Eerste aanleg - meervoudig van Rechtbank Rotterdam, 13 juni 2013

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:13 juni 2013
Uitgevende instantie::Rechtbank Rotterdam
SAMENVATTING

De rechtbank veroordeelt verdachte voor een overval op een hotel in Vlaardingen tot een gevangenisstraf van drie jaren. Het beroep op bewijsuitsluiting van de verdediging vanwege mogelijke gebreken bij het DNA-onderzoek wordt door de rechtbank verworpen, evenals het geschetste alternatieve scenario.

 
GRATIS UITTREKSEL

RECHTBANK ROTTERDAM

Team straf 3

parketnummer: 10/810229-12

verkort vonnis van de meervoudige kamer d.d. 13 juni 2013

in de strafzaak tegen

[Verdachte],

geboren te [plaats] (Koeweit) op [1989],

wonende te [adres en woonplaats],

thans gedetineerd in de PI Rotterdam, locatie Hoogvliet, te Rotterdam,

hierna: verdachte.

De zaak is inhoudelijk behandeld ter terechtzitting van 31 mei 2013.

De rechtbank heeft de processtukken gezien en kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen de verdediging naar voren heeft gebracht.

1 De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd wat in de dagvaarding is omschreven en zoals deze ter terechtzitting overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd. De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht en maakt hiervan deel uit.

2 De voorvragen

De dagvaarding voldoet aan alle wettelijke eisen en is dus geldig.

De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

De officier van justitie is ontvankelijk.

Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

3 Het onderzoek ter terechtzitting

3.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie acht het ten laste gelegde feit bewezen en heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden, met aftrek van voorarrest.

3.2 De verdediging

De raadsvrouw heeft primair vrijspraak bepleit en subsidiair heeft de raadsvrouw een strafmaatverweer gevoerd.

4 De bewijsbeslissing

4.1 Beroep op bewijsuitsluiting

De verdediging heeft betoogd dat het aangetroffen spoor op het vest van aangeefster [aangeefster] en de daarop gegrondveste onderzoekresultaten van het Nederlands Forensisch Instituut (hierna: NFI) niet gebezigd mogen worden tot bewijs.

De raadsvrouw heeft daartoe aangevoerd dat het NFI-rapport vermeldt dat bij het onderzoek is geconstateerd dat de verpakking van het vest licht was beschadigd. Volgens de verdediging wijst deze beschadiging er op dat het vest kennelijk niet op de juiste wijze is veiliggesteld, waardoor er contaminatie van de biologische sporen kan zijn opgetreden. DNA is kwetsbaar en zeer gevoelig voor vocht, warmte en direct zonlicht, aldus de raadsvrouw. Indien DNA aan voornoemde invloeden is blootgesteld, dan dient er rekening mee te worden gehouden dat DNA kan zijn afgebroken of de kwaliteit hiervan is afgenomen.

De rechtbank overweegt als volgt.

Het vest van aangeefster is op 15 mei 2012 veiliggesteld en voorzien van het SINnummer AAET3647NL (proces-verbaal van bevindingen d.d. 22 november 2012, documentcode 1205150115.AMB in het proces-verbaal van politie met nummer PL-17-R2 432/2012, pagina 22 en de kennisgeving van inbeslagneming). De veiliggestelde sporendrager is vervolgens op 18 september 2012 ter onderzoek aangeboden aan het NFI (proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 november 2012, documentcode 1211100001.NFI). Het rapport van het NFI d.d. 13 februari 2013 (zaaknummer 2012.10.12.044) vermeldt dat bij het onderzoek is geconstateerd dat de verpakking van het vest AAET3647NL licht beschadigd is. Desondanks is het vest onderworpen aan een DNA-onderzoek.

Bij dit DNA-onderzoek is een combinatie van DNA-kenmerken afgeleid van een mannelijke celdonor. Deze combinatie van afgeleide DNA-kenmerken is op 31 oktober 2012 opgenomen in de Nederlandse DNA-databank voor strafzaken om vergeleken te worden met daarin aanwezige DNA-profielen. Hierbij is een match gevonden met het DNA-profiel van verdachte. Dit betekent volgens het NFI dat verdachte één van de celdonoren kan zijn van het celmateriaal in een van de bemonsteringen van het vest. De berekende frequentie van de combinatie van afgeleide DNA-kenmerken is kleiner dan één op één miljard. Ofwel, de kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen man matcht met dit DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de enkele omstandigheid dat bij het DNA-onderzoek werd geconstateerd dat de verpakking van het vest licht was beschadigd, niet aannemelijk geworden dat er mogelijke sprake is geweest van contaminatie van DNA-sporen. Daarnaast neemt de...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT