Eerste aanleg - meervoudig van Rechtbank Rotterdam, 13 juni 2013

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:13 juni 2013
Uitgevende instantie::Rechtbank Rotterdam
SAMENVATTING

Tapgegevens kwalificeren als strafvorderlijke gegevens als bedoeld in de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens (Wjsg). Geen kenbare, voor rechter toetsbare afweging van de officier van justitie. Nu daarvan sprake is, is de rechtbank van oordeel dat verweerster in dit geval de telefoontaps niet mocht gebruiken als bewijs, omdat anders geen recht wordt gedaan aan de eisen van artikel 8 van... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Bestuursrecht 1

zaaknummers: ROT 12/1711, ROT 12/1712 en ROT 12/1713

uitspraak van de meervoudige kamer van 13 juni 2013 in de zaak tussen

[X] Infra B.V., te [plaats],

[X] Groep B.V., te [plaats],

[X] Infrastructuur Nederland B.V., eiseressen,

gemachtigden: mrs. G. van der Wal en G. Ryelandt,

[naam], eiser I,

gemachtigden: mrs. S.M.M.C. Vinken en M.J. van Joolingen,

[naam], eiser II,

gemachtigden: mrs. S.M.M.C. Vinken en M.J. van Joolingen,

en

de Autoriteit Consument en Markt, verweerster,

gemachtigden: mrs. L. Jörg en E.K.S. Mollen.

Procesverloop

Bij besluit van 29 oktober 2010 (primaire besluit I) heeft de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa, thans Autoriteit Consument en Markt) - onder meer - eiseressen een boete opgelegd wegens overtreding van artikel 6 van de Mededingingswet (Mw).

Bij besluit van 29 oktober 2010 (primaire besluit II) is aan eiser I een boete van € 100.000 opgelegd, omdat hij feitelijk leiding zou hebben gegeven aan deze overtreding.

Bij besluit van 29 oktober 2010 (primaire besluit III) is aan eiser II een boete van € 250.000 opgelegd, omdat hij feitelijk leiding zou hebben gegeven aan de eerder genoemde overtreding van artikel 6 van de Mw.

Bij besluit van 8 maart 2012 (kenmerk: 7094/49) heeft verweerster de bezwaren van eiseressen - onder aanvulling van de motivering - ongegrond verklaard.

Bij besluiten van 8 maart 2012 (kenmerk: 7094/51 respectievelijk 7094/50) heeft verweerster de bezwaren van eisers I en II - onder aanvulling van de motivering - ongegrond verklaard.

Eiseressen en eisers I en II hebben tegen de besluiten van 8 maart 2012 (hierna: de bestreden besluiten) beroep ingesteld.

Bij brief van 3 juli 2012 heeft verweerster de op de zaak betrekking hebbende stukken aan de rechtbank toegezonden. Verweerster heeft aangegeven dat een aantal stukken ‘relatief’ vertrouwelijk zijn: uitsluitend één partij en verweerster zijn met die stukken bekend. Voor de overige partijen dienen deze stukken vertrouwelijk te blijven. Verweerster heeft ten aanzien van die stukken op grond van artikel 8:29, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) de rechtbank medegedeeld dat uitsluitend zij daarvan kennis zal mogen nemen en verzocht om met toepassing van artikel 8:29, derde lid, van de Awb te beslissen dat de beperkte kennisneming gerechtvaardigd is.

In de zaken van eisers I en II heeft de rechter-commissaris bij beslissing van 15 januari 2013 beperking van de kennisneming gerechtvaardigd geacht.

In de zaak van eiseressen heeft de rechter-commissaris bij beslissing van 15 januari 2013 beperking van de kennisneming deels gerechtvaardigd geacht. Ten aanzien van de stukken 31 (voor zover betreft bijlage 06494020010158), 64 (voor zover betreft op een specifiek besteknummer betreffende stukken van Janssen de Jong Infra B.V), 145, 164, 176, 222, 231, 262 en 264 heeft de rechter-commissaris gesteld dat deze stukken afkomstig zijn van dan wel opgesteld zijn namens (een van) eiseressen, dan wel een verklaring van een medewerker van eiseressen bevat. Verweerster is in de gelegenheid gesteld alsnog te motiveren waarom van deze stukken uitsluitend de rechtbank, en niet ook eiseressen in dit geding, kennis mag nemen dan wel de mededeling en het verzoek in zoverre in te trekken en deze stukken alsnog aan eiseressen te zenden.

Bij brief van 17 januari 2013 heeft verweerster haar verzoek nader gemotiveerd en daarbij voor stukken 31, 64 en 145 het verzoek om toepassing van artikel 8:29 van de Awb ingetrokken. De stukken waarvoor verweerster het verzoek heeft ingetrokken, zijn aan het dossier van eiseressen toegevoegd en door de rechtbank aan eiseressen verstrekt. Voor de overige hiervoor genoemde stukken heeft verweerster nader gemotiveerd gesteld dat voor deze stukken een relatieve vertrouwelijkheid geldt en wel ten opzichte van eisers I en/of II.

Bij beslissing van 18 januari 2013 heeft de rechter-commissaris geoordeeld dat in de in de brief van 17 januari 2013 genoemde gronden onvoldoende gewichtige redenen zijn gelegen om beperking van de kennisneming van stukken 164, 176, 222, 231, 262 en 264 gerechtvaardigd te achten en dat beperking van de kennisneming van die stukken ten opzichte van eiseressen niet gerechtvaardigd is. Eiseressen moeten in dit beroep kunnen kennisnemen van stukken die door henzelf zijn aangeleverd. Verweerster is in de begeleidende brief van 18 januari 2013 bij de beslissing van de rechter-commissaris verzocht de betreffende stukken aan eiseressen te doen toekomen. De rechtbank is niet gebleken dat verweerder niet aan dit verzoek heeft voldaan.

Eisers I en II hebben toestemming verleend als bedoeld in artikel 8:29, vijfde lid, van de Awb. Nu eiseressen echter geen toestemming als hiervoor bedoeld hebben verleend, heeft de rechtbank uitspraak gedaan zonder kennisname van de vertrouwelijke stukken.

Verweerster heeft in alle zaken een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 januari 2013. Voor eiseressen is verschenen hun gemachtigde mr. G. van der Wal. Voor eiser I zijn verschenen zijn gemachtigden. Eiser II is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigden. Verweerster heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigden.

Overwegingen

  1. Op grond van artikel 42 van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt (Stb. 2013/102) worden besluiten van de NMa met ingang van 1 april 2013 aangemerkt als besluiten van de Autoriteit Consument en Markt (ACM) en treedt per die datum de ACM in bestuurszaken op in de plaats van de NMa.

  2. De Rijksrecherche, die valt onder het Openbaar Ministerie (OM), is in 2007 een onderzoek gestart naar ambtelijke corruptie in Zuid-Limburg (onderzoek ‘Cleveland’). De Rijksrecherche heeft in dit onderzoek gebruik gemaakt van haar bevoegdheden om telefoongesprekken af te tappen. Het OM heeft in 2008 contact opgenomen met voorheen de NMa omdat bij het OM uit de afgenomen telefoontaps het vermoeden was gerezen van het bestaan van prijsafspraken tussen bouwbedrijven onderling.

    2.1 Het OM heeft telefoontaps aan de NMa ter beschikking gesteld. De NMa heeft op 9 december 2008 een onderzoek ingesteld naar een mogelijke overtreding van artikel 6 van de Mw door ondernemingen die actief zijn op het gebied van grond-, weg- en waterbouw in Zuid-Limburg. De NMa heeft de telefoontaps in dit onderzoek gebruikt. Bij brief van 16 december 2008 heeft de officier van justitie de NMa formeel toestemming gegeven voor het gebruik van de tapverslagen.

    2.2 Op basis van de resultaten van zijn onderzoek heeft verweerster zich op het standpunt gesteld dat [X]Infra B.V. met een andere onderneming in de periode maart 2008 tot en met december 2008 inschrijfcijfers heeft afgestemd en informatie heeft uitgewisseld over hun voorgenomen inschrijfgedrag voorafgaande aan de inschrijving op een aantal aanbestedingen van grond-, weg- en waterbouwwerken in Zuid-Limburg. Hiermee hebben deze...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT