Voorlopige voorziening+bodemzaak van Rechtbank Noord-Holland, Voorzieningenrechter, 7 juni 2013

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak: 7 juni 2013
Uitgevende instantie::Voorzieningenrechter
SAMENVATTING

Verweerder stelt zich op het standpunt dat eiser een benadelingshandeling heeft gepleegd in de zin van de Ziektewet, omdat eiser, terwijl hij nog ziek was, afstand heeft gedaan van zijn recht op loon. Volgens verweerder is de strekking van artikel 45, lid 7, in samenhang met lid 1 onder j Ziektewet, dat in alle gevallen waarin de verzekerde heeft nagelaten verweer te voeren tegen of ingestemd... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 13/1938 en 13/2444

uitspraak van de voorzieningenrechter van 7 juni 2013 op het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening in de zaken tussen

[naam eiser], te [woonplaats], eiser

(gemachtigde: mr. H.S. Eisenberger),

en

de raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder

(gemachtigde: mr. W. van Nieuwburg).

Procesverloop

Bij besluit van 12 februari 2013 (het primaire besluit) heeft verweerder eiser medegedeeld dat hij vanaf 11 februari 2013 geen ziekengeld meer uitbetaald krijgt.

Eiser heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Dit verzoek is geregistreerd onder nr. AWB 13/1938.

Voordat een zitting heeft plaatsgevonden, heeft verweerder bij besluit van 3 mei 2013 (het bestreden besluit) het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld, zodat het verzoek om voorlopige voorziening geldt als een verzoek gedaan hangende het beroep bij de rechtbank. Het beroep is geregistreerd onder nr. AWB 13/2444.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 mei 2013. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

  1. Na afloop van de zitting is de voorzieningenrechter tot de conclusie gekomen dat nader onderzoek niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak. De voorzieningenrechter doet daarom op grond van artikel 8:86 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet alleen uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening, maar ook op het beroep.

  2. Eiser was vanaf 1 november 2007 in dienst bij [werkgever] B.V. (hierna: de werkgever) als voertechnicus/automonteur. Vanaf 1 mei 2009 betrof het een dienstverband voor onbepaalde tijd. In augustus 2010 kwam eisers werkgever met het voorstel het dienstverband met wederzijds goedvinden te beëindigen. Hierop is eiser niet ingegaan. Hij heeft zich op 2 april 2012 ziek gemeld voor zijn werk. Er blijken werkgerelateerde problemen te zijn (een arbeidsconflict). Op 13 september 2012 heeft er een mediationgesprek plaatsgevonden. Eiser en zijn werkgever hebben op 24 september 2012 een beëindigingsovereenkomst opgesteld. Deze beëindiging is pro forma voorgelegd aan de kantonrechter. Deze heeft de arbeidsovereenkomst per 1 november 2012 ontbonden onder toekenning van een...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT