Hoger beroep van Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 19 juni 2013

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:19 juni 2013
Uitgevende instantie::Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
SAMENVATTING

Artikel 6 WVW 1994. Aanrijding met dodelijke afloop en zwaar lichamelijk letsel. Verdachte is zeer onvoorzichtig en onoplettend geweest voorafgaand aan het ongeval. Hij heeft daarom ernstig verwijtbaar gehandeld en heeft grove schuld aan het ongeval.

 
GRATIS UITTREKSEL

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Locatie Leeuwarden

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 24-000775-12

Uitspraak d.d.: 19 juni 2013

TEGENSPRAAK

Promis

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Leeuwarden van 26 maart 2012 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1972],

wonende te [woonplaats], [adres].

Het hoger beroep

De verdachte en de officier van justitie hebben tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 6 februari 2013 en 5 juni 2013 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot bewezenverklaring van het onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde en veroordeling ter zake van deze feiten tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren, met aftrek van voorarrest, een ontzegging van de rijbevoegdheid van vijf jaren, met aftrek van de periode dat het rijbewijs van verdachte ingevorderd en ingehouden is geweest en verbeurdverklaring van de in beslag genomen auto. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman,

mr. E. van der Meer, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen zal opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging in hoger beroep – ten laste gelegd dat:

  1. hij op of omstreeks 11 maart 2011 te [plaats] opzettelijk [slachtoffer1] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte met dat opzet een personenauto bestuurd terwijl hij in aanmerkelijke mate onder invloed verkeerde van alcoholhoudende drank (770 µg/l)

    - rijdende over de [straat1] komende uit de richting van de [straat2] en gaande in de richting van de [straat3],

    - waarbij verdachte reed met een snelheid van (meer dan )(ongeveer) 80 km/uur, in ieder geval hoger dan de toegestane snelheid van 30 km/uur en

    - verdachte (vervolgens) het verhoogde kruisingsvlak van de [straat1] en de [straat4] met onverminderde snelheid is opgereden,

    - zulks terwijl [slachtoffer1], die zich bevond op een fiets op het fietspad gelegen naast de [straat1], rijdende vanuit de richting van de [straat2] en gaande in de richting van de [straat3] en dit fietspad had verlaten om zijn weg te vervolgen via het kruisingsvlak [straat1] en de [straat4], dit kruisingsvlak is opgereden en afgereden,

    - waarbij verdachte vervolgens met de voorzijde van zijn auto tegen de achterzijde van de door [slachtoffer1] bestuurde fiets is aangereden (zulks terwijl die [slachtoffer1] verlichting voerde op zijn fiets en het wegdek ten tijde van het ongeval schoon en droog was en de straatverlichting brandde en de kruising [straat1]/[straat4] overzichtelijk was) tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer1] is overleden;

    subsidiair zo het vorenstaande niet mocht leiden tot schuldigverklaring van en strafoplegging aan verdachte

    hij op of omstreeks 11 maart 2011 te [plaats] als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmede rijdende over de weg, de [straat1], zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, te rijden over de [straat1] komende uit de richting van de [straat2] en gaande in de richting van de [straat3], na het gebruik van een aanmerkelijke hoeveelheid alcoholhoudende drank,

    - waarbij verdachte reed met een snelheid van (meer dan) (ongeveer) 80 km/uur, in ieder geval hoger dan de toegestane snelheid van 30 km/uur,

    - en verdachte (vervolgens) het verhoogde kruisingsvlak van de [straat1] en de [straat4] met onverminderde snelheid is opgereden,

    - zulks terwijl [slachtoffer1] die zich bevond op een fiets op het fietspad gelegen naast de [straat1] rijdende vanuit de richting van de [straat2] en gaande in de richting van de [straat3] en dit fietspad had verlaten om zijn weg te vervolgen via het kruisingsvlak [straat1] en de [straat4], dit kruisingsvlak is opgereden en afgereden,

    - waarbij verdachte vervolgens met de voorzijde van zijn auto tegen de achterzijde van de door [slachtoffer1] bestuurde fiets is aangereden, waardoor een ander ([slachtoffer1]) werd gedood, (zulks terwijl die [slachtoffer1] verlichting voerde op zijn fiets en het wegdek ten tijde van het ongeval schoon en droog was en de straatverlichting brandde en de kruising [straat1]/[straat4] overzichtelijk was), zulks terwijl verdachte verkeerde onder de invloed van een aanmerkelijke hoeveelheid alcoholhoudende drank (770 µg/l);

  2. hij op of omstreeks 11 maart 2011 te [plaats] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer2] van het leven te beroven, met dat opzet met een personenauto over de [strtaat1] heeft gereden komende uit de richting van de [straat2] en gaande in de richting van de [straat3] terwijl hij, verdachte, in aanmerkelijke mate verkeerde onder invloed van alcoholhoudende drank (770 µg/l),

    - rijdende met een snelheid van (meer dan) (ongeveer) 80 km/uur, in ieder geval hoger dan de toegestane snelheid van 30 km/uur

    - en verdachte (vervolgens) het verhoogde kruisingsvlak van de [straat1] en de [straat4] met onverminderde snelheid is opgereden

    - zulks terwijl [slachtoffer2] die zich bevond op een fiets op het fietspad gelegen naast de [straat1] rijdende vanuit de richting van de [straat2] en gaande in de richting van de [straat3] en dit fietspad had verlaten om haar weg te vervolgen via het kruisingsvlak [straat1] en de [straat4], dit kruisingsvlak is opgereden en afgereden,

    - waarbij verdachte vervolgens met de voorzijde van zijn auto tegen de achterzijde van de door die [slachtoffer2] bestuurde fiets is aangereden en

    - waarbij de fiets waarop die [slachtoffer2] reed, verhaakte voor, of gedeeltelijk onder de voorzijde van de door verdachte bestuurde auto en waarbij die fiets werd voortgeduwd over de rijbaan over een afstand van ongeveer 56 meter, en waarbij die [slachtoffer2] op de voorruit van de auto is terecht gekomen en door de auto over een afstand van ongeveer 56 meter is meegevoerd, (zulks terwijl die [slachtoffer2] verlichting voerde op haar fiets en het wegdek ten tijde van het ongeval schoon en droog was en de straatverlichting brandde en de kruising [straat1]/[straat4] overzichtelijk was) terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

    subsidiair zo het vorenstaande niet mocht leiden tot schuldigverklaring van en strafoplegging aan verdachte

    hij op of omstreeks 11 maart 2011 te [plaats] als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmede rijdende over de weg, de [straat1] zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT