Hoger beroep van Centrale Raad van Beroep, June 18, 2013

Datum uitspraak:2013/06/18
Uitgevende instantie::Centrale Raad van Beroep
SAMENVATTING

Bruto terugvordering. Herzienings- en terugvorderingsbesluit staan in rechte vast. Beleid. Nu vaststaat dat door appellant in 2010 niet is afgelost op de vordering heeft het college overeenkomstig zijn beleid, de vordering over 2010 na 31 december 2010 terecht gebruteerd.

 
GRATIS UITTREKSEL

12/4862 WWB

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Almelo van 18 juli 2012, 11/983 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats], België (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van Enschede (college)

Datum uitspraak: 18 juni 2013

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. R. Kaya, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 mei 2013. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Kaya. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door A.E. Assink-Meijer. Als tolk is verschenen J.P.M. Olsthoorn.

OVERWEGINGEN

  1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

    1.1. Bij besluit van 8 juli 2010 heeft het college de bijstand ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB) van appellant over de periode van 19 augustus 2008 tot en met 10 februari 2010 herzien en de over de periode van 19 augustus 2008 tot en met 31 december 2009 gemaakte kosten van bijstand tot een bedrag van € 23.577,79 (bruto) en de over de periode van

    1 januari 2010 tot en met 10 februari 2010 gemaakte kosten van bijstand tot een bedrag van € 1.674,83 (netto) van appellant en zijn echtgenote teruggevorderd. Daaraan is ten grondslag gelegd dat appellant onvoldoende inlichtingen heeft verstrekt om het recht op bijstand vast te stellen. Voorts is meegedeeld dat naast de ontvangen bijstand ook de afgedragen loonheffing (loonbelasting en premies volksverzekeringen) wordt teruggevorderd. Indien en voor zover het bedrag van € 1.674,83 op 31 december 2010 niet is voldaan, wordt - ook - dit deel van de vordering gebruteerd.

    1.2. Bij besluit van 4 februari 2011 heeft het college appellant en zijn echtgenote meegedeeld dat zij over 2010 een besluit hebben ontvangen, waarin hen is meegedeeld dat zij teveel uitkering hebben ontvangen en dat de teveel betaalde bijstand wordt teruggevorderd. Voorts is meegedeeld dat op 31 december 2010 nog niets op de netto vordering van € 1.674,83 is afgelost en dat de vordering met ingang van 1 januari 2011 is verhoogd met de door de gemeente Enschede afgedragen loonheffing ten bedrage van € 234,07 zodat de vordering over 2010 thans € 1.908,90 bedraagt.

    1.3. Bij besluit van 25 juli 2011 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar tegen het besluit van 4 februari 2011 ongegrond verklaard.

  2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT