Eerste aanleg - enkelvoudig van Rechtbank Noord-Holland, June 13, 2013

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:2013/06/13
Uitgevende instantie::Rechtbank Noord-Holland
SAMENVATTING

Verweerder heeft aan eiser een schriftelijke berisping opgelegd voor twee momenten van plichtsverzuim: 16 april 2012 (een beledigende e-mail) en 24 april 2012 (het niet verschijnen bij de leidinggevende). De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de voorgeschiedenis, het tweede voorval geen plichtsverzuim is. Het beroep is dan ook gegrond. De schriftelijke berisping is echter ook evenredig aan... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 13/541

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 juni 2013 in de zaak tussen

[naam eiser], te [woonplaats], eiser

en

de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 15 mei 2012 (het primaire besluit) heeft verweerder aan eiser de straf van een schriftelijke berisping opgelegd, zoals bedoeld in artikel 81, eerste lid, sub a, van het

Algemeen Rijksambtenarenreglement (ARAR).

Bij besluit, verzonden op 14 december 2012, (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Hierbij is verweerder afgeweken van het advies van de Adviescommissie Bezwaren Personeel SZW (hierna: de commissie) van 9 mei 2013.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 april 2013. Eiser is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn J.W. Ahlers en H. Koenders.

Overwegingen

  1. Eiser is vanaf 1990 werkzaam bij verweerder, laatstelijk tot 1 januari 2012 in de functie van inspecteur.

  2. Bij brief van 25 april 2012 heeft verweerder eiser in kennis gesteld van het voornemen om hem disciplinair te straffen, omdat verweerder tot het voorlopige oordeel was gekomen dat eiser zich had schuldig gemaakt aan plichtsverzuim. Op 3 mei 2012 heeft eiser naar aanleiding van dit voornemen een verantwoordingsgesprek gevoerd. Hierna heeft verweerder het primaire besluit genomen. Verweerder verwijt eiser dat hij zich op 16 april 2012 in een e-mailbericht in sterke bewoordingen afkeurend heeft uitgelaten over een collega, waarbij hij dit bericht bewust cc aan de overige teamleden heeft doen toekomen. Daarnaast wordt hem verweten dat hij zijn leidinggevende, naam leidinggevende] op ongepaste wijze en respectloos heeft bejegend door op 24 mei 2012 zonder bericht niet te verschijnen op een afspraak met zijn leidinggevende.

  3. De commissie heeft geadviseerd het primaire besluit in stand te laten, met uitzondering van de berisping vanwege het zonder bericht niet verschijnen op de afspraak van 24 april 2012. De commissie is van oordeel dat dit feit niet is te kwalificeren als plichtsverzuim.

  4. Verweerder heeft bij het bestreden besluit, in afwijking van het advies van de commissie, het bezwaar ongegrond verklaard en het primaire besluit gehandhaafd. Verweerder stelt zich daarbij op het standpunt dat de wijze waarop eiser zich heeft uitgelaten in het e-mailbericht van 16 april 2012 over een collega, terwijl hij dit bericht heeft verspreid onder alle teamleden, een door verweerder niet te tolereren manier van communiceren is. Het...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT