Eerste aanleg - meervoudig van Rechtbank Gelderland, June 18, 2013

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:2013/06/18
Uitgevende instantie::Rechtbank Gelderland
SAMENVATTING

Loonheffingen. Dienstbetrekking. Verweerder heeft niet aannemelijk gemaakt dat de door eiseres via de Stichting ingeschakelde chauffeurs in een privaatrechtelijke dienstbetrekking staan met eiseres. Niet aannemelijk geworden dat er een verplichting bestond tot het persoonlijk verrichten van arbeid. Dat eiseres als transportonderneming daardoor grote aansprakelijkheidsrisico's heeft genomen, is op ... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

RECHTBANK GELDERLAND

Team belastingrecht

Zittingsplaats Arnhem

registratienummers: AWB 12/4249, 12/4252 en 12/4253

uitspraak van de meervoudige kamer ingevolge artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van 18 juni 2013

inzake

[X] B.V., gevestigd te [Z], eiseres,

tegen

de inspecteur van de Belastingdienst/Oost, kantoor Almelo, verweerder.

  1. Ontstaan en loop van het geding

    Verweerder heeft de volgende naheffingsaanslagen loonheffingen en beschikkingen aan eiseres opgelegd:

    ? op 11 november 2011 een naheffingsaanslag (aanslagnummer [000].A.01.950.0) over het tijdvak

    1 september 2009 tot en met 31 december 2009 ten bedrage van € 2.323, alsmede bij beschikking € 111 aan heffingsrente;

    ? op 14 november 2011 een vergrijpboete behorende bij de naheffingsaanslag A.01.950.0 (aanslagnummer [000].A.01.950.1) van € 580;

    ? op 14 november 2011 een naheffingsaanslag (aanslagnummer [000].A.01.050.0) over het tijdvak

    1 januari 2010 tot en met 31 oktober 2010 van € 8.947, alsmede bij beschikking een boete van € 2.236. Tevens is bij beschikking € 206 aan heffingsrente in rekening gebracht.

    Verweerder heeft bij in één geschrift vervatte uitspraken op bezwaar van 31 juli 2012 de naheffingsaanslagen, de beschikkingen heffingsrente en de boetebeschikkingen gehandhaafd.

    Eiseres heeft daartegen bij brief van 21 augustus 2012, ontvangen door de rechtbank op 22 augustus 2012, beroep ingesteld.

    Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend.

    Partijen hebben vóór de zitting nadere stukken ingediend. Deze stukken zijn telkens in afschrift verstrekt aan de wederpartij.

    Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 mei 2013 te Arnhem. Namens eiseres is [A], directeur van eiseres, verschenen, bijgestaan door mr. [gemachtigde], werkzaam bij [B] te [Z]. Namens verweerder is verschenen

    drs. [gemachtigde], bijgestaan door mr. [C].

  2. Feiten

    2.1 Eiseres exploiteert een transportbedrijf en rijdt in de onderhavige periode onder meer voor [D] BV (hierna: [D]). In de vervoersovereenkomst die op 28 januari 2010 tussen eiseres ("opdrachtnemer") en [D] ("opdrachtgever") is gesloten, is onder meer het volgende bepaald:

    (…)

    3.8 Inzake de door opdrachtnemer en/of zijn personeel ten behoeve van de opdrachtgever uit te voeren werkzaamheden verplicht opdrachtnemer zich loonheffingen en BTW correct en stipt af te dragen aan de fiscus. Opdrachtnemer dient er tijdig en deugdelijk op toe te zien dat de loonheffingen en BTW van door hem ingehuurd personeel wordt betaald.

    3.9 (…)

    3.10 Het is opdrachtnemer, zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van opdrachtgever, niet toegestaan de overeengekomen werkzaamheden door een derde, niet zijnde een ondergeschikte, te laten uitvoeren.

    (…)

    2.2 In 2009 en 2010 heeft eiseres facturen ontvangen van Stichting [E] voor het uitvoeren van chauffeurswerkzaamheden. Stichting [E] heeft blijkens de inschrijvingsgegevens van de Kamer van Koophandel als bezoekadres [A-straat 1] te [Q]. Op hetzelfde bezoekadres zijn nog vier stichtingen ingeschreven, namelijk Stichting [F], Stichting [G], Stichting [H] en Stichting [I]. Van al deze stichtingen is [J] de secretaris/penningmeester. Voorzitter is ofwel [K]...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT