaan voor de duur van twee jaar, met de mogelijkheid van verlenging met maximaal drie maal één aaneengesloten periode van twaalf maanden.

    De overeenkomst van opdrachtverstrekking ter zake van het uitvoeren van Collectief (perceel 2) Vraagafhankelijk Vervoer begint op 16 mei 2013 en wordt aangegaan voor de duur van twee jaar, met de mogelijkheid van verlenging met maximaal drie maal één aaneengesloten periode van twaalf maanden.

    (…)

    Aan de eisen in de Programma’s van Eisen en Wensen dient door de inschrijver voldaan te worden. Het niet voldoen aan de eisen leidt tot het terzijde schuiven van diens offerte (…).

    Hoofdstuk III. Aanbestedingskader

    (…)

    III.10 Vereisten waaraan een offerte moet voldoen

    De offerte (per perceel) dient te bestaan uit:

    a. de volledig ingevulde en ondertekende Eigen Verklaring (Bijlage B);

    (…)

    Indien niet alle Bijlagen B, C en E voor perceel 1 en/of Bijlagen B, D, en F voor perceel 2 zijn ingeleverd, casu quo die Bijlagen onvolledig zijn ingevuld, casu quo niet ondertekend en/of geparafeerd zijn, dan worden die inschrijvingen door de aanbestedende dienst ter zijde geschoven, tenzij bedoelde onvolkomenheden niet substantieel van aard zijn, zulks ter beoordeling van de aanbestedende dienst (…).

    Onder niet substantieel wordt elk herstel of wijziging verstaan, dat niet tot vervalsing van de mededinging leidt,noch schending van het gelijkheidsbeginsel met zich brengt.

    (…)

    Hoofdstuk IV. Beoordelingsmethodiek

    (…)

    IV.1 Geschiktheidseisen

    (…)

    Matrix geschiktheidseisen

    Geschiktheidseisen Onderdelen Score

    Geschiktheidseis 1 Niet volledig ingevulde en ondertekende Eigen Verklaring K.O.*

    (…) (…) (…)

    (…)

    * De aanbestedingsprocedure wordt met de betreffende Inschrijver stopgezet indien niet voldaan wordt aan de geschiktheidseis, tenzij wat het geschiktheidseis 1 betreft de onvolkomenheden niet substantieel van aard zijn, zulks ter beoordeling van de aanbestedende dienst.

    (…)

    IV.2. Gunning

    Als gunningscriterium geldt de laagste prijs (…)”.

    2.3. Bijlage B ‘Eigen Verklaring’ bij de onder 2.2 genoemde Offerteaanvraag luidt voor zover hier van belang:

    “(…)

    AANWIJZINGEN TEN AANZIEN VAN HET INVULLEN EN INDIENEN VAN DEZE EIGEN VERKLARING

    (…)

    Indien een inschrijver zich aanmeldt met gebruikmaking van onderaannemers (vraag 1 sub d), dient elke onderaannemer de vragen 1, 2 en 3 uit de Eigen Verklaring in te vullen, te ondertekenen en gelijktijdig met de Eigen Verklaring in te dienen.

    De inschrijver draagt het risico van een onvolledige invulling en de niet-tijdige aanwezigheid van de Eigen Verklaring met de bijbehorende bijlagen 1 t/m 6.

    (…)

    EIGEN VERKLARING (…)

    (…)

  8. Algemene vragen

    (…)

    d. In voorkomend geval, aan welke ondernemingen wordt een deel van de opdracht in onderaanneming gegeven, voor zover de waarde van dat deel van de opdracht gelijk of hoger is dan de voor de dienstverlening geldende drempelwaarde (…)”.

    2.4. Bijlage I “Concept Raamovereenkomst Leerlingenvervoer LVV (Perceel 1)” bij de offerteaanvraag luidt voor zover hier van belang:

    “(…)

    Artikel 9 Contractsovername; onderaanneming

    (…)

  9. Indien de opdrachtnemers bij de uitvoering van de overeenkomst van opdrachtverstrekking inzake de verrichting van diensten gebruik wil maken van diensten door derden, dan zal hij daartoe slechts bevoegd zijn na daartoe verkregen voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever (…).

    2.5. Bijlage J “ Conceptraamovereenkomst Collectief Vraagafhankelijk Vervoer WMO (Perceel 2)” bij de offerteaanvraag luidt voor zover hier van belang:

    “(…)

    Artikel 18 Overige eisen

    (…)

  10. Indien de opdrachtnemer gedurende de looptijd van de raamovereenkomst de opdracht geheel of gedeeltelijk wenst uit te besteden aan derden, die ten tijde van de inschrijving niet bekend waren, dient de desbetreffende gemeente hier vooraf schriftelijk akkoord voor te geven (…)”.

    2.6. De tweede Nota van Inlichtingen met betrekking tot perceel 1 luidt voor zover hier van belang:

    “(…)

    43 (…)

    Wat verstaat u onder “de voor de dienstverlening geldende drempelwaarde”

    (…)

    De EU-drempel van € 200.000,-

    (…)”.

    2.7. De tweede Nota van Inlichtingen met betrekking tot perceel 2 luidt voor zover hier van belang:

    “(…)

    36 (…)

    Wij kunnen zelfstandig voldoen aan alle eisen die gesteld zijn in het bestek. Op dit moment kunnen wij niet aangeven of wij gebruik maken van onderaannemers voor het uitvoeren van het feitelijke vervoer. Kunt u ermee instemmen dat het ook is toegestaan dat de namen van onderaannemers en de vragen 1 tot en met 3 uit de eigen...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT