Eerste aanleg - meervoudig van Rechtbank Oost-Brabant, 19 juni 2013

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:19 juni 2013
Uitgevende instantie::Rechtbank Oost-Brabant
SAMENVATTING

Een gevangenisstraf van twee jaren voor mensenhandel en opzetheling. Toewijzing vordering benadeelde partij tot een bedrag van € 109.460,-- in verband met immateriële schade en verdiensten uit prostitutie.

 
GRATIS UITTREKSEL

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummer: 01/839657-10

Datum uitspraak: 19 juni 2013

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979,

wonende te [adres].

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 18 augustus 2011, 4 november 2011, 13 december 2011, 8 februari 2012, 20 april 2012, 29 november 2012 en 5 juni 2013.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 20 juli 2011.

Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting van 5 juni 2013 is gewijzigd is aan verdachte ten laste gelegd dat:

  1. hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari

    2008 en met 10 april 2009 te Waalre en/of Eindhoven en/of Amsterdam en/of

    Geldrop en/of Maasbracht en/of elders in Nederland, een ander te weten [slachtoffer 1]

    (lid 3 sub 1)

    tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

    (lid 1 sub 1)

    (telkens) door

    - dwang en/of één of meer andere feitelijkheden en/of

    - dreiging met geweld en/of één of meer andere feitelijkheden en/of

    - misleiding danwel misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend

    overwicht en/of misbruik van een kwetsbare positie,

    heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen met het

    oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer 1];

    en/of

    (lid 1 sub 4)

    (telkens) met één of meerdere van de onder sub 1 van dit artikel genoemde

    middelen, te weten dwang of één of meer andere feitelijkheden, dreiging met

    geweld of één of meer andere feitelijkheden, misleiding, dan wel misbruik

    van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of misbruik van

    een kwetsbare positie, die [slachtoffer 1] heeft gedwongen dan wel bewogen

    zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten, te

    weten het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen

    betaling

    en/of

    (lid 1 sub 6)

    (telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van die [slachtoffer 1]

    en/of

    (lid 1 sub 9)

    (telkens) met één of meerdere van de onder sub 1 van dit artikel genoemde

    middelen te weten dwang of één of meer andere feitelijkheden, dreiging met

    geweld of één of meer andere feitelijkheden, misleiding dan wel misbruik van

    uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van

    een kwetsbare positie die [slachtoffer 1] heeft gedwongen dan wel bewogen

    hem, verdachte en/of zijn mededaders, te bevoordelen uit de opbrengst van de

    seksuele handeling(en) van die [slachtoffer 1] met of voor een derde,

    Immers heeft/hebben/is/zijn hij, verdachte en/of zijn mededader(s) in

    voornoemde periode:

    - een liefdesrelatie aangegaan en onderhouden met voornoemde [slachtoffer 1] en/of

    - voornoemde [slachtoffer 1] verteld dat hij van haar hield en/of verliefd op haar

    was en/of

    - voornoemde [slachtoffer 1] ertoe bewogen haar baan op te zeggen en/of te

    verhuizen en/of

    - (vervolgens) in de huisvesting van voornoemde [slachtoffer 1] voorzien door die

    [slachtoffer 1] onder te brengen bij familie en/of vrienden en/of bekenden en/of

    - voornoemde [slachtoffer 1] verzocht/bewogen in de prostitutie te gaan werken en/of

    - voornoemde [slachtoffer 1] voorgehouden dat in de prostitutie (in korte tijd)

    veel geld verdiend kan worden en/of

    - voornoemde [slachtoffer 1] voorgehouden dat zij maar voor korte tijd in de

    prostitutie hoefde te werken en/of

    - voornoemde [slachtoffer 1] diverse werkinstructies gegeven en/of

    - voornoemde [slachtoffer 1] gezegd dat er (met het door haar verdiende geld) een

    huis (in België) gebouwd zou worden waarin ze zouden gaan samenwonen en/of

    - voornoemde [slachtoffer 1] gezegd dat als zij niet zou gaan werken zij dan niet

    met hem, verdachte, zou gaan samenwonen en/of dat hij, verdachte, haar niet

    meer zou willen zien en/of bij haar weg zou gaan en/of dat als zij niet wilde

    werken zij terug zou moeten naar Polen en/of

    - voornoemde [slachtoffer 1] gezegd dat hij zelf wel iemand had vermoord en/of

    vrienden had die dingen voor hem konden regelen zelfs moorden, althans woorden

    van vergelijkbare dreigende aard en/of strekking en/of

    - voornoemde [slachtoffer 1] gezegd dat hij, verdachte, door haar schuld naar de

    gevangenis zou gaan omdat zij hem niet wilde helpen door te gaan werken en/of

    - voornoemde [slachtoffer 1] meermalen (per auto) naar een club/werkplek gebracht

    en/of laten brengen en/of

    - voornoemde [slachtoffer 1] gevraagd een tatoeage te laten zetten en/of

    - (de werkzaamheden van) die [slachtoffer 1] gecontroleerd, althans haar

    verdiensten uit haar prostitutiewerkzaamheden gecontroleerd en/of

    - voornoemde [slachtoffer 1] gedwongen/bewogen (een groot deel van) haar

    verdiensten uit de prostitutie aan hem en/of aan anderen af te staan/af te

    dragen,

    door welke feiten en omstandigheden voor die [slachtoffer 1] een

    (afhankelijkheids)situatie is ontstaan waaraan zij zich niet heeft kunnen

    onttrekken en/of tengevolge waarvan zij geen weerstand aan verdachte heeft

    kunnen bieden.

    artikel 273F Wetboek van Strafrecht

  2. hij op of omstreeks 29 april 2011 te Eindhoven met het oogmerk van

    wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een motorscooter (merk Honda,

    type Dylan, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

    artikel 310 Wetboek van Strafrecht;

    Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

    zou kunnen leiden:

    hij in of omstreeks de periode van 29 april 2011 tot en met 8 mei 2011 te

    Eindhoven, in elk geval in Nederland, een motorscooter (merk Honda, type

    Dylan) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen,

    terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die

    motorscooter wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een)

    door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

    artikel 416 jo 417bis Wetboek van Strafrecht

    Tengevolge van een kennelijke omissie in de tenlastelegging onder feit 1 begaan, is tussen de woorden "2008" en "en" (regel 2) weggevallen "tot". Tengevolge van een kennelijke omissie in de tenlastelegging onder feit 2 subsidiair begaan, is tussen de woorden "hij" en "in" (regel 1) weggevallen "op één of meer tijdstip(pen)". De rechtbank herstelt deze omissies en leest voormelde zinsneden zoals hiervoor is vermeld. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

    De formele voorvragen.

    Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

    Vrijspraak.

    De rechtbank acht, evenals de officier van justitie en de verdediging, gelet op het dossier en het verhandelde ter zitting, niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte onder feit 2 primair is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

    Bewijs ten aanzien van feit 1.

    Inleiding.

    Verdachte staat terecht op de verdenking van mensenhandel omdat hij een jonge vrouw zou hebben gedwongen of bewogen zich beschikbaar te stellen voor prostitutie en de opbrengst van die werkzaamheden aan hem beschikbaar te stellen. Verdachte zou de aldus verkregen gelden voor zichzelf hebben gebruikt.

    Het standpunt van de officier van justitie.

    Op de in het schriftelijk requisitoir genoemde gronden acht de officier van justitie het onder 1 ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen.

    Het standpunt van de verdediging.

    Op de in de pleitnota genoemde gronden heeft de raadsman geconcludeerd tot vrijspraak van het onder 1 aan verdachte ten laste gelegde feit.

    Het oordeel van de rechtbank.1

    Op vier verschillende dagen (p. 362) in de periode vanaf 23 april 2009 tot en met 20 mei 2009 en op verschillende dagen in maart 2011 (p. 407-463) doet [slachtoffer 1] (hierna te noemen [slachtoffer 1]) aangifte dat zij in de periode van 1 december 2007 tot en met18 april 2009 door verdachte is gedwongen in de prostitutie te (blijven) werken. Immers, nadat zij met die werkzaamheden was begonnen, dwingt verdachte haar daarmee door te gaan en eigent hij zich al het geld dat aangeefster daarmee verdient toe en besteedt dat voor zichzelf (p. 361-406).

    Meer in het bijzonder houdt de verklaring van [slachtoffer 1] zakelijk weergegeven onder meer het navolgende in.

    Op 29 juli 2007 is [slachtoffer 1] op 18-jarige leeftijd vanuit haar geboorteland Polen naar Nederland gekomen alwaar zij vanaf november 2007 werkte voor het uitzendbureau "[naam 1]" in Acht (p. 363). Zij woonde toen op het adres [adres 1] te [gemeente].

    Eind december 2007 ontmoet [slachtoffer 1] via ene [persoon 1], die zij kende van het werk voor het uitzendbureau, verdachte voor het eerst in een café in Valkenswaard (p. 363-364). Het tweede contact dat [slachtoffer 1] met verdachte heeft vond plaats in het begin van januari 2008, waarbij zij met hem en [persoon 1] meereed naar een café in Venlo. Verdachte gedroeg zich in het café als een macho en betaalde de drankjes en het eten uit een dikke stapel briefjes van € 50,=. Hij reed in een grote Mercedes Benz en droeg dure kleding (p. 364-365). [slachtoffer 1] stelt dat zij die avond verkracht is door [persoon 1]. De dag erna is [slachtoffer 1] verdachte weer tegengekomen, zij vertelde hem wat er was gebeurd en verdachte gaf haar zijn...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT