Hoger beroep van Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 18 juni 2013

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:18 juni 2013
Uitgevende instantie::Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
SAMENVATTING

Gedurende de looptijd van de desbetreffende CAO heeft een vervoerder een concessie in Zuidwest Drenthe aangenomen, terwijl zij daartoe een bustype heeft ingezet dat gezondheidsklachten bij de daarin rijdende chauffeurs veroorzaakt. Vordering in kort geding tot buiten gebruik stellen van deze busjes afgewezen op basis van belangenafweging.

 
GRATIS UITTREKSEL

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.110.827/01

(zaaknummer rechtbank Assen 92797/KG ZA 12-84)

arrest in kort geding van de eerste kamer van 18 juni 2013

in de zaak van

  1. Stichting Bureau Beroepsziekten FNV,

    gevestigd te Amsterdam,

  2. FNV Bondgenoten,

    gevestigd te Groningen,

    appellanten in het principaal hoger beroep,

    geïntimeerden in het incidenteel hoger beroep,

    in eerste aanleg: eisers,

    hierna ook te noemen SBB, respectievelijk FNV en gezamenlijk te noemen: SBB c.s.,

    advocaat: mr. W.A. van Veen, kantoorhoudend te Utrecht, die ook heeft gepleit,

    tegen

    Connexxion Taxi Services B.V.,

    gevestigd te IJsselmuiden,

    geïntimeerde in het principaal hoger beroep,

    appellante in het incidenteel hoger beroep,

    in eerste aanleg: gedaagde,

    hierna te noemen: CTS,

    advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer, kantoorhoudend te Amsterdam,

    voor wie heeft gepleit mr. W.M. Hes.

  3. Het geding in eerste aanleg

    In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in het tussen partijen in kort geding gewezen vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank Assen van 19 juli 2012.

  4. Het geding in hoger beroep

    2.1 Het verloop van de procedure is als volgt:

    - de dagvaarding in hoger beroep d.d. 30 juli 2012 (met grieven en producties),

    - de memorie van antwoord, tevens inhoudende incidenteel hoger beroep (met producties),

    - de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep,

    - het gehouden pleidooi op 10 oktober 2012, waarbij pleitnotities zijn overgelegd,

    - rapportage TNO (in opdracht van CTS en SBB c.s.) van 12 februari 2013,

    - de akte inbreng rapportage van TNO van 5 maart 2013,

    - akte uitlating van SBB c.s. van 5 maart 2013,

    - het op 22 mei 2013 voortgezette pleidooi, waarbij wederom pleitnotities zijn overgelegd.

    2.2 Na afloop van het voortgezette pleidooi heeft het hof arrest bepaald.

    2.3 De vordering van SBB c.s. luidt:

    Tot vernietiging bij arrest, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, van het vonnis van de Rechtbank Assen, sector civiel, gewezen op 19 juli 2012, onder zaak-/rolnummer: 92797 KG ZA 12-84 en opnieuw rechtdoende het in eerste aanleg gevorderde toe te wijzen, met veroordeling van geïntimeerde in de kosten van de procedure in beide instanties.

    2.4 In incidenteel appel heeft CTS gevorderd:

    bij arrest, uitvoerbaar bij voorraad, BBZ en FNV niet ontvankelijk te verklaren in haar hoger beroep. Zulks met veroordeling van BBZ en FNV in de proceskosten in beide instanties.

    2.5 Gelet op artikel CIII van de Wet herziening gerechtelijke kaart (Staatsblad 2012, 313) wordt in deze voor 1 januari 2013 aanhangig gemaakte zaak uitspraak gedaan door het hof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden.

    2.6 Aangezien mr. R.J. Voorrink als gevolg van de hiervoor vermelde wetswijziging met ingang van 1 januari 2013 niet meer als raadsheer-plaatsvervanger in het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden mag functioneren, is hij vervangen door mr. R.A. Zuidema.

    De beoordeling

  5. De vaststaande feiten

    Voor zover met de grieven 1 tot en met 5 bezwaar is gemaakt tegen de vaststelling van de tussen partijen vaststaande feiten, zoals onder 2 (2.1 tot en met 2.21) van het bestreden vonnis is vermeld, zal het hof - waar mogelijk - daarmee rekening houden. Er is overigens geen rechtsregel die de rechter verplicht alle door de ene partij gestelde en door de andere partij erkende of niet weersproken feiten als vaststaand in de uitspraak te vermelden. Het staat de rechter vrij uit de tussen partijen vaststaande feiten die selectie te maken welke hem voor de beoordeling van het geschil relevant voorkomt. Deze vaststaande feiten komen, samen met hetgeen in hoger beroep als tussen partijen als vaststaand kan worden aangemerkt, op het volgende neer.

    3.1 Stichting Bureau Beroepsziekten FNV is een stichting die ten doel heeft de behartiging van de belangen van (ex-) werknemers met een beroepsziekte.

    3.2 FNV Bondgenoten is een vereniging van werknemers (vakbond) die als doel heeft de belangen te behartigen van werknemers in onder meer de sector openbaar vervoer.

    3.3 CTS is een dochteronderneming van Connexxion Nederland B.V. (hierna te noemen: Connexxion). Beide ondernemingen houden zich bezig met het verzorgen van openbaar busvervoer in (delen van) Nederland.

    3.4 Het openbaar busvervoer wordt in Nederland aanbesteed door middel van het verlenen van concessies voor bepaalde gebieden. De concessie Zuidwest Drenthe, waaronder onder meer het stadsvervoer in de gemeenten Hoogeveen en Meppel valt, is per 13 december 2009 verleend aan onder meer CTS. Het openbaar busvervoer in de gemeente Hoogeveen bestaat uit twee lijnen en wordt uitgevoerd met drie bussen, terwijl het in de gemeente Meppel gaat om één buslijn, die door twee bussen wordt gereden met één bus op reserve. De dienstregeling wordt uitgevoerd door ongeveer 25 chauffeurs. Sinds juli 2011 wordt daarbij gebruik gemaakt van een 14 persoonsbus van het merk Mercedes, type Sprinter City 35 (hierna ook te noemen: MB 35).

    3.5 Medio september 2011 heeft een aantal chauffeurs van CTS zich tot SBB en FNV gewend in verband met lichamelijke klachten die zich ontwikkelden ten gevolge van hun werkzaamheden. In verband hiermee heeft [deskundige] in opdracht van SBB onderzoek gedaan naar deze omstandigheden.

    3.6 Op 12 oktober 2011 is een werkplekonderzoek met betrekking tot de MB 35 uitgevoerd door de arbodienst. De conclusie hieruit is dat de stoel in deze bus op het gebied van zittingsdiepte en de instelling van het gewicht duidelijk tekort schiet, waardoor met name langere mensen de stoel onvoldoende ver naar achteren kunnen zetten. Daarnaast lijkt de combinatie van de mechanische vering van stoel en bus onvoldoende demping te bieden bij ongelijk wegdek en het nemen van drempels. Een te hoge belasting van trilling en schokken (met name op trajecten met veel en hoge drempels) kan aanleiding zijn voor het optreden en verergeren van rugklachten. Het wordt aanbevolen om zowel stoel als bus te voorzien van luchtvering om de belasting van trillingen en schokken te verminderen, aldus dit onderzoek.

    Dit onderzoek heeft geleid tot een aantal maatregelen, waaronder de aanpassing van de spiegel, verplaatsing van de noodknop en de bediening lijnfilm en “Tim” werden omgezet.

    3.7 SBB heeft CTS ter attentie van de regiomanager Hoogeveen, dhr. [regiomanager], namens de chauffeurs aangeschreven bij brief van 7 december 2011 betreffende een preventieve collectieve aansprakelijkstelling voor de door deze chauffeurs geleden en nog te lijden materiële en immateriële schade die het gevolg is van de reeds ontwikkelde en nog te ontwikkelen beroepsziekte ten gevolge van gebrekkige arbeidsomstandigheden. Deze aansprakelijkstelling is gebaseerd op de artikelen 7:658 en 7:611 BW.

    3.8 Drs. M. Schooneveldt komt in haar rapport, versie van 5 december 2011, tot de volgende conclusies:

    "CTS voert geen adequaat arbeidsomstandighedenbeleid zoals bedoeld in de...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT