Hoger beroep van Gerechtshof Amsterdam, 13 juni 2013

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:13 juni 2013
Uitgevende instantie::Gerechtshof Amsterdam
SAMENVATTING

Plaatsing van de verdachte in een psychiatrisch ziekenhuis voor een termijn van 1 jaar. Volledig ontoerekeningsvatbaar. Een beroep op noodweer kan niet worden aanvaard ingeval de gedraging van degene die zich op deze exceptie beroept, op grond van de uiterlijke verschijningsvorm van de gedraging niet kan worden aangemerkt als verdedigend, maar – naar de kern bezien – als aanvallend. In zo’n geval ... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

parketnummer: 23-004862-12

datum uitspraak: 13 juni 2013

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Haarlem van 7 november 2012 in de strafzaak onder parketnummer 15-700415-12 tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

thans gedetineerd in P.I. Vught, PPC, te Vught.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

De verdachte is door de rechtbank Haarlem vrijgesproken van hetgeen aan hem onder 2 is ten laste gelegd. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 30 mei 2013, en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman, mr. G.J.B.C. Maton, advocaat te ’s-Hertogenbosch, naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd – voor zover in hoger beroep nog aan de orde –:

feit 1 primair:

dat hij op of omstreeks 12 juni 2012 te Bennebroek, gemeente Bloemendaal, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer] (die op dat moment werkzaam was als verpleegkundige specialist GGZ) van het leven te beroven, met dat opzet die [slachtoffer] met beide, althans een, hand(en) bij de keel heeft (vast)gepakt en/of (vervolgens) de keel van die [slachtoffer] heeft dichtgeknepen (als gevolg waarvan die [slachtoffer] enige tijd geen lucht heeft gekregen), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

feit 1 subsidiair:

dat hij op of omstreeks 12 juni 2012 te Bennebroek, gemeente Bloemendaal, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [slachtoffer] met beide, althans een, hand(en) bij de keel heeft (vast)gepakt en/of (vervolgens) de keel van die [slachtoffer] heeft dichtgeknepen (als gevolg waarvan die [slachtoffer] enige tijd geen lucht heeft gekregen), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

feit 1 meer subsidiair:

dat hij op of omstreeks 12 juni 2012 te Bennebroek, gemeente Bloemendaal, opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer]), (met kracht) met beide, althans een, hand(en) bij de keel heeft (vast)gepakt en/of (vervolgens) de keel van die [slachtoffer] heeft dichtgeknepen (als gevolg waarvan die [slachtoffer] enige tijd geen lucht heeft gekregen), waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het hof tot een andere beslissing komt met betrekking tot de op te leggen straf of maatregel dan de rechtbank.

Feiten en omstandigheden

Op grond van de stukken in het dossier en hetgeen is verhandeld ter terechtzittingen in eerste aanleg en in hoger beroep gaat het hof uit van de volgende gang van zaken.

De verdachte verbleef op 12 juni 2012 in een woning van GGZ Ingeest te Bennebroek. Op voornoemde datum voerde verdachte op zijn kamer een gesprek met zijn behandelaar [slachtoffer]. [slachtoffer] zag dat de verdachte boos werd en pakte uit voorzorg een keukenmes weg dat op tafel la[slachtoffer] liep met het mes in één van haar handen naar de deur. Verdachte pakte [slachtoffer] vervolgens met kracht bij haar keel.

[slachtoffer] heeft daardoor enige tijd geen lucht gekregen. Van dit voorval heeft zij pijn ondervonden.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Verdachte heeft wisselende verklaringen afgelegd. Kort na het voorval is verdachte door de politie gehoord. Aldaar heeft hij verklaard dat hij [slachtoffer] met zijn armen bij de keel heeft gepakt. Ter terechtzitting in eerste aanleg is verdachte op deze verklaring teruggekomen. Hij zou wel in de buurt van de keel van [slachtoffer] zijn geweest, maar bestrijdt haar daar...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT