Hoger beroep van Centrale Raad van Beroep, June 18, 2013

Datum uitspraak:2013/06/18
Uitgevende instantie::Centrale Raad van Beroep
SAMENVATTING

Intrekking en terugvordering bijstand. Gezamenlijke huishouding? Niet aannemelijk dat sprake is van financiële verstrengeling. Niet voldaan aan het criterium van wederzijdse zorg, zodat reeds daarom geen sprake is geweest van een gezamenlijke huishouding.

 
GRATIS UITTREKSEL

11/7273 WWB

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht van

18 november 2011, 10/1370 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[A. te B.] (appellante)

het college van burgemeester en wethouders van Sittard-Geleen (college)

Datum uitspraak 18 juni 2013.

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. R.M.J. Schoonbrood, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 mei 2013. Appellante is, met voorafgaand bericht, niet verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. Y.J.P. Poozun.

OVERWEGINGEN

  1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

    1.1. Appellante ontving bijstand ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB) naar de norm voor alleenstaande ouder met een toeslag van 20%. Zij is woonachtig op het adres [adres 1] te [woonplaats].

    1.2. Naar aanleiding van een anonieme melding dat appellante samenwoont met [S.] ([S.]), op diens adres [adres 2] te [woonplaats], heeft de afdeling Sociale Recherche van de gemeente Sittard-Geleen een onderzoek gestart naar de rechtmatigheid van de aan appellante verleende bijstand. In dat kader is onder meer dossieronderzoek verricht, informatie bij de Dienst Wegverkeer opgevraagd en hebben waarnemingen plaatsgevonden op en nabij beide adressen. Appellante is op 25 januari 2010 verhoord en aansluitend hierop heeft een huisbezoek op het adres van [S.] plaatsgevonden. De bevindingen van het onderzoek zijn neergelegd in het rapport van 26 januari 2010.

    1.3. Op basis van de resultaten van het onderzoek heeft het college bij besluit van 18 februari 2010, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 2 augustus 2010 (bestreden besluit), de bijstand van appellante met ingang van 9 december 2009 ingetrokken en de gemaakte kosten van bijstand over de periode van 9 december 2009 tot en met 31 december 2009 tot een bedrag van € 749,81 netto (€ 1.168,13 bruto) van appellante teruggevorderd. Aan de besluitvorming ligt ten grondslag dat appellante de op haar rustende inlichtingenverplichting heeft geschonden door geen melding te maken van de met [S.] gevoerde gezamenlijke huishouding.

  2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

  3. Appellante heeft zich in hoger beroep op de hierna te bespreken gronden gekeerd tegen de aangevallen uitspraak.

  4. De Raad komt...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT