Eerste aanleg - meervoudig van Rechtbank Midden-Nederland, 17 juni 2013

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:17 juni 2013
Uitgevende instantie::Rechtbank Midden-Nederland
SAMENVATTING

Jeugdstrafrecht, medeplegen van doodslag op grensrechter. De rechtbank veroordeelt verdachte tot onder meer 24 maanden jeugddetentie, waarvan zes maanden voorwaardelijk.

 
GRATIS UITTREKSEL

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 07/661060-12 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 17 juni 2013

in de strafzaak tegen

[verdachte A],

geboren op [1996] te [geboorteplaats],

verblijvende te [verblijfplaats].

HET ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het onderzoek heeft plaatsgevonden achter gesloten deuren op 11 maart 2013, 29 mei 2013, 30 mei 2013, 31 mei 2013, 1 juni 2013 en 3 juni 2013 te Lelystad, waarbij de verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. M. van Essen, advocaat te Amsterdam.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officieren van justitie,

mr. J. Zeilstra en mr. S.J. Buis, en van hetgeen door de raadsvrouwe van verdachte en verdachte naar voren is gebracht.

2 DE TENLASTELEGGING

De verdachte is ten laste gelegd dat:

  1. hij in of omstreeks de periode van 02 tot en met 03 december 2012 te Almere tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) met dat opzet meerdere malen, althans eenmaal (met kracht) tegen het hoofd en/of de nek en/of het lichaam van die [slachtoffer] geschopt en/of getrapt en/of geslagen en/of gestompt, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden;

    althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

    hij in of omstreeks de periode van 02 tot en met 03 december 2012 te Almere, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, aan een persoon genaamd [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (te weten een traumatische beschadiging van een wervelslagader, met als gevolg infarcering van de hersenstam) heeft toegebracht, door meerdere malen, althans eenmaal (met kracht) tegen het hoofd en/of de nek en/of het lichaam van die [slachtoffer] te schoppen en/of te trappen en/of te slaan en/of te stompen, terwijl het feit de dood tengevolge heeft gehad;

    althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

    hij in of omstreeks de periode van 02 tot en met 03 december 2012 te Almere, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer]), tegen het hoofd en/of de nek en/of het lichaam heeft geschopt en/of getrapt en/of geslagen en/of gestompt, tengevolge waarvan deze is overleden;

  2. hij op of omstreeks 02 december 2012 te Almere met een ander of anderen, op een voor het publiek toegankelijke plaats of in een voor het publiek toegankelijke ruimte, te weten op het terrein van voetbalvereniging Buitenboys, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer] en/of [slachtoffer, keeper], welk geweld bestond uit het meerdere malen, althans eenmaal (met kracht) schoppen en/of trappen en/of slaan en/of stompen tegen het hoofd en/of de nek en/of het lichaam van die [slachtoffer] en/of het meerdere malen, althans eenmaal (met kracht) schoppen en/of trappen en/of slaan en/of stompen tegen

    het lichaam van die [slachtoffer, keeper].

    3 DE VOORVRAGEN

    De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

    4 DE BEWIJSMIDDELEN EN DE BEOORDELING DAARVAN

    Inleiding

    Op zondagochtend 2 december 2012 vond een incident plaats op het voetbalveld van de voetbalclub SC Buitenboys in Almere waarbij een aantal personen van de zijde van Nieuw Sloten, de grensrechter [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer]) en de keeper [slachtoffer, keeper] (hierna: [slachtoffer, keeper]) van de voetbalclub Buitenboys waren betrokken.

    Enkele uren na dit incident werd [slachtoffer] onwel en werd hij per ambulance vervoerd naar het Flevoziekenhuis in Almere. Omdat zijn toestand snel verslechterde werd hij vervolgens overgebracht naar het St. Antonius Ziekenhuis in Nieuwegein.

    In het ziekenhuis werd een beschadiging van de linker wervelslagader, een dissectie, vastgesteld. Hierdoor was er een bloedophoping ontstaan tussen de beschadigde wandlagen van de wervelslagader en werd de doorgang van de slagader grotendeels afgesloten. Door de afsluiting van de betrokken wervelslagader was er een verminderde doorbloeding in de slagader in het verdere verloop, de arteria basilaris. De doorgang van deze arteria basilaris verstopte geheel door de vorming van een bloedstolsel. Dit gaf aanleiding tot voortschrijdende infarcering van de kleine hersenen en de hersenstam. Ten gevolge hiervan overleed [slachtoffer] op 3 december 2012 om 17:00 uur.

    Het oordeel van de rechtbank

    Algemeen

    Dit vonnis bevat een aantal algemene overwegingen van de rechtbank. Deze overwegingen zijn gelijkluidend in de vonnissen van verdachte [verdachte A] en de andere verdachten met uitzondering van het vonnis van verdachte [verdachte B]. De rechtbank acht het voor de begrijpelijkheid van de beslissingen noodzakelijk dat alle vonnissen - met uitzondering van het vonnis van verdachte [verdachte B] - van dezelfde uitgangspunten uitgaan. Dat betekent dat in het vonnis van deze verdachte passages kunnen voorkomen die betrekking hebben op verweren die niet door [verdachte A] en/of zijn raadsvrouwe zijn gevoerd. De overweging is in dat geval ambtshalve, en om bovengenoemde reden, opgenomen. Voor de begrijpelijkheid en leesbaarheid van het vonnis in zijn geheel bevat dit vonnis naast een aantal algemene overwegingen die voor alle verdachten behalve [verdachte B] gelden tevens de bewijsoverwegingen die gelden voor de medeverdachten met uitzondering van de bewijsoverwegingen ten aanzien van [verdachte B].

    Getuigenverklaringen

    De rechtbank stelt voorop dat zij voor het bewijs van de al dan niet betrokkenheid van verdachte en zijn medeverdachten bij de ten laste gelegde gewelddadigheden overwegend bewijsmiddelen gebruikt afkomstig van anderen dan verdachte en zijn medeverdachten en hun naaste familieleden. De rechtbank put aldus zoveel mogelijk uit objectieve bronnen, waarvan - anders dan van de verklaringen van verdachte en zijn medeverdachten en hun naaste familieleden - aannemelijk is dat deze niet zijn beïnvloed door een direct persoonlijk belang bij de afloop van deze zaak.

    Dit geldt ook voor de verklaringen waarop de rechtbank haar zienswijze baseert met betrekking tot hetgeen zich heeft afgespeeld op 2 december jl. Deze verklaringen zullen bij de beoordeling van de voorhanden zijnde bewijsmiddelen per verdachte uitgebreid aan de orde komen. Reden waarom de rechtbank bij de weergave van haar zienswijze op het incident in het algemeen niet uit verklaringen van getuigen zal citeren, maar in voetnoten zal verwijzen naar de verschillende getuigenverklaringen die zij daarbij in ogenschouw heeft genomen.

    De rechtbank gebruikt wel de (tweede politie)verklaring van medeverdachte [verdachte C]. De rechtbank gebruikt deze verklaring alleen voor het bewijs ten aanzien van het verloop van het incident en dan met name ten aanzien van de mate van het toegepaste geweld. De rechtbank vindt dat onderdeel van de verklaring van [verdachte C] bruikbaar voor het bewijs, aangezien dat deel wordt ondersteund door andere, meer objectieve, bewijsmiddelen zoals deze hierna onder het kopje “[verdachte A] ” besproken zullen worden. Dat [verdachte C] ter terechtzitting van 29 mei jl. heeft verklaard dat zijn eerder afgelegde verklaringen deels juist en deels onjuist zijn, doet daaraan niet af, nu hij niet heeft aangegeven dat zijn verklaring met betrekking tot de mate van het toegepaste geweld onjuist is.

    Eén van de getuigen aan wie de rechtbank ook ten aanzien van het algemene verloop van het incident veel betekenis hecht is de zoon van [slachtoffer], zijnde [zoon slachtoffer]. De redenen waarom zullen hierna, bij de beoordeling van de bewijsmiddelen per verdachte, (ook) uitgebreid aan de orde komen.

    Nu de verdediging ten aanzien van de bruikbaarheid van de verklaring(en) van verschillende getuigen, onder wie [zoon slachtoffer] - onder meer - het verweer heeft gevoerd dat in strijd is gehandeld met de ‘Aanwijzing auditief en audiovisueel registreren van verhoren van aangevers, getuigen en verdachten’ zal de rechtbank dat verweer reeds hieronder bespreken.

    Verweer auditief en audiovisueel registreren van verhoren

    De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verschillende door verdachten en getuigen bij de politie afgelegde verklaringen moeten worden uitgesloten van het bewijs, omdat deze verhoren in strijd met de ‘Aanwijzing auditief en audiovisueel registreren van verhoren van aangevers, getuigen en verdachten’, niet of niet op de juiste wijze auditief of audiovisueel zijn geregistreerd. Om die reden is de verdediging van mening dat er sprake is van een onherstelbaar vormverzuim als bedoeld in art. 359a van het Wetboek van Strafvordering.

    De rechtbank overweegt dienaangaande als volgt.

    De Aanwijzing beoogt bij te dragen aan de mogelijkheden om de gang van zaken bij de verhoren desgewenst in een latere fase van het proces te controleren. Met de verdediging constateert de rechtbank dat niet alle verhoren van verdachten en getuigen bij de politie hebben plaatsgevonden in overeenstemming met voornoemde Aanwijzing. Dat levert een onherstelbaar vormverzuim op.

    Nu echter door dit verzuim geen belangrijk strafvorderlijk voorschrift of rechtsbeginsel is geschonden en verdachten hierdoor niet in hun belangen zijn geschaad, zal de rechtbank volstaan met de enkele vaststelling dat er sprake is van een vormverzuim en hieraan geen rechtsgevolgen verbinden.

    Hierbij heeft de rechtbank mede in aanmerking genomen dat de verdediging in de gelegenheid is geweest om de personen, die eerder bij de politie hadden verklaard, bij de rechter-commissaris te ondervragen teneinde de gang van zaken bij de politieverhoren te controleren.

    Voornoemd vormverzuim is voor...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT