Eerste aanleg - enkelvoudig van Rechtbank Oost-Brabant, June 12, 2013

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:2013/06/12
Uitgevende instantie::Rechtbank Oost-Brabant
SAMENVATTING

Letselschadezaak. Artt. 6:162 en 6:173 BW. Tijdens een rondrit op een oplegger, ter viering van het kampioenschap van de plaatselijke voetbalclub, raakt een kantplank van de oplegger los en valt eiseres van de oplegger. Geen onrechtmatig handelen door de chauffeur nu niet vast staat dat hij 'wild' heeft gereden. De kantplank moet zijn losgeraakt door een opwaartse kracht die hem omhoog uit de... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Handelsrecht

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Vonnis in hoofdzaak en vrijwaring van 12 juni 2013

in de hoofdzaak met zaaknummer / rolnummer: C/01/245613 / HA ZA 12-358 van

[eiseres],

wonende te [woonplaats],

eiseres,

advocaat mr. A.J.F. van Dok te Venray,

tegen

  1. de naamloze vennootschap

    TVM ZAKELIJK N.V.,

    gevestigd te Hoogeveen,

    gedaagde,

    advocaat mr. H.N. Kuiper te Hoogeveen,

    en de gevoegde partijen

  2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

    COMVER B.V.

    gevestigd te Helmond,

  3. de vereniging

    SPORTVERENIGING DEURNE,

    gevestigd te Deurne,

    advocaat mr. S.J. Bruins Slot te ’s Hertogenbosch,

    en in de vrijwaring met zaaknummer / rolnummer C/01/251199 / HA ZA 12-732 van

    de naamloze vennootschap

    TVM ZAKELIJK N.V.,

    gevestigd te Hoogeveen,

    eiseres,

    advocaat mr. H.N. Kuiper te Hoogeveen,

    tegen

  4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

    COMVER B.V.,

    gevestigd te Helmond,

  5. de vereniging

    SPORTVERENIGING DEURNE,

    gevestigd te Deurne,

    gedaagden,

    advocaat mr. S.J. Bruins Slot te 's Hertogenbosch.

    Partijen zullen hierna [eiseres], TVM, Comver en de sportvereniging worden genoemd.

  6. De procedure in de hoofdzaak

    1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

    - de conclusie tot voeging in de hoofdzaak ex art. 214 Rv tevens conclusie van antwoord in de hoofdzaak van Comver en de sportvereniging van 10 oktober 2012,

    - het vonnis van 31 oktober 2012 waarbij een comparitie is bepaald,

    - het herstelvonnis van 28 november 2012,

    - het proces-verbaal van comparitie van 13 december 2012, met de door [eiseres] ter zitting overgelegde medische stukken,

    - de akte tot referte van Comver en de sportvereniging,

    - de akte uitlating van TVM.

    1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

    1.3. De rechtbank merkt op dat in het herstelvonnis van 28 november 2012 de gevoegde partijen Comver en de sportvereniging wederom abusievelijk niet aan de zijde van TVM in de kop van dat vonnis zijn geplaatst. Dit is, net als in het proces-verbaal van comparitie, in dit vonnis hersteld, een en ander conform het oorspronkelijke verzoek daartoe van de zijde van Comver en de sportvereniging.

  7. De procedure in de vrijwaring

    2.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

    - het vonnis van 31 oktober 2012,

    - het proces-verbaal van comparitie van 13 december 2012.

    2.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

  8. De feiten in de hoofdzaak

    In de hoofdzaak gaat de rechtbank onder meer uit van de volgende vaststaande feiten.

    3.1. Op 2 mei 2010 heeft de sportvereniging het kampioenschap van haar eerste voetbalelftal volgens traditie gevierd met een rondrit door het dorp met een vrachtwagen met oplegger. Op de oplegger bevonden zich onder meer de spelers en de bestuursleden van de sportvereniging met hun partners. In totaal ging het om tientallen, mogelijk bijna honderd personen. Ook [eiseres] bevond zich tussen de feestende mensen op de oplegger. Tijdens de rondrit is zij samen met enkele anderen van de oplegger gevallen, waarbij zij letsel heeft opgelopen.

    3.2. De vrachtwagen en de oplegger die voor de rondrit zijn gebruikt, zijn op verzoek van de sportvereniging hiervoor ter beschikking gesteld door Comver, een sponsor van de sportvereniging en eigenaar van de vrachtwagen en oplegger. Comver heeft ook gezorgd voor een chauffeur. Comver heeft de vrachtwagen en oplegger tegen wettelijke aansprakelijkheid verzekerd bij TVM.

    3.3. [eiseres] heeft TVM aansprakelijk gesteld voor haar schade.

  9. Het geschil in de hoofdzaak

    [eiseres]

    4.1. [eiseres] vordert kort gezegd een verklaring voor recht dat TVM aansprakelijk is voor alle schade die zij lijdt ten gevolge van het ongeval van 2 mei 2010, met veroordeling van TVM tot vergoeding van die schade, op te maken bij staat, en met veroordeling van TVM in de kosten van de procedure.

    4.2. [eiseres] meent dat zij ingevolge art. 6 van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM) een rechtstreeks vorderingsrecht heeft op TVM, omdat TVM’s verzekerde Comver aansprakelijk is voor (de gevolgen van) het ongeval. [eiseres] stelt daartoe dat de bestuurder door zijn wijze van rijden onrechtmatig heeft gehandeld (art. 6:162 BW), en dat de oplegger niet voldeed aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mocht stellen, en daardoor een gevaar opleverde, welk gevaar zich ook heeft verwezenlijkt (art. 6:173 BW).

    4.3. [eiseres] stelt dat het ongeval te wijten is aan een fout van de chauffeur, al dan niet in combinatie met een los zittende kantplank. Zij stelt dat de chauffeur van de vrachtwagen een onverwachte manoeuvre heeft gemaakt door bij een rotonde eerst op te trekken en direct daarna plotseling weer te remmen. Daardoor verschoof de menigte op de oplegger tegen één van de kantplanken van de oplegger. Hierdoor is één kantplank, die diende als afzetting van de oplegger, uit de sponning geschoten. Enkele mensen, waaronder [eiseres], zijn vervolgens van de oplegger op straat gevallen. [eiseres] stelt dat de kantplank ondeugdelijk was omdat deze niet los had mogen...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT