Eerste aanleg - meervoudig van College van Beroep voor het bedrijfsleven, 5 juni 2013

Datum uitspraak: 5 juni 2013
Uitgevende instantie::College van Beroep voor het bedrijfsleven
SAMENVATTING

Invoering zorgzwaartepakketten in AWBZ-intramurale zorg

 
GRATIS UITTREKSEL

uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummers: AWB 10/138, 10/249, 10/295, 10/326, 10/346, 10/408 en 10/435

13950 Wet marktordening gezondheidszorg

Uitspraak van de meervoudige kamer van 5 juni 2013 in de zaken tussen

Stichting Urtica, te Utrecht, en 64 andere instellingen (hierna gezamenlijk: Urtica en andere),

Stichting SIG, te Heemskerk, gemeente Midden-Kennemerland (hierna: SIG),

Stichting Altrecht, te Utrecht (hierna: Altrecht),

Stichting Dichterbij, te Ottersum, gemeente Gennep (hierna: Dichterbij),

Stichting Sprank, te Zwolle (hierna: Sprank),

Stichting Het Raamwerk, te Noordwijkerhout (hierna: Het Raamwerk),

Stichting Woon- en Zorgvoorzieningen voor Jeugdigen, te Houthem,

gemeente Valkenburg aan de Geul (hierna: WZJ), appellanten,

(gemachtigde Altrecht: H. Lagerwaard; gemachtigde overige appellanten: prof. mr. J.G. Sijmons)

en

de Nederlandse Zorgautoriteit, verweerster,

(gemachtigden:mr. drs. J.J. Rijken en mr. H.M. den Herder).

Procesverloop

Op 19 december 2008 heeft verweerster ter vervanging van de algemene tariefbeschikking met kenmerk ZZP-09-01 de algemene tariefbeschikking ZZP-09-02 vastgesteld. In deze tariefbeschikking heeft verweerster de tarieven per dag(deel) voor de onderscheiden zorgzwaartepakketten (hierna ook: ZZP’s) vastgesteld, die door zorgaanbieders die zijn toegelaten voor de functie verblijf in combinatie met de functies persoonlijke verzorging, verpleging, begeleiding of behandeling als omschreven in het Besluit zorgaanspraken AWBZ, met ingang van 1 januari 2009 in rekening mogen worden gebracht.

Ter vervanging van de algemene tariefbeschikking met kenmerk ZZP-09-02 heeft verweerster op 7 april 2009 de algemene tariefbeschikking met kenmerk ZZP-09-03 vastgesteld, die vervolgens op 13 mei 2009 is vervangen door de algemene tariefbeschikking met kenmerk ZZP-09-04

Verder heeft verweerster in december 2008 een groot aantal tariefbeschikkingen vastgesteld waarin individuele tarieven voor de AWBZ-instellingen, waaronder appellanten, zijn opgenomen. Ten aanzien van een aantal appellanten heeft verweerster nadien gewijzigde individuele tariefbeschikkingen vastgesteld.

Behalve Sprank, die uitsluitend bezwaar heeft gemaakt tegen de ten aanzien van haar individueel genomen tariefbeschikking, hebben appellanten zowel tegen de algemene als de ten aanzien van hen individueel genomen tariefbeschikkingen bezwaar gemaakt. Deze bezwaren, die ingevolge artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wetbestuursrecht (hierna: Awb) geacht werden mede te zijn gericht tegen voormelde vervangende tariefbeschikkingen, zijn bij de bestreden besluiten, behoudens een in dit geschil niet van belang zijnd onderdeel in het bestreden besluit ten

aanzien van Urtica en andere, ongegrond verklaard. Ook het bezwaar van Sprank is bij het ten aanzien van haar genomen bestreden besluit ongegrond verklaard.

Appellanten hebben tegen de ten aanzien van hen genomen beslissingen op bezwaar beroep ingesteld.

Verweerder heeft een op alle zaken betrekking hebbend verweerschrift ingediend.

Partijen hebben nadere stukken ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 februari 2013 waarbij partijen zich hebben laten

vertegenwoordigen door hun gemachtigden.

Overwegingen

1. De geschillen gaan over de invoering van een nieuwe bekostigingssystematiek in de intramurale gehandicaptenzorg (hierna: GHZ) op basis van ZZP’s in 2009. Deze nieuwe bekostigingssystematiek betekent dat zorgaanbieders geen geld meer krijgen op basis van de toegelaten capaciteit, maar op basis van de zorgzwaarte van de cliëntpopulatie. Een ZZP is een volledig pakket van (intramurale) zorg dat aansluit op de kenmerken van de cliënt en het type zorg dat die cliënt nodig heeft. Een ZZP bestaat uit een beschrijving van het type cliënt, de grondslag waarop de cliënt voor zorg in aanmerking komt en een beschrijving van die zorg.

De invoering van de nieuwe bekostigingssystematiek vindt gefaseerd plaats. In het aan de orde zijnde jaar 2009 ontvangen de instellingen nog budget op basis van de oude bekostigingsparameters (loon- en materiële kosten aan de hand van het aantal dagen en bedden/plaatsen), maar declareren zij hun productie al wel in ZZP’s. Voor iedere zorgaanbieder wordt het verschil tussen oud en nieuw budget vastgesteld. Dit verschil wordt het herallocatiebedrag genoemd. Het herallocatiebedrag geeft inzicht in de op- of afbouw van het budget van de betreffende zorgaanbieder met ingang van 2009.

Ontvankelijkheid

2. Verweerster heeft ter zitting betoogd dat het beroep van Urtica en andere niet-ontvankelijk dient te worden verklaard voor zover dit is ingediend door stichting Urtica, stichting Sovak en stichting Nieuw Woelwijck.

De gemachtigde van Urtica en andere heeft verweerster bij brief van 7 augustus 2009 medegedeeld dat onder andere stichting Sovak en stichting Nieuw Woelwijck niet langer deelnemen aan de mede door hen gevoerde collectieve bezwaarschriftprocedure. Deze bezwaarschriftprocedure was gericht tegen de algemene tariefbeschikkingen met kenmerken ZZP-09-1 en ZZP-09-2, de tariefbeschikkingen waarin individuele tarieven voor Urtica en andere zijn opgenomen en – ingevolge artikel 6:19, eerste lid, Awb – tegen de nadien vastgestelde (vervangende) tariefbeschikkingen. Niet is gebleken dat Stichting Sovak en Stichting Woelwijck los van de collectieve bezwaarschriftprocedure bezwaar hebben gemaakt tegen voormelde tariefbeschikkingen.

Stichting Urtica heeft verweerster bij brief van 2 november 2009 medegedeeld dat zij haar bezwaar intrekt. Dit betreft het bezwaar dat Urtica en andere mede namens deze stichting hebben ingediend. Bij de brief van 2 november 2009 is een zogenoemd intrekkingsformulier gevoegd waarop is vermeld dat stichting Urtica het bezwaarschrift gericht tegen de algemene tariefbeschikkingen met kenmerken ZZP-09-1 en ZZP-09-2 en de individuele tariefbeschikking met kenmerk 600-1670-09-1 niet wenst te handhaven.

In de brief noch het daarbij gevoegde intrekkingsformulier is vermeld dat stichting Urtica het bezwaarschrift evenmin wenst te handhaven voor zover dat ingevolge artikel 6:19, eerste lid, Awb wordt geacht mede te zijn gericht tegen de nadien vastgestelde (vervangende) tariefbeschikkingen. Het bezwaarschrift van de stichting Urtica is in zoverre niet komen te vervallen.

Voormelde intrekkingen brengen mee dat op grond van artikel 6:13 Awb het beroep van Urtica en andere voor zover dit is ingediend door stichting Sovak en stichting Nieuw Woelwijck geheel, en voor zover dit is ingediend door stichting Urtica in zoverre dit betrekking heeft op de (ter vervanging van de eerdere algemene tariefbeschikking genomen) algemene tariefbeschikking ZZP-09-2 en de individuele tariefbeschikking met kenmerk 600-1670-09-1, niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

ZZP 7 VG

2. Appellanten stellen zich op het standpunt dat het ZZP voor de sterk gedragsgestoord licht verstandelijk gehandicapten in de categorie (besloten) wonen met zeer intensieve begeleiding, verzorging en gedragsregulering (hierna: ZZP 7 VG) in de periode januari tot juli 2009 ten onrechte alleen kon worden gedeclareerd door zorgaanbieders in het bezit van een toelating van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (hierna: de Minister) voor SGLVG-verblijfplaatsen. Volgens hen blijkt uit de toelichting bij de aanwijzing van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (hierna: de Staatssecretaris) van 31 oktober 2008 aan verweerster (Stcrt. 2008, nr. 561) dat de bestaande beperkingen aan het landelijk aantal toegelaten SGLVG-verblijfplaatsen met ingang van 1 januari 2009 zijn opgeheven. Met het oog op de opheffing van deze bestaande beperkingen hebben appellanten het aantal SGLVG-verblijfplaatsen uitgebreid. Door niet met ingang van januari 2009 over te gaan tot vergoeding van de daarmee samenhangende zorg heeft verweerster de last van een onjuiste tariefstelling ten onrechte op appellanten afgewenteld. Voor zover pas per 1 juli 2009 extra middelen beschikbaar zijn gesteld, voeren appellanten aan dat verweerster ten onrechte uitvoering heeft gegeven aan de aanwijzing van de Staatssecretaris van 16 juni 2009 (Stcrt. 2009, nr. 14401). Deze aanwijzing is volgens appellanten onverbindend, aangezien deze zonder de noodzakelijke voorhangprocedure tot stand is gekomen.

3. Verweerster stelt dat zij overeenkomstig de aanwijzing van de Staatssecretaris van 31 oktober 2008 in haar Beleidsregel prestatiebeschrijvingen en tarieven zorgzwaartepakketten (CA-394) heeft bepaald dat ZZP 7 VG alleen kan worden gedeclareerd door zorgaanbieders die voor SGLVG-verblijfplaatsen, multifunctionele centra of observatie zijn toegelaten op grond van artikel 5 van de Wet toelating zorginstellingen (hierna: WTZi). Dat in de toelichting bij de aanwijzing van 31 oktober 2009 is gesproken over het opheffen van de bestaande beperkingen aan het landelijk aantal toegelaten SGLVG-verblijfplaatsen met ingang van 1 januari 2009 kan verweerster niet worden tegengeworpen. Dit betreft volgens verweerster een opmerking van de Staatssecretaris over het voornemen het toelatingsbeleid van zorginstellingen op grond van de WTZi te wijzigen. Om redenen die hier buiten beschouwing kunnen blijven heeft de Staatssecretaris dit beleid uiteindelijk in een gewijzigde vorm tot uitvoering gebracht. In deze procedure kunnen de argumenten van appellanten die betrekking hebben op de rechtmatigheid van de beslissingen inzake de toelating van zorginstellingen niet aan de orde komen. Voor zover appellanten hebben aangevoerd dat de aanwijzing van de Staatssecretaris van 16 juni 2009 onverbindend zou zijn, merkt verweerster op dat deze aanwijzing een aanvulling betreft van de aanwijzing van 31 oktober 2008. Van de zakelijke inhoud van de aanwijzing is al bij brief van 22 september 2008 (in het kader van de voorhangprocedure) mededeling gedaan aan het parlement (Kamerstukken II, 2008-2009, 26 631, nr. 273).

4. In de aanwijzing van de Staatssecretaris van 31 oktober 2008 is bepaald:

" Artikel 16 SGLVG verblijf

De zorgautoriteit...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT