Eerste aanleg - meervoudig van Rechtbank Midden-Nederland, 19 juni 2013

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:19 juni 2013
Uitgevende instantie::Rechtbank Midden-Nederland
SAMENVATTING

Vrijspraak voor oplichtingen van bejaarden door middel van babbeltrucs. Veroordeling voor XTC-pillen tot werkstraf van 40 uren.

 
GRATIS UITTREKSEL

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/701859-12, 16/661452-13 (ter terechtzitting gevoegd) (P)

vonnis van de meervoudige strafkamer van 19 juni 2013

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1966],

wonende te [adres], [woonplaats].

  1. Het onderzoek ter terechtzitting

    Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 5 juni 2013. Op de terechtzitting zijn overeenkomstig artikel 285 van het Wetboek van Strafvordering de zaken onder voormelde parketnummers gevoegd.

    De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de advocaat, mr. S. Schuurman, naar voren hebben gebracht.

  2. Tenlastelegging

    De tenlastelegging is op de zitting gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering. De (gewijzigde) tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

    De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

    (16/701859-12)

    Feit 1:

    - op 11 december 2012 in Velp samen met een ander [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] heeft bewogen tot de afgifte van sieraden;

    - op 11 december 2012 in Arnhem samen met een ander [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4] heeft bewogen tot de afgifte van geld;

    en/of

    - op 11 december 2012 in Velp samen met een ander sieraden, toebehorende aan [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2], heeft weggenomen;

    - op 11 december 2012 in Arnhem samen met een ander geld, toebehorende aan [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4], heeft weggenomen;

    Feit 2

    - op 23 november 2012 in Ede samen met een ander [benadeelde 5] heeft geprobeerd te bewegen tot de afgifte van geld en/of sieraden;

    - op 23 november 2012 in Utrecht samen met een ander [benadeelde 6] heeft geprobeerd te bewegen tot de afgifte van geld en/of sieraden;

    - op 23 november 2012 in Zeist samen met een ander [benadeelde 7] heeft geprobeerd te bewegen tot de afgifte van geld en/of sieraden;

    - op 5 december 2012 in Tilburg samen met een ander [benadeelde 8] heeft geprobeerd te bewegen tot de afgifte van geld en/of sieraden;

    - op 5 december 2012 in Tilburg samen met een ander [benadeelde 9] heeft geprobeerd te bewegen tot de afgifte van geld en/of sieraden;

    en/of

    - op 23 november 2012 in Ede samen met een ander heeft geprobeerd geld en/of sieraden van die [benadeelde 5] weg te nemen;

    - op 23 november 2012 in Utrecht samen met een ander heeft geprobeerd geld en/of sieraden van die [benadeelde 6] weg te nemen;

    - op 23 november 2012 in Zeist samen met een ander heeft geprobeerd geld en/of sieraden van die [benadeelde 7] weg te nemen;

    - op 5 december 2012 in Tilburg samen met een ander heeft geprobeerd geld en/of sieraden van die [benadeelde 8] weg te nemen;

    - op 5 december 2012 in Tilburg samen met een ander heeft geprobeerd geld en/of sieraden van die [benadeelde 9] weg te nemen;

    (16/661452-13)

    op 11 december 2012 in Apeldoorn, samen met een ander of anderen, 14 pillen XTC/MDMA aanwezig heeft gehad.

  3. Voorvragen

    Partiële nietigheid

    De rechtbank constateert dat feit 2 op de tenlastelegging met parketnummer 16/701859-12 is ten laste gelegd als poging tot oplichting en impliciet cumulatief en subsidiair als poging tot diefstal. In de beschrijving van de poging tot diefstal zijn echter bestanddelen gebruikt die betrekking hebben op het strafbare feit oplichting. Naar het oordeel van de rechtbank wordt de tenlastelegging daarmee innerlijk tegenstrijdig en is de dagvaarding derhalve nietig wat betreft dit (subsidiaire) deel van feit 2.

    De dagvaarding is voor het overige geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

  4. Waardering van het bewijs

    4.1 Het standpunt van het Openbaar Ministerie

    De officier van justitie heeft verzocht verdachte partieel vrij te spreken van feit 2 (16/701859-12) voor zover het betreft de feiten die gepleegd zijn op 23 november 2012 te Ede, Utrecht en Zeist. De officier van justitie acht de overige aan verdachte ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen.

    4.2 Het standpunt van de verdediging

    De verdediging heeft bepleit dat verdachte van alle aan hem ten laste gelegde feiten dient te worden vrijgesproken. Met betrekking tot de feiten op 11 december 2012 te Arnhem en Velp heeft de verdediging aangevoerd dat niet kan worden vastgesteld dat verdachte op de hoogte was van de plannen van medeverdachte [medeverdachte 1]. Veel minder blijkt uit het dossier dat verdachte actief betrokken was bij deze feiten. Daarnaast heeft de verdediging opgemerkt dat niet aan het dubbele opzetvereiste is voldaan.

    Ten aanzien van de feiten op 23 november 2012 heeft de raadsman betoogd dat uit de door hem overgelegde verklaringen en telecommunicatiegegevens duidelijk blijkt dat verdachte de feiten op 23 november 2012 niet kan hebben gepleegd.

    Met betrekking tot de feiten op 5 december 2012 heeft de raadsman opgemerkt dat uit het dossier niet kan worden afgeleid dat verdachte op genoemde datum in Tilburg is geweest en dus betrokken is geweest bij de ten laste gelegde babbeltrucs.

    De verdediging heeft ten slotte aangevoerd dat uit het dossier niet blijkt dat verdachte zich bewust is geweest van de 14 XTC-pillen die in zijn woning zijn aangetroffen, zodat ook dit feit niet kan worden bewezen.

    4.3 Het oordeel van de rechtbank

    Vrijspraak ten aanzien van feit 1 en 2 (16/701859-12)

    Ten aanzien van feit 1

    Verdachte heeft ter terechtzitting van 5 juni 2013 verklaard dat hij op 11 december 2012 bij medeverdachte [medeverdachte 1] (hierna te noemen: [medeverdachte 1]) in de auto zat. Uit het dossier blijkt voorts dat verdachte die dag samen met [medeverdachte 1] naar de Kijkshop is geweest, waar een mobiele telefoon is gekocht. Tevens is verdachte door het observatieteam gezien in de auto van [medeverdachte 1] in de nabijheid van de woningen van de aangevers aan de [adres] in[woonplaats] en de [adres] in [woonplaats].

    De rechtbank heeft echter niet kunnen vaststellen dat verdachte de strafbare feiten op 11 december 2012 tezamen en in vereniging met [medeverdachte 1] heeft gepleegd. Uit het dossier blijkt dat een verbalisant de stem van [medeverdachte 1] herkent in een telefoongesprek met de nummer¬informatie¬lijn 1888 waarin [medeverdachte 1] het telefoonnummer van de [adres] in [woonplaats] opvraagt. Ook overigens geeft het dossier geen aanwijzingen dat verdachte actief betrokken is geweest bij voornoemde feiten.

    Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat niet duidelijk is of verdachte op de hoogte was van de strafbare feiten die door [medeverdachte 1] zijn gepleegd. Niet kan worden vastgesteld dat sprake was van actieve betrokkenheid van verdachte en een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en [medeverdachte 1]. De rechtbank zal verdachte dan ook van het onder 1 ten laste gelegde feit vrijspreken wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.

    Ten aanzien van feit 2

    Ten aanzien van de feiten die zijn gepleegd op 23 november 2012 in Ede, Utrecht en Zeist is de rechtbank, evenals de officier van justitie, van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte deze feiten heeft begaan. De rechtbank zal verdachte daarom van deze feiten vrijspreken.

    Met betrekking tot de feiten die zijn gepleegd op 5 december 2012 in Tilburg constateert de rechtbank dat de mogelijke betrokkenheid van verdachte met name zou blijken uit de fotobewijsconfrontatie, waarin aangeefster [benadeelde 8] aangeeft dat verdachte lijkt op de persoon die in haar woning is geweest.

    Door de raadsman van verdachte is een WhatsApp-gesprek overgelegd waaruit blijkt dat verdachte op 5 december 2012 te 12.41 uur een foto heeft gestuurd naar zijn dochter. Op de foto is te zien dat verdachte in bed ligt.

    De rechtbank constateert dat uit de aangifte van [benadeelde 9] blijkt dat de oplichting is gepleegd rond 10.30 uur. Voorts stelt de rechtbank middels de website GoogleMaps vast dat de route vanaf het adres van aangeefster [benadeelde 9] tot de woning van verdachte in 1 uur en 27 minuten kan worden afgelegd. Hoewel het in theorie mogelijk is om na de oplichting van [benadeelde 9] terug te rijden naar Apeldoorn en vervolgens om 12.41 uur die bewuste foto te maken, acht de rechtbank dit niet aannemelijk. Omdat de oplichtingen van [benadeelde 9] en [benadeelde 8] kort na elkaar zijn gepleegd en beide oplichtingen dezelfde specifieke modus operandi hebben, acht de rechtbank het aannemelijk dat de feiten door dezelfde dader(s) zijn gepleegd en acht de rechtbank dus evenmin bewezen dat verdachte het onder feit 2 ten laste gelegde feit bij aangever [benadeelde 8] heeft begaan. De rechtbank overweegt overigens dat de mogelijke betrokkenheid van verdachte bij beide feiten enkel blijkt uit de fotobewijsconfrontatie met [benadeelde 8]. Naar het oordeel van de rechtbank is dat onvoldoende. De rechtbank acht daarom niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de op 5 december 2012 gepleegde feiten heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij.

    Bewijs ten aanzien van parketnummer 16/661452-13

    De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder parketnummer 16/661452-13 tenlastegelegde heeft begaan op grond van het navolgende.

    Op 11 december 2012 heeft een doorzoeking plaatsgevonden in de woning aan de [adres] te [woonplaats]. Tijdens deze doorzoeking is in een nachtkastje in een slaapkamer van de woning een zakje met vermoedelijk XTC-pillen aangetroffen. De pillen zijn in beslag genomen. Verder zijn in de lade van de salontafel in de woonkamer 10 witte vermoedelijk XTC-pillen aangetroffen. Deze pillen zijn eveneens in beslag genomen.

    Op 16 januari 2013 is onderzoek ingesteld naar de verdovende middelen die in beslag zijn genomen op het adres...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT