Hoger beroep van Gerechtshof Amsterdam, June 13, 2013

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:2013/06/13
Uitgevende instantie::Gerechtshof Amsterdam
SAMENVATTING

Poging tot diefstal door in vereniging door middel van braak. Het hof acht in het bijzonder belastend de zeer verdachte omstandigheden waaronder verdachte wordt aangehouden: op korte afstand van het dorpshuis waar even daarvoor een inbraak is gepleegd, midden in de nacht hangend aan/staand op een dak en vluchtend voor de politie en het feit dat hij in het gezelschap was van twee personen die door ... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

parketnummer: 23-005426-12, 13-170728-10 (TUL), 13-671052-10 (TUL)

datum uitspraak: 13 juni 2013

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Haarlem van 11 december 2012 in de strafzaak onder de parketnummers 15-700719-12 en 13-170728-10, 13-671052-10 (TUL) tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 30 mei 2013, en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman mr. P.A. van der Waal, advocaat te Amsterdam, naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd:

dat hij op of omstreeks 08 oktober 2012 te Jisp, gemeente Wormerland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit dorpshuis "de Lepelaar" (gelegen op of aan [adres]) weg te nemen een of meerdere geldbedrag(en) en/of een of meerdere goed(eren) van zijn, verdachtes, en/of zijn mededader(s) gading, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot bovengenoemd pand te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, naar bovengenoemd pand is gegaan, waarna hij, verdachte, en/of zijn mededader(s): - met behulp van (een) schroevendraaier(s) en/of (een) slotentrekker(s), in elk geval met behulp van een of meerdere voorwerp(en), (een of meerdere cilindersloten van) een of meerdere deur(en) van bovengenoemd pand heeft/hebben geforceerd en/of - zijn/is binnengetreden in bovengenoemd pand en/of - met behulp van (een) breekijzer(s), in elk geval met behulp van een of meerdere voorwerp(en) een kluis heeft/hebben geprobeerd open te breken en/of te forceren, dan wel met behulp van (een) breekijzer(s) druk heeft/hebben uitgeoefend op een kluis, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de rechter in eerste aanleg.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande:

dat hij op 8 oktober 2012 te Jisp, gemeente Wormerland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit dorpshuis "De Lepelaar", gelegen aan [adres], weg te nemen geldbedragen en/of goederen van zijn, verdachtes, en zijner mededaders gading, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever], zich daarbij de toegang tot bovengenoemd pand te verschaffen en die weg te nemen goederen onder hun bereik te brengen door middel van braak, met zijn mededaders, naar bovengenoemd pand is gegaan, waarna hij, verdachte, en zijn mededaders:

- met behulp van één of meer voorwerpen cilindersloten van deuren van bovengenoemd pand hebben geforceerd en

- zijn binnengetreden in bovengenoemd pand en

- met behulp van een breekijzer een kluis hebben geprobeerd open te breken of te forceren, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en op de hierna opgenomen bewijsoverweging.

Bewijsoverweging

De raadsman stelt zich op het standpunt dat er in het dossier geen bewijsmiddelen voorhanden zijn die de verdachte rechtstreeks aan de poging inbraak verbinden. Ter terechtzitting in hoger beroep herhaalt de raadsman zijn betoog in eerste aanleg dat de verdachte is weggerend voor de politie wegens openstaande boetes en niet vanwege betrokkenheid bij het ten laste gelegde feit. De verdachte heeft geen verdere verklaring ter zake afgelegd en...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT