Eerste aanleg - enkelvoudig van Rechtbank Rotterdam, 12 juni 2013

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:12 juni 2013
Uitgevende instantie::Rechtbank Rotterdam
SAMENVATTING

Onbevoegdheidsincidenten. FENEX-condities toepasselijk ogv eerdere overeenkomsten. Rechtbank is onbevoegd omdat er in dit geval hetzij géén overeenkomst tussen partijen is gesloten hetzij arbitrage is overeengekomen en de vorderingen betwist worden. Evenmin rechtsmacht ogv art. 5 sub 3 EEX-Vo omdat schadebrengende feit in Duitsland was gelegen.

 
GRATIS UITTREKSEL

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team haven en handel

zaaknummer / rolnummer: C/10/404964 / HA ZA 12-591

Vonnis in incidenten van 12 juni 2013

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

IFO INTERNATIONAL FORWARDING OFFICE B.V.,

gevestigd te Zaandam,

eiseres,

verweerster in de incidenten,

advocaat mr. M.L.A. Verleun,

tegen

  1. [gedaagde 1],

    wonende te Seevetal (Duitsland),

    gedaagde,

    eiser in het incident,

    advocaat mr. T.A. Vermeulen,

  2. de vennootschap naar vreemd recht

    [gedaagde 2],

    gevestigd te Plauen (Duitsland),

    gedaagde,

    eiseres in het incident,

    advocaat mr. W.L. Stolk.

    Partijen zullen hierna IFO, [gedaagde 1] en [gedaagde 2] genoemd worden.

  3. De procedure

    1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

    - de dagvaarding (met producties)

    - de incidentele conclusie tot onbevoegdheid van [gedaagde 1]

    - de exceptie van onbevoegdheid tevens conclusie van antwoord van [gedaagde 2] (met producties)

    - de incidentele conclusie van antwoord

    - de pleitnotities in het schriftelijke pleidooi van IFO, [gedaagde 1] en [gedaagde 2]

    - de reactie op pleitnota zijdens GLN en IFO van [gedaagde 1]

    - het aanvullend schriftelijk pleidooi van IFO

    - de brief van mr. Stolk waarin hij laat weten dat hij door zijn cliënte niet in staat wordt gesteld om een schriftelijk antwoordpleidooi in te dienen.

    1.2. Ten slotte is vonnis bepaald in de incidenten.

  4. De vordering in de hoofdzaak

    2.1. IFO vordert dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, primair [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk, subsidiair [gedaagde 1] en meer subsidiair [gedaagde 2] zal veroordelen om aan haar een bedrag van € 68.401,36 te betalen, vermeerderd met rente en kosten.

    2.2. IFO baseert haar vordering onder andere op de stellingen: dat zij in 2011 in opdracht van [gedaagde 1] en voor rekening van [gedaagde 2] transporten heeft geregeld, dat [gedaagde 2] en [gedaagde 1]r in verband daarmee de aan haar verschuldigde vrachtkosten ad € 55.170,55 onbetaald laten, dat op de overeenkomst de Fenex-voorwaarden van toepassing zijn en dat administratie- en incassokosten verschuldigd zijn. Ook stelt IFO dat [gedaagde 2] heeft geprofiteerd van de tekortkoming van [gedaagde 1], dan wel zich ten koste van IFO ongerecht-vaardigd heeft verrijkt.

  5. Het geschil in de incidenten

    3.1. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] vorderen - afzonderlijk van elkaar - dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart, met veroordeling van IFO in de kosten. Beide partijen baseren hun incidentele eis (kort gezegd:) op de stellingen: dat zij met IFO geen overeenkomst hebben gesloten (waarop de Fenex-voorwaarden van toepassing...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT