Eerste aanleg - meervoudig van Rechtbank Rotterdam, 6 juni 2013

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak: 6 juni 2013
Uitgevende instantie::Rechtbank Rotterdam
SAMENVATTING

Einduitspraak na toepassing bestuurlijke lus in boetezaak. Eiseres heeft de gevraagde accountantsverklaring inzake de betrouwbaarheid van de cijfers over de eerste negen maanden van 2012 niet overgelegd en AFM heeft gebreken in de besluitvorming niet hersteld. Nu de rechtbank het aannemelijk acht dat de situatie in 2012 verder is verslechterd, doch - ook gelet op de niet gecontroleerde cijfers -... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Bestuursrecht 2

zaaknummers: ROT 12/1512 en ROT 12/1913

uitspraak van de meervoudige kamer van 6 juni 2013 in de zaken tussen

[A] B.V, gevestigd te Enschede, eiseres,

gemachtigden: mr. G.P. Roth en mr. M. van Eersel,

en

Stichting Autoriteit Financiële Markten (AFM), verweerster,

gemachtigden: mr. A.J. Boorsma en mr. F.E. de Bruin.

Procesverloop

Bij besluit van 5 maart 2012 (besluit 1) heeft AFM het bezwaar tegen het besluit van 12 september 2011 tot oplegging van een bestuurlijke boete aan eiseres van € 62.500,00 wegens overtreding van artikel 4:19, tweede lid, van de Wet op het financieel toezicht (Wft) ongegrond verklaard. Voorts heeft AFM met besluit 1 haar beslissing tot openbaarmaking van de boeteoplegging in de zin van artikel 1:98 van de Wft gehandhaafd.

Bij besluit van 17 april 2012 (besluit 2) heeft AFM alsnog besloten de in het besluit van 12 september 2011 vervatte beslissing tot vroegtijdige openbaarmaking in de zin van artikel 1:97 van de Wft te handhaven.

Eiseres heeft tegen de besluiten 1 en 2 beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft – achter gesloten deuren – plaatsgevonden op 28 november 2012.

Bij tussenuitspraak als bedoeld in artikel 8:80a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van 17 januari 2013 (LJN BY9417) heeft de rechtbank geoordeeld dat de besluiten 1 en 2 geen stand zullen kunnen houden, heeft zij eiseres gelegenheid geboden om binnen vier weken na bekendmaking van deze tussenuitspraak een verklaring van een accountant omtrent de betrouwbaarheid van de door haar overgelegde cijfers over de eerste negen maanden van 2012 aan AFM over te leggen, heeft zij AFM aansluitend daarop een termijn van vier weken geboden om de gebreken in de besluiten 1 en 2 te herstellen en heeft zij verder iedere beslissing aangehouden.

Gelet op door partijen op 5 en 6 maart 2013 ingediende faxberichten heeft de griffier partijen op 6 maart 2013 bericht dat eiseres de gelegenheid krijgt om uiterlijk op 13 maart 2013 een verklaring van een accountant omtrent de betrouwbaarheid van de door haar overgelegde cijfers over de eerste negen maanden van 2012 aan AFM over te leggen en dat AFM – behoudens verlenging – een termijn van vier weken wordt geboden om een nieuw besluit te nemen of anderszins een standpunt te formuleren.

Bij faxbericht van 13 maart 2013 heeft eiseres AFM een schriftelijk bericht van drs. J. Niewold RA, namens Ernst & Young Accountants LLP toegezonden.

Bij brief van 9 april 2013 heeft AFM de rechtbank bericht dat zij afziet van de mogelijkheid tot het herstellen van de door de rechtbank geconstateerde gebreken in de besluiten 1 en 2 en heeft zij de rechtbank verzocht het proces-verbaal van de zitting van 28 november 2012 aan te vullen.

Partijen hebben nadien nog een zienswijze ingezonden.

De rechtbank heeft onder toepassing van artikel 8:57 van de Awb afgezien van een nadere zitting en heeft het onderzoek gesloten.

Overwegingen

  1. Gelet op...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT