Eerste aanleg - meervoudig van Rechtbank Midden-Nederland, June 19, 2013

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:2013/06/19
Uitgevende instantie::Rechtbank Midden-Nederland
SAMENVATTING

Veroordeling voor oplichtingen van bejaarden door middel van babbeltrucs tot gevangenisstraf van 3 jaren. Enkele fotobewijsconfrontaties uitgesloten van het bewijs.

 
GRATIS UITTREKSEL

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/701219-12, 16/661438-13 (gevoegd ter terechtzitting) (P)

vonnis van de meervoudige strafkamer van 19 juni 2013

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1961],

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres

[adres], [woonplaats],

gedetineerd in het Huis van Bewaring “Wolvenplein” te Utrecht.

  1. Het onderzoek ter terechtzitting

    Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 5 juni 2013. Op de terechtzitting zijn overeenkomstig artikel 285 van het Wetboek van Strafvordering de zaken onder voormelde parketnummers gevoegd.

    De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de advocaat, mr. P.E. van Zon, naar voren hebben gebracht.

  2. Tenlastelegging

    De tenlastelegging is op de zitting gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering. De (gewijzigde) tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

    De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

    16/701219-12

    Feit 1:

    - op 24 mei 2012 in Soest samen met een ander [benadeelde 1] heeft bewogen tot de afgifte van geld;

    - op 11 december 2012 in Velp samen met een ander [benadeelde 2] en/of [benadeelde 3] heeft bewogen tot de afgifte van sieraden;

    - op 11 december 2012 in Arnhem samen met een ander [benadeelde 4] en/of [benadeelde 5] heeft bewogen tot de afgifte van geld;

    en/of

    - op 24 mei 2012 in Soest samen met een ander geld van die [benadeelde 1] heeft weggenomen;

    - op 11 december 2012 in Velp samen met een ander sieraden van die [benadeelde 2] en/of die [benadeelde 3] heeft weggenomen;

    - op 11 december 2012 in Arnhem samen met een ander geld van die [benadeelde 4] en/of die [benadeelde 5] heeft weggenomen;

    Feit 2

    - op 23 november 2012 in Ede samen met een ander heeft geprobeerd [benadeelde 6] te bewegen tot de afgifte van geld en/of sieraden;

    - op 23 november 2012 in Utrecht samen met een ander heeft geprobeerd [benadeelde 7] te bewegen tot de afgifte van geld en/of sieraden;

    - op 23 november 2012 in Zeist samen met een ander heeft geprobeerd [benadeelde 8] te bewegen tot de afgifte van geld en/of sieraden;

    - op 5 december 2012 in Tilburg samen met een ander heeft geprobeerd [benadeelde 9] heeft geprobeerd te bewegen tot de afgifte van geld en/of sieraden;

    - op 5 december 2012 in Tilburg samen met een ander heeft geprobeerd [benadeelde 10] heeft geprobeerd te bewegen tot de afgifte van geld en/of sieraden;

    en/of

    - op 23 november 2012 in Ede samen met een ander heeft geprobeerd geld en/of sieraden van die [benadeelde 6] weg te nemen;

    - op 23 november 2012 in Utrecht samen met een ander heeft geprobeerd geld en/of sieraden van die [benadeelde 7] weg te nemen;

    - op 23 november 2012 in Zeist samen met een ander heeft geprobeerd geld en/of sieraden van die [benadeelde 8] weg te nemen;

    - op 5 december 2012 in Tilburg samen met een ander heeft geprobeerd geld en/of sieraden van die [benadeelde 9] weg te nemen;

    - op 5 december 2012 in Tilburg samen met een ander heeft geprobeerd geld en/of sieraden van die [benadeelde 10] weg te nemen;

    Feit 3

    in de periode van 1 januari 2012 tot en met 20 februari 2012 in Arnhem en/of Amsterdam samen met een ander of anderen een gewoonte heeft gemaakt van witwassen;

    16/661438-13

    Feit 1

    - op 27 november 2012 in Papendrecht samen met een ander [benadeelde 11] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag;

    - op 3 december 2012 in Papendrecht samen met een ander [benadeelde 12] en/of [benadeelde 13] heeft bewogen tot de afgifte van portemonnees met daarin onder meer een geldbedrag;

    - op 3 december 2012 in Papendrecht samen met een ander [benadeelde 15] heeft bewogen tot de afgifte van geldbedragen;

    en/of

    - op 27 november 2012 in Papendrecht samen met een ander een geldbedrag van die [benadeelde 11] heeft weggenomen;

    - op 3 december 2012 in Papendrecht samen met een ander portemonnees met daarin onder meer een geldbedrag van die [benadeelde 12] en/of [benadeelde 13] heeft weggenomen;

    - op 3 december 2012 in Papendrecht samen met een ander geldbedragen van die [benadeelde 15] heeft weggenomen;

    Feit 2

    op 11 december 2012 te Arnhem ongeveer 1413 gram hasjiesj en/of 13,72 gram hennep opzettelijk aanwezig heeft gehad.

  3. Voorvragen

    De geldigheid van de dagvaarding

    De rechtbank constateert dat bij de twee feiten die betrekking hebben op 5 december 2012 in Tilburg (16/701219-12) en die impliciet cumulatief en subsidiair ten laste zijn gelegd als poging diefstal, onjuiste bestanddelen zijn gebruikt, te weten bestanddelen die betrekking hebben op het strafbare feit oplichting. De tenlastelegging is daardoor innerlijk tegenstrijdig. De rechtbank verklaart de dagvaarding daarom partieel nietig ten aanzien van de feiten van 5 december 2012 die als poging diefstal zijn ten laste gelegd.

    De dagvaarding is voor het overige geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

  4. Waardering van het bewijs

    4.1 Het standpunt van het Openbaar Ministerie

    De officier van justitie heeft gevorderd alle aan verdachte ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend te bewijzen.

    4.2 Het standpunt van de verdediging

    De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen voor de feiten die zijn gepleegd op 24 mei 2012, 23 november 2012, 27 november 2012, 3 december 2012 en 5 december 2012. Daartoe heeft de verdediging gemotiveerd aangevoerd dat een aantal foto¬bewijsconfrontaties van het bewijs uitgesloten dient te worden, aangezien de fotoselecties daarin onvoldoende gevarieerd zijn. De verdediging refereert zich aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van de bewezenverklaring van de feiten die zijn gepleegd op 11 december 2012 in Arnhem en Velp. Tevens refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van de feiten die zien op het witwassen en het voorhanden hebben van softdrugs.

    4.3 Het oordeel van de rechtbank

    Partiële vrijspraak ten aanzien van feit 1, 24 mei 2012 (16/701219-12)

    De rechtbank is van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan oplichting van aangever [benadeelde 1] (hierna te noemen: [benadeelde 1]) op 24 mei 2012 in Soest, dan wel diefstal op voornoemde datum. De rechtbank is met de raadsman van oordeel dat deze fotobewijsconfrontatie, waarbij [benadeelde 1] verdachte herkent als de vermeende dader, niet voor het bewijs kan worden gebezigd. In zijn aangifte verklaart [benadeelde 1] dat de dader kort grijzend haar had. De fotoselectie bevat slechts twee foto’s van personen die duidelijk grijzend haar hebben. De rechtbank is van oordeel dat in de fotoselectie te weinig foto’s van personen zijn opgenomen die aan het door [benadeelde 1] gegeven signalement voldoen, waardoor de fotoconfrontatie weinig bewijswaarde heeft.

    Hoewel het dossier aanknopingspunten bevat dat verdachte dit feit heeft begaan, bevat het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs daarvoor. De rechtbank zal verdachte derhalve partieel vrijspreken van zowel de ten laste gelegde oplichting als de ten laste gelegde diefstal op 24 mei 2012 in Soest.

    Partiële vrijspraak ten aanzien van feit 2, 23 november 2012 (16/701219-12)

    De rechtbank is van oordeel dat evenmin wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de pogingen tot oplichting in Ede, Utrecht en Zeist op 23 november 2012, dan wel aan pogingen tot diefstal op voornoemde datum. De rechtbank overweegt ten aanzien hiervan dat de vermeende betrokkenheid van verdachte bij de feiten op 23 november 2012 met name zou blijken uit de fotobewijsconfrontatie met aangeefster [benadeelde 6], waarbij verdachte door aangeefster is herkend. De rechtbank heeft ook deze fotobewijsconfrontatie ambtshalve getoetst. Ook ten aanzien van deze fotobewijs-confrontatie is de rechtbank van oordeel dat de fotoselectie onvoldoende foto’s van personen bevat die voldoen aan het signalement dat aangeefster heeft gegeven, te weten: een man met grijsblond haar. Derhalve zal de fotobewijsconfrontatie door de rechtbank worden uitgesloten van het bewijs.

    Naar het oordeel van de rechtbank is het feit dat de omschrijving van de kleding en de schoenen die in de aangiftes wordt gegeven op bepaalde punten overeenkomt met de kleding en schoenen van verdachte [verdachte] die die dag door het observatieteam zijn gezien, onvoldoende om de betrokkenheid van verdachte [verdachte] bij deze oplichtingen vast te stellen. Daarbij komt dat de telecomgegevens die betrekking hebben op 23 november 2012 geen directe aanwijzingen geven voor de betrokkenheid van verdachte bij de oplichtingen die op voornoemde datum zijn gepleegd.

    Hoewel het dossier dus ook ten aanzien van dit feit aanwijzingen bevat dat verdachte hierbij betrokken was, bevat het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs daarvoor. De rechtbank zal verdachte derhalve partieel vrijspreken van zowel de pogingen tot oplichting als de pogingen tot diefstal in Ede, Utrecht en Zeist op 23 november 2012.

    Bewijs ten aanzien van feit 1, 11 december 2012 (16/701219-12)

    Aangezien verdachte deze feiten (in Arnhem en in Velp) heeft bekend en de raadsman niet tot vrijspraak heeft gepleit, volstaat de rechtbank, met toepassing van artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering, met een opsomming van de bewijsmiddelen.

    Velp

    - het proces-verbaal van aangifte, gedaan door [A], namens [benadeelde 3] en [benadeelde 2];

    - het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door [verbalisant 1], buitengewoon opsporingsambtenaar van de politie Gelderland-Midden;

    - De bekennende verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting, inhoudende dat hij op 11 december 2012 te Velp de sieraden, zoals deze zijn genoemd in...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT